WO Thema 24 - Vulkanen en aardbevingen

Thema 24 - 

Vulkanen en aardbevingen

Aardrijkskunde

1 / 109
next
Slide 1: Slide
New lesson editorWereldoriëntatieLager onderwijsLeerjaar 6

This lesson contains 109 slides, with interactive quizzes and text slides.

Report this lesson

Items in this lesson

Thema 24 - 

Vulkanen en aardbevingen

Aardrijkskunde

Doelen van de lessenreeks

Na deze les kennen/kunnen/weten jullie:

- dat vulkanen vaak ketens of bogen vormen langs de randen van tektonische platen

- wat tektonische platen zijn en hoe ze werken

- waar vulkanen ontstaan door bewegingen in de aardkorst

- wat de ring van vuur is

- vulkanen lokaliseren

- aardbevingen beschrijven

- effecten van aardbevingen beschrijven: naschokken, verwoesting, tsunami's en aardverschuivingen

- begrippen als: epicentrum, seismische golven, magnitude of kracht van een aardbeving, de schaal van richter, naschokken, tsunami, tektonische platen, verwoesting, evacuatie,...



Doelen van de lessenreeks

Na deze les kennen/kunnen/weten jullie:


- het verschil tussen een licht, zwakke tot matige, sterke, zeer krachtige of extreme aardbeving

- de ruimtelijke verspreiding van aardbevingen, vulkanen en bergketens

- hoe de mens anticipeert op aardbevingen en vulkaanuitbarstingen

- je kennis tonen van de aardkorst, kennis over aardbevingen of vulkaanuitbarstingen

- interesse tonen wanneer het in de actualiteit gaat over dit thema



Leer meer over vulkanen en aardbevingen. Klik op de
->
Ontdekplaat

Deel 1


VULKANEN

Wat weet jij al over vulkanen?

Tektonische platen


Zoek op het internet een kaart van de tektonische platen in de wereld.

Bekijk deze grondig.



Tektonische platen


Bekijk nu de online kaart van de verspreiding van de vulkanen

door op de link te klikken.

Lees de legende en klik op enkele bolletjes.
Bekijk ook goed de verspreiding van de vulkanen over de wereld.

Tektonische platen


Bekijk beide kaarten naast elkaar (volgende slide).

Beantwoord daarna de vraag over de verspreiding van de vulkanen.

Tektonische platen

Wat valt je op als je de kaart met tektonische platen vergelijkt met de kaart van de verspreiding van de vulkanen?

Tektonische platen

De meeste vulkanen bevinden zich op de grens van een tektonische plaat! 


Hoe komt dat? 
Hoe werkt dat dan? 

Tektonische platen


De aardkorst is verdeeld in tektonische platen. 
De verdeling van deze platen kon je eerder al zien op de kaart.
Deze platen bewegen continu (traag maar zeker).
Dit doen ze op 3 verschillende manieren. 

Tektonische platen

1. Platen bewegen van elkaar weg


2. Platen bewegen naar elkaar toe.


3. Platen bewegen langs elkaar.

Tektonische platen






Deze namen hoef je niet vanbuiten te kennen.

transversaal

Tektonische platen


1. Platen bewegen van elkaar weg

(divergent)

Tektonische platen

1. Platen bewegen van elkaar weg - WAT GEBEURT ER?


- De platen schuiven langzaam uit elkaar 
- Er komt een spleet tussen de platen. Die spleet noemen we een rift.
- Heet gesmolten gesteente dat onder de aardkorst zit (magma) komt omhoog en vult de opening op.
- Het magma koelt af en wordt nieuwe steen. Zo ontstaat er nieuwe aardkorst.



Tektonische platen

1. Platen bewegen van elkaar weg - GEVOLGEN

  • Nieuwe bergen onder water

Onder de oceaan ontstaan lange bergketens, zoals de Mid-Atlantische Rug. Dat is een soort onderwaterberg die ontstaat doordat er steeds nieuwe steen bijkomt.






