Hoofdstuk 2: Voeding

Aan het einde van  de les:
Kun je uitleggen hoe je dieren op basis van voedselvoorkeur kunt indelen.

Kun je een rantsoenberekening doen

Kun je dieren voeren en water geven
1 / 49
next
Slide 1: Slide
Mens & NatuurMiddelbare schoolvmbo b, k, tLeerjaar 3

This lesson contains 49 slides, with text slides and 6 videos.

Items in this lesson

Aan het einde van  de les:
Kun je uitleggen hoe je dieren op basis van voedselvoorkeur kunt indelen.

Kun je een rantsoenberekening doen

Kun je dieren voeren en water geven

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Maar eerst: terugblik op hoofdstuk 1
Bekijk de begrippen van hoofdstuk 1 eens. 
Ken je ze allemaal al?



Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Hanteren
Geslachtsrijp
Periodieke verzorging
Ontsmetten
Fixeren
ZoÖnose
Ruwvoer
Stalmest
Primaire geslachtskenmerken
Persoonlijke hygiene
Krachtvoer
Drijfmest
Secundaire geslachtskenmerken
Dagelijkse verzorging
Dierenpaspoort
Dierwelzijn
BINGO

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Dieren indelen op basis van voedselvoorkeur

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

Planteneters - herbivoren
Hebben plooikiezen. Deze hebben grote ribbels.
Hebben een lang darmstelsel.

Grote planteneters hebben vaak 4 magen. 
Herkauwers- herken je aan gebit. Ze missen boventanden.

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

Slide 6 - Video

This item has no instructions

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

Slide 8 - Slide

Schaap

Slide 9 - Slide

This item has no instructions

Opdrachtje Schaap
Lees de tekst goed. Vul daarna het werkblad in.

Slide 10 - Slide

This item has no instructions

Vleeseters-Carnivoren
Hebben kleine scherpe tanden en knipkiezen
Hebben een kort darmgestel

Slide 11 - Slide

This item has no instructions

Slide 12 - Slide

This item has no instructions

Alleseters- Omnivoren
hebben snijtanden, hoektanden en knobbelkiezen,

Slide 13 - Slide

This item has no instructions

Slide 14 - Slide

This item has no instructions

Ruwvoer VS Krachtvoer

Slide 15 - Slide

This item has no instructions

Maak opdracht 1, 2 en 3
Klaar? 
Lees alvast de volgende vragen
timer
1:00

Slide 16 - Slide

This item has no instructions

Maak opdracht 3
Verzamel  1 stuks ruwvoer en 1 stuks krachtvoer op tafel.

timer
1:00

Slide 17 - Slide

This item has no instructions

Rantsoen

Een rantsoen is het aantal verschillende voeders dat een dier per dag krijgt in een bepaalde hoeveelheid

Slide 18 - Slide

This item has no instructions

Rantsoenberekening
Leg een matje op tafel en haal een konijn of cavia . 
(1 per tafel. 1 persoon haalt het dier)

Maak opdracht 5 t/m 7

Klaar?  Zet het dier terug en ruim alles op.
timer
30:00

Slide 19 - Slide

This item has no instructions

To do
Dierenwinkel
Bramen knippen
Voer en water dieren MAAR NIET de hamsters

Slide 20 - Slide

This item has no instructions

Stereotypische gedragingen
knagen aan de tralies
Likken aan glas
Ijsberen
Heel veel gebruik maken van het loopwiel

Slide 21 - Slide

This item has no instructions

Slide 22 - Video

This item has no instructions

Voedsel verrijking





Verrijking is iets dat de instincten van het dier stimuleert. Met voedsel kunnen we stereotiep gedrag doorbreken.

Slide 23 - Slide

This item has no instructions

Slide 24 - Video

This item has no instructions

Hamster voedsel verrijking
https://youtube.com/shorts/Pvjl1x4gsu4?si=0DbYzsYPJqG8fO-e


Slide 25 - Slide

This item has no instructions

Opdracht-Voedselverrijking
Je gaat nu met voedsel een snackroll maken. 
Lees goed de opdracht door. 
Gebruik wilgentakken, kruiden uit de bak, rolletjes.

Slide 26 - Slide

This item has no instructions

Afsluiting
Welke 3 voedingsgewoonten kunnen dieren hebben?

Wat is stereotiep gedrag?

Wat is voedselverrijking? Wat heb je gemaakt?

Vul je boekje en vul de begrippen aan!

Slide 27 - Slide

This item has no instructions

Voeding: deel 2-      Aan het einde van de les kun je:
1.Uitleggen hoe het verteringskanaal van een herkauwer werkt
2.Het boekje voedingsnormen gebruiken en hier vragen over beantwoorden. 
3. Vertellen en aanwijzen welke voedingssoorten we hier op school hebben en in welke voeders deze gaan

Slide 28 - Slide

This item has no instructions

Weet je het nog?

Slide 29 - Slide

Schaap

Slide 30 - Slide

This item has no instructions

Slide 31 - Slide

This item has no instructions

Kijk naar het filmpje en schrijf op:
Wat is de volgorde van voedsel verwerken voor een herkauwer?

Slide 32 - Slide

This item has no instructions

Slide 33 - Video

This item has no instructions

Het spijsverteringsstelsel van een herkauwer
Pens-  Eerste sortering van voedsel
Netmaag- Werkt samen met pens om te sorteren. Hier komt het ook weer terug na herkauwen
Boekmaag- Opname van water en mineralen
Lebmaag- afbreken eiwitten, Dit is de 'echte maag' met maagsappen.

