Nederlands
Havo 5
Nederlands
Havo 5
Wat voor soort tekstje is dit? Waarom klopt het taalgebruik niet?
Trek ten strijde met deze lijst als kompas door de jungle van schatten en de zee van aanbiedingen
2x brood, de gouden brug tussen honger en geluk
6x appel, de juwelen der fruitschaal
2 pakken koffie, tovenaar die de ochtend wakker kust
8 eieren, kleine schatkisten vol verborgen mogelijkheden
2 zakken chips, de knisperende soundtrack van een relaxte avond
Chocola, omhelzing voor de zware momenten
Wat was dat voor tekst en waarom klopte het taalgebruik niet?
Wat gaat er hier mis qua taalgebruik?
Wanneer zou je dit taalgebruik wél gebruiken?
In wat voor teksten zie je dit soort taalgebruik?
Poëzie en literatuur
Reclame
Krantenartikelen
(Politieke) toespraken
Comedy
…
‘It’s like a maze. It goes on and on.’
‘Taal is als een zelfopgelegde handicap.’
Beeldspraken
en
stijlfiguren
Beeldspraken: figuurlijk (niet-letterlijk) taalgebruik
Stijlfiguren: taalgebruik waarmee je woorden extra betekenis geeft of waarmee je een bepaalde sfeer oproept.
Onderdeel van SE1:
-spelling
-formuleren
-beeldspraken en stijlfiguren
Doelen
-Je kent het verschil tussen beeldspraken en stijlfiguren
-Je kent de zes beeldspraken
-Je kunt de zes beeldspraken uit elkaar houden en aanwijzen in voorbeeldzinnen
-Je kunt een saai tekstje herschrijven en beeldspraken toevoegen.
Beeldspraak
Als je beeldspraak gebruikt, benoem je iets/iemand (= werkelijkheid) niet direct, maar gebruik je een ‘beeld’ om iets/iemand te typeren.
Twee hoofdvormen:
Metafora
Metonymia
Vergelijking met verbindingswoord
Je vergelijkt iets met iets anders omdat er overeenkomst is. Het beeld wordt ingeleid door ‘als’ of een ander verbindingswoord.
Lachen als een boer die kiespijn heeft.
Soms is taal echt hogere wiskunde.
Hij ging er als een haas vandoor.
Je kamer lijkt wel een kloostercel.
Metafora:
Zuivere metafoor
Je geeft iets de naam van iets anders omdat er overeenkomst is
De werkelijkheid wordt niet genoemd en moet je er zelf bij denken!
Kijk de zon gaat onder, het meer staat in brand.
Dat schaap heeft zich laten beetnemen.
Wat zit jij mistig te kijken.
https://youtu.be/NKl7MNXTYrE?si=qPnKS7oASCsEZEin
https://youtu.be/EGTNM3xB2g4?feature=shared
Metafora:
Personificatie
Iets wordt voorgesteld als een levend mens.
De wind floot door de takken. (=geluid maken dat klinkt als…)
Roken heeft mijn hart gestolen. (=heeft mij verslaafd gemaakt)
Soms lacht de toekomst je toe. (= ziet er positief uit)
personificatie
https://youtu.be/Hlt7dg3GLyw?si=cAPXSRkwtwOHvSao
Metafora:
Synesthesie
Een synesthesie is een combinatie van indrukken van verschillende zintuigen.
Schreeuwende kleuren (horen + zien)
Een warme stem (voelen + horen)
Bittere woorden (proeven + horen)
Metonymia
Verschil metafoor – metonymia
-metafora: er is een overeenkomst, het een lijkt op het ander
-metonymia: er is een andere relatie, maar geen overeenkomst
Zie voorbeelden op de volgende dia’s.
https://youtu.be/IU7oSmPHnr0?si=Q8YhP_qqm-CRcWlE
Metonymia
Metonymia
Je noemt een deel in plaats van het geheel
Even de neuzen tellen
Geef me de vijf, zei de vrouw
Metonymia
Je noemt het geheel in plaats van een deel
Nederland won de wedstrijd van Spanje met 5-1
Metonymia
Je noemt het materiaal in plaats van het product dat daarvan gemaakt is
Hij schoot het leer (de bal) in de touwen (het doel).
Metonymia:
Je noemt de maker van het product in plaats van het product zelf
Er zijn in Rome drie Rembrandts gestolen.
(schilderijen van de schilder Rembrandt)
Metonymia
Je noemt een stuk serviesgoed in plaats van wat erin zit
Gisteren dronk hij een glaasje te veel.
Je noemt de merknaam in plaats van het product of de productieplaats
Doe mij maar een Spa.
