Vorm een groepje met twee andere duo's die een andere methodiek hebben gekozen.
Presenteer aan elkaar jullie informatie over de gekozen
methodiek.
Slide 12 - Slide
Waar sta je nu? (kennis over methodieken) 1 = weet niets, 100 = weet alles.
Slide 13 - Poll
Lesdoelen behaald?
Je kunt (enkele) verschillende methodieken benoemen die in de jeugdhulpverlening gebruikt worden
Je kunt uitleggen wat deze methodieken inhouden
Slide 14 - Slide
Opdracht volgende les
- Vraag op stage na welke methodieken / methoden daar gebruikt worden.
-Neem mee naar de volgende les en geef er een voorbeeld bij
-Bekijken en de opbouw, zaken die opvallen enz.. opschrijven
Slide 15 - Slide
Welke 5 stappen volg je met de methodische cyclus?
Slide 16 - Open question
Waar staat SMART voor?
Slide 17 - Open question
Welke omschrijving van het begrip methodiek is juist?
A
de theorie en de principes achter een methode
B
een samenhangend geheel van methoden
C
Een manier van handelen om iets te bereiken
Slide 18 - Quiz
Wat zijn voordelen van methodisch werken? meerdere antwoorden mogelijk
A
Als het niet werkt, ligt dat niet aan jou persoonlijk, maar aan de methode.
B
Je weet zelf precies waar je mee bezig bent.
C
Zowel begeleiders als cliënt(en) kunnen op elk moment ophouden.
D
Zowel begeleiders als cliënt(en) weten wat ze kunnen verwachten.
Slide 19 - Quiz
Bij methodisch handelen werk je doelgericht, systematisch, procesmatig en bewust. Welke omschrijving hoort bij doelgericht handelen?
A
Je doet nooit zomaar iets, je werkt toe naar een concreet resultaat.
B
Je weet wat je doet en waarom je dat doet.
C
Je werkt volgens een aantal stappen of handelingen die bij elkaar horen.
D
Je zorgt voor een doorlopende lijn in de begeleiding.
Slide 20 - Quiz
Is de volgende bewering over systematisch handelen juist of onjuist?
'Als je systematisch handelt, werk je volgens een uitgewerkt plan. Daarbij heb je volgorde aangebracht binnen de verschillende stappen die nodig zijn om het doel te bereiken.'
A
Juist
B
Onjuist
C
geen idee
Slide 21 - Quiz
Als je methodisch werkt, werk je vaak volgens een cyclisch proces. Wat houdt dit in?
A
Dat je elke stap die je neemt evalueert en als nodig het proces bijstelt.
B
Dat je op elk gewenst moment van het proces kunt beginnen met begeleiden.
C
Dat je pas na de laatste stap weet of de gekozen methode gewerkt heeft.
D
Dat je een doel wilt bereiken en je handelen evalueert en bijstelt
Slide 22 - Quiz
Wat is stap 3 uit de methodische cyclus?
Slide 23 - Open question
Je werkt als sociaal werker bij een instelling voor mensen met niet-aangeboren hersenletsel. Sommige cliënten vinden het moeilijk om jou samenhangende informatie te geven. Waar haal je de meeste informatie over hun beginsituatie vandaan?
Slide 24 - Open question
Een sociaal wijkteam is actief in een buurt waar de sociale samenhang is afgenomen door een verschuiving van de bevolkingssamenstelling. Het team heeft vrijwilligers ingezet om een kleding- en speelgoedbeurs te organiseren om de samenhang te vergroten. Tijdens de eerste bijeenkomst stellen enkele vrijwilligers voor om een wekelijks koffie-uurtje te organiseren. Welke stap van methodisch werken wordt geïllustreerd door het initiatief voor het koffie-uurtje in de buurt?
A
Doelen formuleren
B
Evalueren en eventueel doelen bijstellen
C
Ondersteuningsvraag beschrijven
D
Geen idee
Slide 25 - Quiz
Schrijf een smartdoel op. Mag echt of nep zijn, zolang je het maar goed beschrijft.