Par. 2.4 Het einde van de oorlog

H1 De Eerste Wereldoorlog 1914-1918
Par. 2.4 Het einde van de oorlog
1 / 47
next
Slide 1: Slide
GeschiedenisMiddelbare school

This lesson contains 47 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

Items in this lesson

H1 De Eerste Wereldoorlog 1914-1918
Par. 2.4 Het einde van de oorlog

Slide 1 - Slide

Rusland
Rond 1914 was Rusland de grootste staat op aarde, met een tsaar aan het hoofd.​

Slide 2 - Slide

Rusland
  • Tsaar Nicolaas II​
  • Alleenheerser 

Slide 3 - Slide

Problemen in Rusland
  • Industrialisatie alleen in paar grote steden.​
  • Arbeiders ontevreden over slechte werk- en leefomstandigheden.

Slide 4 - Slide

Problemen in Rusland
  • 80% bevolking was nog boer.​
  • Meeste boeren straatarm.​
  • Boeren werden onderdrukt door adel.


Slide 5 - Slide

Problemen in Rusland
  • Veelvolkerenstaat: veel volkeren voelden zich niet verbonden met de Russen waardoor  veel verzet.​
  • Tsaar was een alleenheerser.​
  • Kritiek werd onderdrukt door de politie en geheime dienst. 

Slide 6 - Slide

Rusland tijdens W.O.I
Slecht leger:​
  • Te weinig wapens (1/3 had geen wapen), nauwelijks training.​
  • Veel nederlagen en dode soldaten.​
  • Veel deserteurs: op 1 januari 1917 opgelopen tot 1,2 miljoen.



Slide 7 - Slide

Rusland tijdens W.O.I
  • Door de oorlog, zaten veel boeren in het leger.​
  • Oogsten mislukten: grote voedseltekorten.​
  • Hongersnood…

Slide 8 - Slide

Russische Revolutie
  • Februari 1917: opstand in Sint-Petersburg van de bevolking.​
  • Het leger weigerde in te grijpen:​geen vertrouwen meer in de tsaar.​
  • De Tsaar had geen macht meer, en trad af. ​
  • Dit was de eerste fase van de Russische Revolutie.. ​

Slide 9 - Slide

  • Onder druk van Engeland en Frankrijk vocht de nieuwe regering door tegen Duitsland.​
  • Fout waarop de communisten (bolsjewieken) hadden gewacht.​
  • Lenin was de leider van de communisten.​
  • Hij wilde een staatsgreep en beloofde: ​

  1. dat hij het land van de rijke grootgrondbezitters zou afpakken en aan de arme boeren geven. ​
  2. dat hij de oorlog tegen Duitsland zou stoppen.​




Slide 10 - Slide

Het volk steunde Lenin

Slide 11 - Slide

  • 24 oktober 1917: Oktoberrevolutie (tweede fase):​
  • in één nacht bezetten de communisten in Sint-Petersburg en Moskou alle belangrijke gebouwen.​
  • De communisten waren nu aan de macht.​
  • De oorlog met Duitsland werd stop gezet.​



Slide 12 - Slide

Welke problemen waren er in Rusland rond 1900? Noem er 2.

Slide 13 - Open question

Waarom ging het niet goed met het Russische leger tijdens W.O.I? Geef 2 redenen.

Slide 14 - Open question

De Februarirevolutie was een communistische revolutie.
A
waar
B
niet waar

Slide 15 - Quiz

Wat was geen oorzaak van de Februarirevolutie?
A
Armoede en honger
B
Onvrede over de tsaar
C
De verliezen in WOI
D
Het communisme

Slide 16 - Quiz

Tijdens welke gebeurtenis treedt Tsaar Nicolaas af?
A
Februarirevolutie
B
Oktoberrevolutie

Slide 17 - Quiz

Tijdens welke revolutie pleegde Lenin een staatsgreep?
A
Februarirevolutie
B
Oktoberrevolutie