Slide 34 - Slide

This item has no instructions

Slide 35 - Slide

Herbivoor, herkauwer, eet vooral grassen.​
Grassen zijn voor veel dieren onverteerbaar omdat de taaie celwanden van gras heel slecht afgebroken kunnen worden. Doordat bij herkauwers het gras herkauwt wordt en in de pens veel bacteriën aanwezig zijn lukt dit wel. Koeien eten zo´n 8 – 10 uur per dag en herkauwt ook zo’n 8 – 10 uur per dag. Per dag eet de koe ongeveer 100 kilo.​
Met zijn lang, flexibele en ruwe tong trekt de koe het gras uit de grond. Hij slaat eigenlijk zijn tong om een graspol heen. De eerste keer dat een koe gras eet wordt het voedsel nauwelijks gekauwd. Het voer gaat eerst direct naar de pens en netmaag waar het deels wordt afgebroken. Vervolgens gaat de koe herkauwen en dan pas wordt het voedsel goed gekauwd. Tijdens het herkauwen komen er grote hoeveelheden speeksel vrij dit kan wel 40 – 150 liter per dag zijn, afhankelijk van het soort voer. Bij het eten van vooral ruwvoer wordt er veel meer speeksel aangemaakt dan bij het eten van granen en krachtvoer. Per keer wordt er ongeveer 100 gram voedsel herkauwt en tijdens het herkauwen maken de kaken zijdelings of vooruit- en achteruitgaande bewegingen. Per opgeboerde brok voedsel herkauwt de koe ongeveer 1 minuut waarin ongeveer 65 kauwbewegingen plaats vinden. ​

Slide 36 - Slide

This item has no instructions

Slide 37 - Video

This item has no instructions

Slide 38 - Slide

Fijne voerdeeltjes (groene lijn) zakken naar beneden. Door samentrekkingen worden deze deeltjes als snel naar de netmaag gebracht. De grove deeltjes (rode lijn) zakken ook maar doordat ze zwaarder zijn duurt het langer voordat ze bij de netmaag zijn. De netmaag sorteert het voedsel. De fijne deeltjes gaan door naar de boekmaag en de grove deeltjes worden gevormd tot bal en gaan terug naar de bek waar deze herkauwt worden. 

Slide 39 - Slide

Net als de koe is het schaap een herbivoor en herkauwer en vooral een graseter. Per dag eet een schaap zo’n 6 tot 9 uur per dag met vijf a zes graasperiodes. Hij herkauwt zo’n 8 tot 10 uur per dag en maakt per opgeboerde brok ongeveer 60 kauwslagen. 
Darmen
Dikke darm- Onttrekken van water, opnemen van zouten en mineralen, indikken van de ontlasting

Dunne darm- Afbreken en opnemen voedingsstoffen die pens velaten hebben.
Blinde darm- vitamineproductie  en belangrijk voor afbreken van koolhydraten

Slide 40 - Slide

This item has no instructions

Slide 41 - Slide

This item has no instructions

Slide 42 - Slide

Aan het begin van de dunne darm zit de lever. De lever produceert gal en dit wordt opgeslagen in de galblaas. Wanneer het voedsel de dunne darm in komt worden er kleine hoeveelheden gal toegevoegd. Gal is belangrijk bij de vertering van vet. Ook de alvleesklier zit aan het begin van de dunne darm. Alvleesklier sap bevat enzymen en zorgen voor de vertering van eiwit, koolhydraten en vetten. De dunne darm bestaat uit drie delen, het eerste deel is de twaalfvingerige darm hier komt het gal en het sap van de alvleesklier vrij. Het middenstuk van de dunne darm is de nuchtere darm en het laatste stuk is de kronkeldarm. In de nuchtere darm en in de kronkeldarm vind het grootste deel van de vertering plaats vrijwel alle voedingsstoffen worden hier uit de voedselbrij onttrokken. 

Slide 43 - Slide

Na de dunne darm gaat het voedsel naar de dikke darm dit is het laatste gedeelte van het verteringsstelsel. De onverteerde delen worden afgebroken door micro-organismen (bacteriën, protozoa, schimmels, etc.) en vitamines en minerale worden door de darmwand opgenomen. Hoe langer het voedsel in de dikke darm zit hoe dikker de mest zal zijn, er kan veel water onttrokken worden. Als de mest kort in de dikke darm blijft wordt er weinig vocht onttrokken en zal de mest dunner zijn. 
Krachtvoer= Diervoeder met zeer hoge voedingswaarde
Ruwvoer= verzamelwoord voor vezelrijk grof voer

Slide 44 - Slide

This item has no instructions

To do: EERST TM 3
1.Spijsvertering van een herkauwer
2.Voer en waterverstrekkers
3.Voersoorten 
4.Opdracht voedernormen
5.Voersoorten opplakken/memory?
Tijd over? Uitdagingen Rantsoenberekening óf Verschil in spijsverteringstelsel rund, schaap en geit.

Slide 45 - Slide

This item has no instructions

Uitdaging?
1. Zoek op: het verschil tussen ee nrund, schaap en geit als het gaat om het spijsverteringsstelsel.

óf

2. Opdracht rantsoenberekening paarden

Slide 46 - Slide

This item has no instructions

Slide 47 - Slide

This item has no instructions

Voeding: deel 2-      Je kunt nu:
1.Uitleggen hoe het verteringskanaal van een herkauwer werkt
2.Het boekje voedingsnormen gebruiken en hier vragen over beantwoorden. 
3. Vertellen en aanwijzen welke voedingssoorten we hier op school hebben en in welke voeders deze gaan

Slide 48 - Slide

This item has no instructions

Slide 49 - Video

This item has no instructions