Tektonische platen

Mid-Atlantische rug








Tektonische platen

1. Platen bewegen van elkaar weg - GEVOLGEN

  • Riftvalleien op het land

  • Als platen op het land uit elkaar trekken, ontstaan diepe dalen, zoals in Oost-Afrika.                                    Dat heet een riftvallei.






Tektonische platen

1. Platen bewegen van elkaar weg - GEVOLGEN

  • Vulkanen
    Omdat magma omhoog komt, kunnen er vulkanen ontstaan. Soms zelfs nieuwe eilanden!

    • Aardbevingen

    De aarde trilt soms een beetje wanneer de platen bewegen. Dat zijn meestal geen heel zware aardbevingen.






Tektonische platen


2. Platen bewegen naar elkaar toe

(convergent)

Tektonische platen

2. Platen bewegen naar elkaar toe - WAT GEBEURT ER?


- Ze botsen of schuiven over elkaar heen 

- Er ontstaat veel druk. De platen duwen zo hard dat de aardkorst plooit of breekt.



Tektonische platen

2. Platen bewegen naar elkaar toe - GEVOLGEN

  • Vorming van hoge gebergten

Wanneer twee platen, die niet onder water liggen, botsen, kunnen ze niet makkelijk onder elkaar schuiven. Daardoor worden ze omhoog geduwd en ontstaan er enorme bergen.


Voorbeeld: De Himalaya is ontstaan doordat de Indiase plaat tegen de Euraziatische plaat botste.



Tektonische platen

2. Platen bewegen naar elkaar toe - GEVOLGEN

  • Vulkanen
    Wanneer platen naar elkaar toe bewegen kan het gesmolten gesteente omhoog komen en vulkanen vormen. Daarom liggen veel vulkanen langs randen waar platen botsen.




Tektonische platen

2. Platen bewegen naar elkaar toe - GEVOLGEN

  • Krachtige aardbevingen
    De platen zitten vaak vast door wrijving. Wanneer ze plots losschieten, trilt de aarde hard. Daarom komen bij de grenzen van platen die naar elkaar toe bewegen vaak sterke aardbevingen voor.




Tektonische platen


3. Platen bewegen langs elkaar

(transversaal)

Tektonische platen

3. Platen bewegen langs elkaar - WAT GEBEURT ER?


- De platen bewegen in tegengestelde richtingen, de ene naar links, de andere naar rechts.
- Ze schuren tegen elkaar. Hun randen zijn niet glad, dus ze blijven soms haken.
- Er bouwt zich spanning op, alsof je een elastiek steeds verder uitrekt.
- Plots schieten ze los. Dan komt alle spanning in één keer vrij.



Tektonische platen

3. Platen bewegen langs elkaar - GEVOLGEN

  • Aardbevingen

Dit is het belangrijkste gevolg. Omdat de platen vaak vastzitten en dan plots bewegen, trilt de aarde hevig.


Voorbeeld: De San Andreasbreuk in Californië veroorzaakt regelmatig aardbevingen.






Tektonische platen

                                                                                                  



                                                                                             De San Andreasbreuk in Californië

                                                                                              (een klein deel ervan)






Tektonische platen

3. Platen bewegen langs elkaar - GEVOLGEN

  • Breuklijnen in het landschapOp sommige plaatsen kun je aan de oppervlakte zien waar de platen langs elkaar schuiven: lange scheuren of verschoven stukken grond.

  • Weinig vulkanen
    In tegenstelling tot andere plaatgrenzen komt hier bijna geen magma omhoog. Daarom zijn er bij dit soort grenzen bijna nooit vulkanen.






De ring van vuur

We vinden dus vooral vulkanen op de grens van 2 tektonische platen die naar elkaar toe bewegen.


Op een bepaalde plaats zijn er enorm veel vulkanen langs zo'n grens. Om dit goed in beeld te krijgen moeten we even een kaart nemen met een ander wereldbeeld (Niet met Europa als het middelpunt dus...).

