wk 16: lijdend voorwerp, zelfstandig naamwoord, lidwoord 1V

Wat we deze week gaan doen:
Grammatica:
  • Je leert het zinsdeel 'lijdend voorwerp'
  • Je leert de 3 woordsoorten 'zelfstandig naamwoord', 'bijvoeglijk naamwoord' en 'lidwoord' 



1 / 13
next
Slide 1: Slide
Middelbare school

This lesson contains 13 slides, with text slides.

Items in this lesson

Wat we deze week gaan doen:
Grammatica:
  • Je leert het zinsdeel 'lijdend voorwerp'
  • Je leert de 3 woordsoorten 'zelfstandig naamwoord', 'bijvoeglijk naamwoord' en 'lidwoord' 



Slide 1 - Slide

Slide 2 - Slide

Overzicht zinsdelen en woordsoorten
zinsdelen:

wwg: alle ww in de zin
ond: wie of wat + wwg
lv: wat of wie + rest
woordsoorten:

lw: de/het/een
znw: (mensen, dieren, dingen, planten) alle namen + woorden waar een lw voor kan
bnw: zegt iets over een znw

Slide 3 - Slide

Herhaling zinsdelen ond + wwg
Werkwoordelijk gezegde (wwg): alle werkwoorden in de zin (dus ook de persoonsvorm)

Onderwerp (ond): wie of wat + wwg

De tuinman maaide het gras van de buren.
ond: de tuinman             wwg: maaide

Slide 4 - Slide

Lijdend voorwerp (lv)
Kopieer de link hieronder. Luister naar de uitleg over het lijdend voorwerp en maak aantekeningen in je schrift met als naam: lijdend voorwerp (lv).

http://www.showme.com/sh/?h=5BLGOC8

Slide 5 - Slide

Opdracht lijdend voorwerp:
Ga naar de methode in Schooltas. 

1vwo: blz. 130 maken opdracht 4 en 5

Kijk de opdracht zelf na in drive: grammatica --> blok 1 t/m 3

Slide 6 - Slide

Lidwoord (lw)
de / het* / een zijn de drie lidwoorden. 

Het is alleen een lidwoord als het bij een zelfstandig naamwoord hoort. Bijvoorbeeld:
Het paard staat iedere dag op stal.
Het karwei bleek veel tijd te kosten.
Het meisje heeft haar haren geverfd.

Slide 7 - Slide

In de volgende zinnen hoort het niet bij een zelfstandig naamwoord en is het dus ook geen lidwoord. Wat het wel is, leer je in leerjaar 2.

Het is nog maar de vraag of hij gaat antwoorden.
Het is en blijft een lastige klus.

Slide 8 - Slide

Zelfstandig naamwoord
Regel vanuit de basisschool: mensen, dieren, dingen en planten zijn zelfstandige naamwoorden.

Eenvoudigere regel: alle namen en woorden waar een lidwoord voor kan, zijn zelfstandige naamwoorden.

Slide 9 - Slide

Dus:
alle namen:
Isendoorn College
De Lagestraat
Het WNF
Marieke
DHL
Apple
Afrika
woorden waar een lw voor kan:
(de) markt
(een) winkel
(het) speelgoed
(de) kast
(een) iPad
(het) klusje

Slide 10 - Slide

Bijvoeglijk naamwoord (bnw)
Een bijvoeglijk naamwoord zegt iets over een zelfstandig naamwoord. 


leren
nieuwe
bruine
kapotte

Slide 11 - Slide

Opdrachten bij znw, bnw en lw:
Ga naar drive --> grammatica --> blok 1 t/m 3 ---> opdracht znw, bnw en lw

De antwoorden staan onder de opdracht. Kijk de opdracht zelf na.

Slide 12 - Slide

Afsluiting
Huiswerk in Som:


1vwo: grammatica blz. 130 opdracht 4 en 5 maken en nakijken. 
Drive --> grammatica --> blok 1 t/m 3 --> opdracht 'znw, bnw en lw' maken en nakijken.

Slide 13 - Slide