This lesson contains 31 slides, with interactive quizzes and text slides.
Lesson duration is: 80 min
Items in this lesson
Het weer
Ik kan uitleggen waarom een goede weersvoorspelling van belang is.
Ik kan minsten 4 verschillende vormen van neerslag benoemen.
Ik kan op een weerkaart laten zien hoe de wind waait in die situatie.
Ik kan uitleggen hoe wolken ontstaan.
Ik kan aangeven hoe bliksem tot stand komt en wat de goede veiligheidsvoorschriften zijn als het bliksemt.
Slide 1 - Slide
Soorten neerslag
Soorten neerslag
Slide 2 - Slide
Soorten neerslag:
- Regen
-Sneeuw
-Hagel
-Dauw
-Rijp
-Ijzel
(-Mist)
Slide 3 - Slide
Wat is geen vorm van Neerslag
A
Rijp
B
IJzel
C
Dauw
D
Een bevroren vijver
Slide 4 - Quiz
Rijp en dauw zijn twee voorbeelden van neerslag. In welk antwoord staat de juiste fase voor beide?
A
Rijp en dauw zijn beide vast.
B
Rijp en dauw zijn beide vloeibaar.
C
Rijp is vast en dauw is vloeibaar.
D
Rijp is vloeibaar en dauw is vast.
Slide 5 - Quiz
wat voor neerslag zien we hier?
A
ijzel
B
rijp
C
dauw
D
hagel
Slide 6 - Quiz
Vraag 20
Schrijf 4 verschillende soorten neerslag op.
Slide 7 - Open question
Welke neerslag hoort bij welke afbeelding?
Rijp
Sneeuw
Regen
Dauw
IJzel
Hagel
Slide 8 - Drag question
Sleep de neerslag naar de juiste fase.
Vloeibare fase:
Vaste fase:
dauw
hagel
regen
rijp
sneeuw
Slide 9 - Drag question
Hoe werkt een weerkaart?
Isobaren: Lijnen met dezelfde luchtdruk
Liggen isobaren dicht bij elkaar,
-> groot verschil in luchtdruk,
veel wind of zelfs storm
Slide 10 - Slide
Wat is luchtdruk?
Luchtdruk => het gewicht van de lucht dat op de aarde drukt
Meten => barometer
Eenheid => hectopascal (hPa) of in millibar (mbar)
Je hebt hoge drukgebieden en lage drukgebieden
Op de weerkaart te zien => isobaren = alle punten met dezelfde luchtdruk verbonden door een lijn.
Slide 11 - Slide
Hoge druk gebied:
Hoge druk = dalende lucht
Symbool op de kaart = H
Getal > 1000 mbar is H
Welk weertype hoort bij H?
geen bewolking, warm in de zomer en koud in de winter
Laag druk gebied
Lage druk = stijgende lucht
Symbool op de kaart = L
Getal < 1000 mbar = L
Welk weertype hoort bij L?
wolken, neerslag, koel in zomer, zacht in de winter
Isobaar: een lijn op de weerkaart dat punten met gelijke druk met elkaar verbindt
Slide 12 - Slide
Sleep de hoge- en lage luchtdruk naar de juiste plek op de weerkaart
Hoge luchtdruk
Lage luchtdruk
Slide 13 - Drag question
Bij welke letter op de weerkaart stormt het?
A
A
B
B
C
C
D
D
Slide 14 - Quiz
Hiermee kan je luchtdruk meten.
Zo heet een lijn op een weerkaart waar de luchtdruk gelijk is.<div><br></div>
Zo heet de schaal waarop windkracht wordt uitgedrukt.
Dit is een eenheid waarin luchtdruk wordt uitgedrukt.
Beaufort
Barometer
Isobaar
Pascal
Bar
Slide 15 - Drag question
In de weerkaart staan allemaal getallen om de luchtdruk aan te geven. Welke eenheid hoort hierbij?