De ring van vuur

Afrika

Europa

Oceänie 

Noord-Amerika

Zuid-Amerika

Azië

De Stille Oceaan

De ring van vuur

BUNDEL!

Neem je bundel op pagina 72 en 73.

Maak opdracht 1, 2, 3 en 4.



Actieve, slapende en dode vulkanen

Een actieve vulkaan is een vulkaan die nog leeft.
•     Hij kan op elk moment uitbarsten.
•     Hij is al eens uitgebarsten in de laatste paar honderd jaar.
•     Er komt soms rook, gas of kleine trillingen uit, wat laat zien dat er binnenin beweging is.
Je kunt het vergelijken met een kampvuur dat nog brandt: soms zie je grote vlammen, soms alleen wat rook, maar het vuur is nog niet uit.

Bekende ACTIEVE vulkaan

ETNA - SICILIË (Eiland Italië)

•     Hij is actief, wat betekent dat hij nog regelmatig uitbarst.

•     Hij is de hoogste vulkaan van Europa (ongeveer 3.329 meter).
•     Hij is makkelijk herkenbaar en vaak in het nieuws door zijn uitbarstingen.

ETNA

Actieve, slapende en dode vulkanen

Een slapende vulkaan is een vulkaan die al heel lang niet meer is uitgebarsten, maar nog steeds kan wakker worden.
- Hij lijkt rustig en stil.
- Hij is misschien al duizenden jaren niet uitgebarsten.
- Binnenin zit nog steeds magma, dus hij kan ooit opnieuw actief worden.



Bekende SLAPENDE vulkaan

CIOMADUL-VULKAAN - ROEMENIË 

Deze vulkaan wordt vaak genoemd in wetenschappelijke studies omdat hij al ongeveer 30.000 jaar niet meer is uitgebarsten, maar nog steeds magma in de diepte heeft en dus niet volledig dood is.

CIOMADUL-VULKAAN

Actieve, slapende en dode vulkanen

Een dode vulkaan is een vulkaan die volgens wetenschappers nooit meer zal uitbarsten omdat de magmatoevoer is afgesloten.

- De aardkorst is hier zo dichtgegroeid dat magma de oppervlakte niet meer kan bereiken. 

- Ze zijn al tienduizenden jaren inactief.

- Ze vertonen geen activiteit meer.





Bekende DODE vulkaan

CHAÎNE DES PUYS - FRANKRIJK

Dit is een vulkanisch gebied in de Auvergne dat bestaat uit meer dan 80 oude vulkanen. De laatste uitbarsting vond plaats rond 4700 v.C., waardoor dit gebied als uitgedoofd wordt beschouwd.
Ze zijn dus al duizenden jaren niet meer actief en er is geen magma-activiteit meer onder het gebied.



CHAÎNE DES PUYS

BUNDEL!

Neem je bundel op pagina 74.

Maak opdracht 5.



Vulkanen in de actualiteit

Padlet - Vulkanen


Open de padlet, lees de artikels en kijk naar het filmpje.


Los de vragen over de teksten en het filmpje op in je bundel.

BUNDEL!

Neem je bundel op pagina 74, 75 en 76.

Maak opdracht 6.

Artikel 1, 2, 3, 4 en 5 via padlet.



Deel 2


AARDBEVINGEN

Wat weet je al over aardbevingen?

Wat zijn aardbevingen?

Een aardbeving is een trilling of schokkende beweging van de aardkorst. Die worden veroorzaakt door de bewegingen van de tektonische platen waar we eerder al over leerden. 

De plaatgrenzen bewegen op verschillende manieren ten opzichte van elkaar. 

Wanneer platen langs elkaar schuiven worden aardbevingen veroorzaakt. 

Epicentrum

Het punt aan het aardoppervlak recht boven de plaats waar de aardbeving begonnen is, heet 

het epicentrum.


Het punt zelf, onder het aardoppervlak 

waar de aardbeving begon, heet 

het hypocentrum.

