22 juni

Wat doen we vandaag?
  • Vragen grammatica?
  • Herhalen grammatica
  • Bespreken HB 105, mandata 11 en 12 oneven
  • Bespreken HB blz. 36, opdracht 20, 22 b en c, 23.
  • Vervolg Les 44
1 / 41
next
Slide 1: Slide
LatijnMiddelbare schoolvwoLeerjaar 3

This lesson contains 41 slides, with interactive quiz and text slides.

time-iconLesson duration is: 80 min

Items in this lesson

Wat doen we vandaag?
  • Vragen grammatica?
  • Herhalen grammatica
  • Bespreken HB 105, mandata 11 en 12 oneven
  • Bespreken HB blz. 36, opdracht 20, 22 b en c, 23.
  • Vervolg Les 44

Slide 1 - Slide

Slide 2 - Slide

Slide 3 - Slide

Vragen Grammatica?

Slide 4 - Open question

Geen vragen (meer)?
  • Maak maar twee rijtjes.... 

Slide 5 - Slide

Claudius


Lees Tekstboek blz. 156
Hulpboek blz. 36
Opdracht  24 en 28

Slide 6 - Slide

Opdracht 24
  • In een kroeg schepten drie soldaten op over hun (oorlogs)daden (militaire prestaties) terwijl ze wijn dronken. 
  • Marcus had al verteld dat hij op één dag tien vijanden had gedood. 
  • Lucius zei tegen hem: ‘Je hebt het inderdaad goed gedaan. 
  • Je herinnert je toch wel dat ik me toen uit mezelf op de vijanden heb gestort, om jou te redden? 
  • Mij viel zo’n grote bewondering ten deel, dat de leider mij de corona civica toekende!’ 

Slide 7 - Slide

Opdracht 24
  • Marcus zweeg. Een beetje later vroeg hij Quintus: 
  • ‘En jij, vriend? Vertel ons, wat jij ooit voor het vaderland hebt gedaan!’ 
  • Quintus zei met een ernstig gezicht: 
  • ‘Ik heb voor ons vaderland een nieuwe keizer gevonden.’ 
  • Marcus en Lucius moesten zozeer lachen, dat ze lange tijd geen woord konden zeggen.

Slide 8 - Slide

Opdracht 24
  • 12 Quintus: ‘Toen Caligula was gedood, vielen de soldaten zijn huis binnen, met de bedoeling dat de familie niet zou ontkomen. 
  • Ik ben ook het huis vol (van) rijkdommen binnengegaan. 
  • We begonnen buit te verzamelen. 
  • Ik bukte me (lett.: liet me zakken), om een kostbare beker van de grond op te rapen.
  • Zodra ik dat deed, zag ik onder de gordijnen de voeten van een man. 
  • Ik naderde omdat ik graag wilde weten wie zich daar had verborgen. 

Slide 9 - Slide

Opdracht 24
  • Meteen trok ik een man tevoorschijn (lett.: naar buiten). 
  • Ik kende hem: het was Claudius, de oom van de keizer! 
  • Trillend van angst viel hij op de knieën, omdat hij bang was, dat hij zou worden gedood. 
  • Een van mijn metgezellen zei echter: 
  • "Hoewel hij een familielid van de keizer is, laten we hem toch niet doden. 
  • Hij is zo dom, dat hij niemand schaadt." 

Slide 10 - Slide

Opdracht 24
  • Ik stelde voor: "Laten we de goede Claudius keizer maken! 
  • Zijn dank zal zeker zó groot zijn, dat hij ons graag zeer grote beloningen geeft!" 
  • Ons verheugend/Terwijl we blij waren, begroetten wij gezamenlijk Claudius als keizer. 
  • We tilden hem op de schouders, terwijl we hard riepen (lett.: schreeuwden): 
  • "Leve Claudius, leve onze keizer!" ‘

Slide 11 - Slide

Opdracht 24
  • 29 De vrienden waren verbaasd door de woorden van Quintus. 
  • Tenslotte riep Marcus uit: 
  • ‘Dit ene weet ik zeker: 
  • omdat jij een zeer grote beloning van Claudius hebt ontvangen, 
  • zul jij gemakkelijk de prijs van de wijn voor je vrienden kunnen betalen!’

Slide 12 - Slide

Opdracht 28
  • a. Eigen invulling.
  • b. Eigen verwerking, bijvoorbeeld: de verteller/ik-persoon stelt voor om Claudius tot keizer uit te roepen en ook de anderen lijkt dat een goed idee: ze roepen Claudius uit tot hun keizer.
  • c. Nobis verwijst naar de praetorianen die het paleis plunderen; eum verwijst naar Claudius.
  • d. De soldaten hebben Claudius net op zijn schouders genomen en wensen hem (uit eigenbelang) een lang leven toe.
  • e. Leve; wij hopen dat hij (lang) leeft
  • f. Eigen invulling.