Hou jij van de Chinese keuken?
Beeldspraken: metafora en metonymia
De herkomst van de kapsalon: metafoor of metonymia?
De herkomst van de kapsalon: metafoor of metonymia?
Metonymia: de kapsalon is vernoemd naar de plek waar hij bedacht is.
Hij lijkt niet op een kapsalon. Geen overeenkomst, dus geen metafoor.
Welke beeldspraak? Noteer ook wat er letterlijk bedoeld wordt. Kies uit: vergelijking met verbindingswoord, zuivere metafoor, personificatie, synesthesie en metonymia: 'Hoe heb je ooit met die ezel kunnen samenwerken?'
Welke beeldspraak? Noteer ook wat er letterlijk bedoeld wordt. Kies uit: vergelijking met verbindingswoord, zuivere metafoor, personificatie, synesthesie en metonymia: 'Hij sprak bittere woorden.'
Welke beeldspraak? Noteer ook wat er letterlijk bedoeld wordt. Kies uit: vergelijking met verbindingswoord, zuivere metafoor, personificatie, synesthesie en metonymia: 'In Den Haag lopen allemaal stropdassen.'
Welke beeldspraak? Noteer ook wat er letterlijk bedoeld wordt. Kies uit: vergelijking met verbindingswoord, zuivere metafoor, personificatie, synesthesie en metonymia: 'Hoge bomen vangen veel wind.'
Welke beeldspraak? Noteer ook wat er letterlijk bedoeld wordt. Kies uit: vergelijking met verbindingswoord, zuivere metafoor, personificatie, synesthesie en metonymia: 'Het gevaar loert op elke straathoek.'
Welke beeldspraak? Noteer ook wat er letterlijk bedoeld wordt. Kies uit: vergelijking met verbindingswoord, zuivere metafoor, personificatie, synesthesie en metonymia: 'Jouw zusje is altijd het zonnetje in huis.'
Welke beeldspraak? Noteer ook wat er letterlijk bedoeld wordt. Kies uit: vergelijking met verbindingswoord, zuivere metafoor, personificatie, synesthesie en metonymia: 'Die muzikant heeft een donkere stem.'
Welke beeldspraak? Noteer ook wat er letterlijk bedoeld wordt. Kies uit: vergelijking met verbindingswoord, zuivere metafoor, personificatie, synesthesie en metonymia: 'Na de wedstrijd moest de scheidsrechter de kemphanen uit elkaar trekken.'
Welke beeldspraak? Kies uit: vergelijking met of zonder als, metafoor, personificatie, synesthesie en metonymia
1. Hoe heb je ooit met die ezel kunnen samenwerken?
2. Hij sprak bittere woorden.
3. In Den Haag lopen allemaal stropdassen.
4. Hoge bomen vangen veel wind.
5. Het gevaar loert op elke straathoek.
6. De koekjes verleiden ons met hun geur.
7. Mijn zusje is altijd het zonnetje in huis.
8. Die muzikant heeft een donkere stem.
9. Na de wedstrijd moest de scheidsrechter de kemphanen uit elkaar trekken.
Welke beeldspraak?
1. Hoe heb je ooit met die ezel kunnen samenwerken? METAFOOR
2. Hij sprak bittere woorden. SYNESTHESIE
3. In Den Haag lopen allemaal stropdassen. METONYMIA
4. Hoge bomen vangen veel wind. METAFOOR
5. Het gevaar loert op elke straathoek. PERSONIFICATIE
6. De koekjes verleiden ons met hun geur. PERSONIFICATIE
7. Mijn zusje is altijd het zonnetje in huis. VERGELIJKING (zonder als).
8. Die muzikant heeft een donkere stem. SYNESTHESIE
9. Na de wedstrijd moest de scheidsrechter de kemphanen uit elkaar trekken. METAFOOR
Beeldspraak: noteer in je schrift
Een vergelijking over iemand die langzaam loopt.
Een metafoor van een kamer die op een zwijnenstal lijkt.
Een personificatie met de wind erin.
Een metoniem over het Nederlands voetbalelftal.
Text
Text
Beeldspraak: noteer in je schrift
Een vergelijking over iemand die langzaam loopt.
>> hij loopt zo langzaam als een schildpad
Een metafoor van een kamer die op een zwijnenstal lijkt.
>> hij bleef lekker liggen in zijn zwijnenstal.
Een personificatie met de wind erin.
>> De wind joeg ons naar binnen.
Een metoniem over het Nederlands voetbalelftal.
>> Oranje scoorde in de laatste minuut.
Text
Text