A
Bar
B
Pascal
C
Kelvin
D
miliBar
Slide 16 - Quiz
Een wolk. Welke fase is dit van water?
A
Vloeibaar
B
Gas
C
Vast
Slide 17 - Quiz
Laagdrukgebied
Hoogdrukgebied
Veel wolken
Veel wind
Droog en onbewolkt
Rustig weer
980 hPa
1030 hPa
Slide 18 - Drag question
Bewolking
Wolken ontstaan uit waterdamp in de lucht.
Lucht koelt af;
De waterdamp condenseert en vormt kleine waterdruppeltjes;
De waterdruppeltjes vormen een wolk.
Wolken en zonnewarmte
Slide 19 - Slide
Hoe ontstaan wolken?
Warme lucht stijgt op uit lage drukgebied en bevat veel waterdamp
Hoger in de lucht is het koud -> dauwpunt wordt bereikt (= punt waarop waterdamp condenseert)->
Vorming druppels en wolken
Slide 20 - Slide
Onstaan van mooiweerwolken
Temperatuur opstijgende luchtbellen niet veel hoger dan de omringende lucht.
Zo’n luchtbel stijgt dan langzaam en bereikt geen grote hoogte.
Hier stroomt de lucht rustig.
Ontstaan buienwolken
Temperatuur opstijgende lucht veel warmer is dan de omringende lucht.
Luchtbellen bereiken een grote hoogte
Je krijgt dan grote wolken met een donkere onderkant.
Boven in de wolken vormen zich ijskristallen. Deze groeien tot ze te zwaar zijn.
Ze vallen dan uit de wolk naar beneden.
Slide 21 - Slide
Vraag 10 Zet de nummers van de zinnen in de juiste volgorde:
1. De warme lucht stijgt op 5. De lucht koelt af tot onder het dauwpunt
2. De waterdamp begint te condenseren
3. De zon verwarmt het aardoppervlak 4. Wolken worden zichtbaar
Slide 22 - Open question
Waar bestaat een wolk uit?
Slide 23 - Open question
1
2
3
4
5
De zon warmt de aarde op en de lucht boven de bodem warmt ook op
Er ontstaan bellen met warme lucht
Doordat de dichtheid kleiner is dan de omringende lucht, stijgen de bellen op
De lucht in de bel zet uit en koelt af, de temperatuur daalt tot onder het dauwpunt
Waterdamp gaat condenseren, er ontstaan stapelwolken
Slide 24 - Drag question
Als lucht snel stijgt en er heel hoge wolken ontstaan, krijg je ijskristallen en waterdruppels die langs elkaar bewegen.
Die wrijving maakt dat deeltjes elektrisch geladen worden.
De ontlading tussen wolk en aarde is de bliksem.
Slide 25 - Slide
Beschermen tegen onweer
Bliksem afleider: Weg bij hoge objecten of Goed geleidende route buiten gebouw om open vlakten
Slide 26 - Slide
Hoe komt het dat de bel opstijgende warme lucht je eerst niet ziet?
A
te weinig waterdamp.
B
wolken zijn nooit laag
C
waterdamp is nog
onzichtbaar
D
er is dan nog geen bel met warme lucht
Slide 27 - Quiz
Waarom is het niet verstandig om onder een boom te schuilen als het onweert?
timer
0:30
Slide 28 - Open question
Tussen verschillende ladingen ontstaat ontlading. Dit gebeurt omdat deeltjes het liefst een neutrale lading hebben, dus wisselen ze onderling lading uit.
Bij bliksem gebeurt dat met een flinke flits!
Slide 29 - Slide
Bescherming
Bliksem slaat in op een hoog punt, bijv. een gebouw of boom
Ben je buiten? Ga dan snel naar binnen, of blijf laag bij de grond.
Hoge gebouwen worden beschermd met bliksemafleiders
Slide 30 - Slide
Door welke eigenschap van onweer is het niet verstandig om te blijven kitesurfen?