Seismische golven

Vanuit het epicentrum vertrekken seismische golven. De golven zijn trillingen die zich door de aardkorst verplaatsen en ze veroorzaken de schokken. 


Met een seismograaf kan men de magnitude of kracht van de aardbeving meten. Die kracht kan men dan afleiden uit een seismogram.

Seismische golven

Dit is een voorbeeld van een seismograaf die een 

seismogram maakt. Op het moment van de foto

vond er een aardbeving plaats. Dat kan je zien aan 

de kronkels die de naald gemaakt heeft.


Seismologie is de wetenschap van de aardbevingen. Mensen die zich bezighouden met aardbevingen worden seismologen genoemd.

Seismische golven

Seismologen meten en bestuderen aardbevingen.

Het belangrijkste hulpmiddel hiervoor is dus de seismograaf. Die bestaat uit een rol papier die steeds op dezelfde snelheid wordt rondgedraaid. Over de rol papier gaat een pennetje dat de trillingen in de aarde meet. Wanneer er geen of weinig trillingen zijn, tekent de seismograaf een rechte lijn. Bij aardbevingen gaat het pennetje hevig heen en weer. Zo kunnen seismologen zien hoe zwaar een aardbeving geweest is. 

Seismische golven

Tegenwoordig worden ook steeds meer elektrische seismografen gebruikt. Ze werken op dezelfde manier maar het lijntje wordt dan niet op papier getekend maar online geregistreerd.


De kracht van een aardbeving wordt uitgedrukt op de schaal van Richter.

De schaal van Richter

De schaal van Richter

We kunnen dus de magnitude van de aardbevingen verdelen in categorieën.

- lichte aardbeving: Je voelt het meestal niet, alles blijft veilig

- Zwakke tot matige aardbeving: Dingen kunnen licht schudden maar er is weinig schade.

- sterke aardbevingen: Gebouwen kunnen beschadigen en mensen voelen het duidelijk

- Zeer krachtige aardbeving: Veel schade, bruggen en huizen kunnen instorten.

- Extreme aardbevingen: Heel zeldzaam, maar kan hele gebieden verwoesten. 

BUNDEL!

Neem je bundel op pagina 76 en 77.

Maak opdracht 7, 8 en 9.



Spreiding van aardbevingen

Op deze kaart zie je de ver- 

spreiding van de aardbevingen 

tussen 1900 en 2017. 

Hoe donkerder en groter de 

bol, hoe zwaarder de 

aardbeving was.

Wat valt je op?

Spreiding van aardbevingen








Als we de kaart van de aardbevingen vergelijken met de kaart van tektonische platen, zien we dat de aardbevingen vooral op de grenzen van tektonische platen voorkomen. 

BUNDEL!

Neem je bundel op pagina 77.

Maak opdracht 10.



Gevolgen voor mens en natuur

De gevolgen van een aardbeving hangen af van de plaats en de kracht van de aardbeving. Hoe zwaarder de aardbeving, hoe groter de schade.


Aardbevingen op het platteland veroorzaken minder schade dan in de stad. In armere gebieden met oudere en minder kwalitatieve woningen, kunnen aardbevingen veel schade aanrichten. 


Gevolgen voor mens en natuur

Naast schade aan gebouwen kan er ook schade zijn aan infrastructuur.
Bijvoorbeeld aan bruggen, spoorwegen/wegen,  elektriciteitskabels, tunnels, dijken, dammen,...

In de dagen nadien kunnen er ook naschokken zijn. Een naschok is een soort van kleine aardbeving na een grote aardbeving. Deze naschokken zijn vaak klein, maar kunnen soms erg heftig zijn.

Gevolgen voor mens en natuur

Vooral na hele grote aardbevingen kunnen naschokken erg zijn en opnieuw schade veroorzaken. 


Wanneer de naschokken in zeven dagen na de aardbeving plaatsvinden, wordt het gezien als onderdeel van deze aardbeving.
Als het later is dan 7 dagen wordt het gezien als een nieuwe aardbeving. 

