Chapitre 2, 2HV: Tu viens chez moi?

Chapitre 2, 2HV: Tu viens chez moi?
1 / 30
next
Slide 1: Slide
FransVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 2

This lesson contains 30 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 28 min

Items in this lesson

Chapitre 2, 2HV: Tu viens chez moi?

Slide 1 - Slide

De vragen met paarse kleur (extra uitdaging) zijn voor leerlingen die een G hebben behaald voor de formatieve toets.

Slide 2 - Slide

But (het doel)

Herhalen van chapitre 2 . Je gaat oefenen met de -er-werkwoorden, de bijvoeglijke naamwoorden, en de woordenschat . Aan het einde van deze les kun je deze onderdelen goed gebruiken.

Slide 3 - Slide

Wat weet je over het regelmatige werkwoord op -er?

Slide 4 - Mind map

choisis la bonne réponse.
Tu (aimer).....................le fromage ?
A
aime
B
aimer
C
aim
D
aimes

Slide 5 - Quiz

Remplis le verbe:
Vous (aider)..............ma copine?

Slide 6 - Open question

choisis la bonne réponse.
Mes parents (habiter).....................à Paris?
A
habite
B
habitent
C
habitez
D
habitons

Slide 7 - Quiz

Remplis le verbe:
Vous (demander)...........le menu du jour?

Slide 8 - Open question

Remplis le verbe:
Nous (parler)..............avec le serveur.

Slide 9 - Open question

vertaal:
Tu(werkt)............beaucoup à l'école.

Slide 10 - Open question

Remplis le verbe:
Mes parents (travailler)..............dans un café.

Slide 11 - Open question

vertaal:
Nous (zoeken)...........la boulangerie.

Slide 12 - Open question

vertaal:
Ils (reizen).............parfois en train.

Slide 13 - Open question

Wat weet je over het bijvoeglijk naamwoord, denk aan: mannelijk, vrouwelijk, meervoud, enkelvoud

Slide 14 - Mind map

Vul de zinnen aan : let op de plaats en de vorm van het bijvoeglijk naamwoord.
(beau + chanson) Lisa va chanter une ..............................pour moi.

Slide 15 - Open question

Vul de zinnen aan : let op de plaats en de vorm van het bijvoeglijk naamwoord.
(Klein) une ...............soeur................
A
une petit soeur
B
une soeur petite
C
une petite soeur
D
une soeur petite

Slide 16 - Quiz

Vul de zinnen aan : let op de plaats en de vorm van het bijvoeglijk naamwoord.
(grand + gâteau) Mes parents vont acheter un ........................................d'anniversaire.

Slide 17 - Open question

Décris (beschrijf) l'image

Slide 18 - Open question

Vul de zinnen aan : let op de plaats en de vorm van het bijvoeglijk naamwoord.
(groen ogen) J'ai les ....................... ....................
A
yeux vert
B
verts yeux
C
yeux verts

Slide 19 - Quiz

Vul de zinnen aan : let op de plaats en de vorm van het bijvoeglijk naamwoord.
(schattig) un.......................chien ....................
A
un chien adorable
B
un adorable chien

Slide 20 - Quiz

traduis et écris l'adjectif à la bonne place. Tu peux utiliser un dictionnaire.
(groot) deux...................frères......................

Slide 21 - Open question

Décris (beschrijf) ton ami / amie (naam, karakter, hobby's etc) gebruik 30 woorden.
(5 minutes)

Slide 22 - Open question

Hoe ging het?
0100

Slide 23 - Poll

Wat heb je vandaag geleerd?

Slide 24 - Mind map

l'anniversaire
la fille/ le fils unique
le vêtement
les parents
la chambre
rigoler
chercher
regarder la télé
aller en ville
jouer à la console
attendre
ce soir
de ouders
de verjaardag
gamen
naar de stad gaan
vanavond
wachten
het enig kind
het kledingstuk
de slaapkamer
zoeken
lachen
tv-kijken

Slide 25 - Drag question

encore
autre
divorcé(e)
casse-pied
grand(e)
noire
blanc, blanche
nouveau, nouvelle
le lapin
le chat
le hamster
l'oiseau
vervelend
nog
de kat
het konijn
de vogel
de hamster
andere
gescheiden
groot
wit
zwart
nieuw

Slide 26 - Drag question

la poule
la vache
l'animal de compagnie
le frère jumeau
la soeur jumelle
prendre
choisir
dormir
exister
beau, belle
actif, active
adorable
de tweelingbroer
de kip
mooi
bestaan
schattig
actief
de koe
het huisdier
de tweelingzus
kiezen
nemen
slapen

Slide 27 - Drag question

heureusement
sinon
parce que
quelle horreur!
(wat) vreselijk
gelukkig(maar)
anders
omdat

Slide 28 - Drag question

Slide 29 - Drag question

Slide 30 - Drag question