Slide 13 - Slide

Nero


Lees Tekstboek blz. 158
Maak Hulpboek blz. 39,
Opdracht 30 en 31

timer
5:00

Slide 14 - Slide

Opdracht 30
  • a. Seneca, filosoof, leermeester van Nero in zijn jonge jaren; Burrus, commandant van Nero’s keizerlijke garde; Agrippina, zijn moeder.
  • b. Zijn moeder Agrippina wilde voorkomen dat Nero zich ontdeed van zijn vrouw Octavia. Uiteindelijk werd zij op bevel van Nero gedood.
  • c. Iupiter Custos (=de Bewaker).
  • d. Hij was 16 jaar oud toen hij aantrad als keizer en 31 jaar toen hij stierf.

Slide 15 - Slide

Opdracht 31
  • a. De religie van de christenen kende slechts één god en was toegankelijk voor iedereen.
  • b. De christenen vereerden slechts een ware god. Daarom weigerden ze de keizer als god te vereren.
  • c. Om de verdenking van brandstichting van zichzelf af te wentelen op een zondebok. Door achterdochtige Romeinen, die de christenen met argwaan bekeken, werd Nero’s valse beschuldiging geloofd.

Slide 16 - Slide


Hulpboek blz. 116
Werkwoord- Coniunctivus ipf en pgp 
in de irrealis



Slide 17 - Slide

Slide 18 - Slide

Slide 19 - Slide

Slide 20 - Slide

Slide 21 - Slide

Slide 22 - Slide

Slide 23 - Slide

Slide 24 - Slide


Hulpboek blz. 117
Mandatum 13, 14 (oneven), 15. 



timer
10:00

Slide 25 - Slide

Mandatum 13

  • a. Ik zit voor het vensterglas
  • b. Ik wou dat ik twee hondjes was
  • c. Dan kon ik samen spelen
  • d. Indicativus
  • e. Coniunctivus
  • f. Sedeo – essem - possem

Slide 26 - Slide

Mandatum 14 - oneven

  • 1 De jongen, die alleen is, denkt: ‘Was mijn broer maar thuis! Als mijn broer thuis was, zou ik met hem spelen’.
  • 3 Nadat de jongen over het moeilijke werk heeft verteld, dat hij alleen had voltooid, hebben zijn vrienden gezegd: ‘Had ons maar geroepen! Als wij hadden geweten dat jij hulp nodig had, zouden we je natuurlijk hebben geholpen!’
  • 5 Caesar zou niet op 15 maart zijn gedood, als hij de woorden van zijn echtgenote had geloofd; want hij zou niet naar het senaatsgebouw zijn gegaan.

Slide 27 - Slide

Mandatum 15

  • a Beide 1 ev imperfectum coniunctivus actief
  • b Ik zou kunnen- ik zou ondergaan
  • c Sit
  • d Hoofdzin
  • e Als ik kon, zoon, zou ik, jouw moeder, in jouw plaats de dood ondergaan. Nu lig jij in deze grafheuvel. Moge de aarde licht voor jou zijn.

Slide 28 - Slide


Hulpboek blz. 118
Werkwoord- Coniunctivus in de 
betrekkelijke bijzin



Slide 29 - Slide

Slide 30 - Slide

Slide 31 - Slide

Slide 32 - Slide

Slide 33 - Slide

Slide 34 - Slide

Slide 35 - Slide

Slide 36 - Slide

Slide 37 - Slide


Hulpboek blz. 117
Mandatum 17 (oneven), 18 



timer
10:00

Slide 38 - Slide

Mandatum 17

  • 1 Gezanten kwamen naar Rome om om vrede te vragen.
  • 3 Lucius was zo’n jongen, aan wie lange verhalen erg bevielen.
  • 5 Slaven vroegen om water, opdat zij daarmee de vlammen doofden.

Slide 39 - Slide

Mandatum 18

  • 1 Gezanten kwamen naar Rome om om vrede te vragen.
  • 2 Arme Romeinen hadden vaak een rijke patronus van wie zij hulp vroegen.
  • 3 Schrijvers schrijven verhalen, die anderen lezen.
  • 4 Slaven vroegen om water, opdat zij met dat water de vlammen doofden.

Slide 40 - Slide

Zelfstudie
  • Leer de grammatica van Thema 1 t/m 7 
  • Maak: HB vlz. 40, opdr. 33, 34, (35), 36, 38, 40. 

Slide 41 - Slide