Gevolgen voor mens en natuur

Wanneer een aardbeving ontstaat op zee in plaats van op het land, ontstaat er een tsunami. (ook vulkaanuitbarstingen kunnen tsunami's veroorzaken).


 Een tsunami is een reeks extreem hoge en krachtige golven in de zee, meestal veroorzaakt door een zware aardbeving op de zeebodem. Deze golven verplaatsen zich met hoge snelheid en kunnen bij het bereiken van de kust enorme verwoestingen aanrichten. De term komt uit het Japans: tsu (haven) en nami (golf).

Gevolgen voor mens en natuur

Dit is Rikuzentakata 

in Japan waar in 2011 

meer dan 1500 

mensen stierven 

door een

hevige tsunami.


Gevolgen voor mens en natuur

De ravage na het 

wegtrekken van het

water na een 

tsunami is enorm.
Alles wordt 

verwoest.


BUNDEL!

Neem je bundel op pagina 78.

Maak opdracht 11.



De mens anticipeert

Steden in aardbevingsgebieden hebben vaak een waarschuwingssysteem. Bij een aardbeving kan er een alarm afgaan om mensen te waarschuwen om dekking te zoeken.

In deze regio's leert men mensen ook aan waar ze moeten schuilen in zulk geval.

Men houdt er aardbevingsoefeningen.
Ook kinderen op school leren wat ze moeten doen bij een alarm.
Elk jaar hebben ze een aardbevingsoefening op school zoals wij een brandoefening hebben jaarlijks. 


De mens anticipeert

De kwaliteit van huizen speelt ook een grote rol. In rijkere gebieden zoals Japan en California komen vaak aardbevingen voor maar toch is de schade er beperkt doordat de huizen er heel goed gebouwd zijn. 


Bij nieuwere gebouwen in aardbevingsgebieden wordt tijdens het bouwen rekening gehouden met het gevaar. Ze zijn beter bestand tegen aardbevingen. Daarvoor werden verschillende technieken ontwikkeld.

De mens anticipeert

- Een tuned mass damper -> Dit is een groot gewicht boven een hoog gebouw (meestal een stalen bal). Het zou bij aardbevingen in de tegengestelde richting werken van de trillingen en zo het gebouw stabiel houden.


- Sterkere pilaren -> Betonnen pilaren met betonijzer die het schudden en schuiven bij een aardbeving, goed kunnen weerstaan. 

De mens anticipeert

- funderingsisolatie -> Dit is een van de meest effectieve methoden. Het gebouw wordt niet direct op de fundering gebouwd, maar op schokdempers, rubberen kussens,... geplaatst.


- Verder versterkt men gebouwen met stalen balken (x-vorm), gewapend beton,... maar zorgt men ook voor flexibiliteit en goede materiaalkeuze. Hoe zwaarder een gebouw, hoe moeilijker het beweegt.

BUNDEL!

Neem je bundel op pagina 78.

Maak opdracht 12.



Aardbevingen

Op de volgende slide vind je een link naar de website van het rode kruis, naar een pagina waar je heel veel informatie omtrent aardbevingen kan vinden. Open de link en beantwoordt de vragen in je bundel.

BUNDEL!

Neem je bundel op pagina 79.

Maak het kruiswoordraadsel.



GO! Doelen - Aardrijkskunde

AA.091 Illustreren patronen van vulkanen.

     MIA: patronen

     Vulkanen vormen vaak ketens of bogen langs de randen van tektonische platen, waar ze ontstaan door

     bewegingen in de aardkorst.

     

TE HANTEREN BEGRIPPEN: Ring van vuur, de Etna


AA.092 Lokaliseren vulkanen.

     MIA: Lokaliseren
     - in het middellandse zeegebied waaronder de Etna

     - de ring van vuur


GO! Doelen - Aardrijkskunde

AA.093 Beschrijven aardbevingen.

     MIA: aardbevingen

     Epicentrum: Het punt aan het aardoppervlak recht boven de plaats waar de aardbeving begint.