Slide 18 - Quiz

Hoe noemen we de eerste revolutie in het jaar 1917
A
Januarirevolutie
B
Februarirevolutie
C
Novemberrevolutie
D
Oktoberrevolutie

Slide 19 - Quiz

Wie krijgt de macht in Rusland na de Februarirevolutie van 1917?
A
De Doema
B
De zoon van de tsaar
C
Lenin
D
De communistische partij

Slide 20 - Quiz

Sleep de onderdelen naar het juiste onderdeel van de Russische revolutie
Lenin neemt de macht
De tsaar wordt afgezet
Communisme wordt ingevoerd
Eigendom wordt afgenomen
het leger hielp de demonstranten
Februari revolutie
Oktoberrevolutie

Slide 21 - Drag question

Einde Eerste Wereldoorlog
  • 11 november 1918 wapenstilstand.​
  • Du. was de grote verliezer en Fr, Eng en VS waren de winnaars.​
  • Het bestaan van Oostenrijk-Hongarije eindigde:​ Oostenrijk, Hongarije, Tsjecho-Slowakije en Joegoslavië.​
  • Duitsers waren ontevreden en teleurgesteld.​
  • Daarnaast gedwongen een vredeverdrag te ondertekenen..




Slide 22 - Slide

Slide 23 - Slide

Einde Eerste Wereldoorlog
  • 1919 leiders van GB, Fa, It, VS kwamen bij elkaar in Versailles:​
  • Du had de oorlog verloren en moest worden gestraft.​
  • Verdrag van Versailles werd opgelegd aan de Duitsers, ze mochten er zelf niet over meepraten (Diktat).


Slide 24 - Slide

Verdrag van Versailles
  • Duitsland moest herstelbetalingen doen (132 miljard): 
  • Duitsland uitschakelen als economische grootmacht. 
  • Bedrag in goud want waardevast.​





Slide 25 - Slide

Verdrag van Versailles
  • Duitsland moest gebieden afstaan: 
  • Frankrijk kreeg Elzas-Lotharingen weer terug. 
  • In het oosten gebied afstaan aan de nieuwe staat Polen.​

Slide 26 - Slide

Verdrag van Versailles
  • Duitsland moest kolonies afstaan: hierdoor was Duitsland geen wereldmacht meer.​
  • Leger mocht maar max. 100.000 soldaten zijn en geen vloot.

Slide 27 - Slide

Verdrag van Versailles
  • Geen Duitse soldaten in het Rijnland (gebied dat grensde aan Frankrijk en België) = demilitarisatie.

Slide 28 - Slide

Volkenbond
President van de VS, W. Wilson wilde oorlog in de toekomst voorkomen. 

Slide 29 - Slide

Volkenbond
  • Ieder volk heeft het recht op een eigen land en een eigen regering. 
  • De kans op oorlog zou kleiner worden.​
  • Er moest een organisatie komen waar volkeren met elkaar kunnen overleggen, i.p.v. oorlog voeren.​
  • De Volkenbond werd opgericht.


Slide 30 - Slide

De Volkenbond mislukte
  1. De VS zelf deed niet mee. ​
  2. Duitsland mocht geen lid worden: verliezer​
  3. Rusland mocht geen lid worden: Rusland was een verrader. ​
  4. De Volkenbond had geen leger dat kon optreden als spanningen tussen landen opliepen.​
De Tweede Wereldoorlog werd niet voorkomen.

Slide 31 - Slide

Pieter Jelles Troelstra​
  • Oprichter van de SDAP en leider socialisten.​
  • Vooral bekend om zijn ‘vergissing’:.
  • Hij wilde net als in Rusland een revolutie.

Slide 32 - Slide

Pieter Jelles Troelstra​
  • In 1918 dacht Troelstra dat Nederland klaar was voor een revolutie.​
  • Revolutiepoging mislukte.​
  • Weinig mensen deden er aan mee.​
  • Politie en leger hadden de situatie snel weer onder controle.