     Seismische golven: trillingen die zich door de aardkorst verplaatsen en de schokken veroorzaken.

     De magnitude of de kracht van de aardbeving wordt afgeleid uit een seismogram. De magnitude

     wordt gemeten op de schaal van richter of op een complexere momentmagnitudeschaal.

     Naschokken: Kleinere schokken die volgen na de hoofdbeving en nog schade kunnen veroorzaken.


TE HANTEREN BEGRIPPEN: de aardbeving, het epicentrum, de seismische golven, de beving, de magnitude, het seismogram, de kracht van de beving.


GO! Doelen - Aardrijkskunde

AA.094 Beschrijven aardbevingen.

     MIA: aardbevingen

     De aardkorst is verdeeld in grote stukken, tektonische platen. Bij de randen van deze platen, de

     plaatgrenzen, gebeurt heel wat:

     - Platen bewegen uit elkaar.

     - Platen botsen en de ene schuift onder de andere, wat bergen of vulkanen kan vormen.

     - Platen schuiven langs elkaar, wat aardbevingen veroorzaakt.


TE HANTEREN BEGRIPPEN: de plaatgrens, verschuiven

GO! Doelen - Aardrijkskunde

AA.095 Beschrijven aardbevingen.

     MIA: aardbevingen

     Mogelijke effecten: naschok, verwoesting, tsunami, aardverschuiving (een tsunami is een reusachtige golf

     die ontstaat door een aardbeving, vulkaanuitbarsting of onderwaterlandschuiving).


TE HANTEREN BEGRIPPEN: de naschok, de verwoesting, de tsunami, de aardverschuiving

GO! Doelen - Aardrijkskunde

AA.096 Illustreren de kracht/magnitude van aardbevingen.

     MIA: kracht/magnitude van aardbevingen

     - lichte aardbeving: Je voelt het meestal niet. Alles blijft veilig.

     - Zwakke tot matige aardbeving: Dingen kunnen licht schudden, maar er is weinig schade.

     - Sterke aardbeving: Gebouwen kunnen beschadigen en mensen voelen het duidelijk.

     - Zeer krachtige aardbeving: Veel schade, bruggen en huizen kunnen instorten.

     - Extreme aardbeving: Heel zeldzaam, maar kan hele gebieden verwoesten.


TE HANTEREN BEGRIPPEN: de verwoesting

GO! Doelen - Aardrijkskunde

AA.097 Analyseren de ruimtelijke spreiding van aardbevingen, vulkanen en bergketens.

     MIA: Situeren aardbevingen

     plaats en gevolg voor mens en natuur

     Analyseren: relatie met de ligging van plaatgrenzen.


AA.098 Illustreren de anticipatie op aardbevingen

     MIA: anticipatie

     technieken bij constructie van gebouwen om schokken op te vangen.

     opvolgen (monitoren) en preventief evacueren

TE HANTEREN BEGRIPPEN: de schade, voorkomen, de evacuatie, de opvolging

GO! Doelen - Aardrijkskunde

AA.099 Geven voorbeelden van anticipatie op aardbevingen.

     

AA.100 Tonen hun kennis van de aardkorst in verschillende contexten.


AA.234 Lezen een kaart.

     MIA: kaart

     analoge en digitale kaarten


AA.247 Tonen hun kennis over zich oriënteren in verschillende contexten. 

     

GO! Doelen - Aardrijkskunde

AA.273 Bedenken aardrijkskundige vragen bij ruimtelijke fenomenen of ontwikkelingen.

     MIA: Aardrijkskundige vragen - vragen in verband met:

     - ruimtelijke posities (wat is het? Waar ligt het?)

     - relaties (waarom ligt het daar?)

     - contrasten

     - interactie op verschillende schalen

     - verandering in de tijd, inclusief de toekomst (Hoe verandert dat?)


AA. 274 Beantwoorden aardrijkskundige vragen bij ruimtelijke fenomenen of ontwikkelingen.