Slide 33 - Slide

Verdrag in Versailles
A
1919
B
1914
C
1918
D
1929

Slide 34 - Quiz

In het Verdrag van Versailles werd afgesproken dat
A
Het Duitse leger niet meer dan 50.000 soldaten mocht hebben
B
Duitsland de helft van z'n grondgebied moest afstaan
C
Het Ruhrgebied moest vrij van Duitse soldaten zijn
D
Duitsland geen herstelbetalingen hoefde te betalen

Slide 35 - Quiz

Wat is geen bepaling in het Verdrag van Versailles?
A
Herstelbetalingen voor Duitsland.
B
Duitsland moet land en kolonies afstaan.
C
Duitsland mag geen leger meer hebben
D
Duitsland moet z'n koloniën afstaan.

Slide 36 - Quiz

Met welk doel werd de Volkenbond opgericht?
A
Om het machtsevenwicht in Europa te behouden.
B
Om alle volken veiligheid te kunnen garanderen zonder oorlog.
C
Om voortaan beter voorbereid te zijn op oorlogen.
D
Om oorlog te voorkomen en conflicten op een vredige manier op te lossen.

Slide 37 - Quiz

Wat is niet waar over de Volkenbond
A
de VS waren geen lid
B
Frankrijk was geen lid
C
Duitsland was geen lid
D
Rusland was geen lid

Slide 38 - Quiz

Een belangrijk speerpunt van de Volkenbond was:
A
Zelfbeschikkingsrecht
B
Genoegdoening
C
Een gezamenlijk leger
D
Machtsevenwicht

Slide 39 - Quiz

Waarom was de Volkenbond niet zo succesvol?
A
De Amerikanen deden niet mee.
B
De afspraken in de Volkenbond waren niet duidelijk.
C
Er was geen goede vergaderplek.
D
De Nederlanders deden niet mee.

Slide 40 - Quiz

Bestudeer de bron. De tekenaar:
1 denkt dat de Volkenbond zal mislukken zonder de VS.
2 heeft kritiek op het feit dat de VS niet meedoen met de Volkenbond.
3 vindt dat Duitsland ook lid zou moeten zijn van de Volkenbond.
4 wil duidelijk maken dat hij een voorstander is van de Volkenbond.

Welke cijfers zijn juist?

A
1 en 2
B
1, 2 en 3
C
2, 3 en 4
D
1 en 4

Slide 41 - Quiz

Wat was de 'vergissing van Troelstra'?
A
Hij dacht dat hij minister-president ging worden
B
Hij dacht dat Nederland klaar was voor een revolutie
C
Hij dacht dat er geen kroonopvolger zou komen voor het koningshuis
D
Hij mistte de zijn kans om een revolutie te starten in Nederland

Slide 42 - Quiz

Zet in chronologische volgorde
De Europese landen mobiliseren hun legers
Ontstaan loopgravenoorlog
Belgische vluchtelingen naar Nederland
Russische revolutie
Duitsland geeft zich over

Slide 43 - Drag question

Examentip
Gebruik geen woorden als IEDEREEN, ALLE, ALLEMAAL, NOOIT, of ALLES.


B.v.: “Iedereen houdt van vakantie”. Deze omschrijving is niet goed! Heel veel mensen houden van vakantie maar er is ook een kleine groep mensen die vakanties haat!





Slide 44 - Slide

Examentip
Gebruik geen begrippen als GOED, SLECHT of TOEN. Leg uit wat er GOED is, wat SLECHT is, wanneer TOEN was.
Dit is een fout antwoord: “Ze vonden dat het allemaal goed was”! 
Wie zijn “ze”, wat is “dat”, wat is “het” wat is dat goede, en het woord “allemaal” zal waarschijnlijk ook niet kloppen.




Slide 45 - Slide

De Duitsers noemden het Verdrag van Versailles een diktat. Waarom? Gebruik in je antwoord het begrip schuld, verlies, verdrag van Versailles, Eerste Wereldoorlog.

Slide 46 - Open question

Slide 47 - Video