Beeldspraken

Nederlands

Havo 5

1 / 39
next
Slide 1: Slide
New lesson editorNederlandsVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 5

This lesson contains 39 slides, with interactive quizzes and text slides.

Report this lesson

Items in this lesson

Nederlands

Havo 5

Wat voor soort tekstje is dit? Waarom klopt het taalgebruik niet?

  • Trek ten strijde met deze lijst als kompas door de jungle van schatten en de zee van aanbiedingen


  • 2x brood, de gouden brug tussen honger en geluk

  • 6x appel, de juwelen der fruitschaal

  • 2 pakken koffie, tovenaar die de ochtend wakker kust

  • 8 eieren, kleine schatkisten vol verborgen mogelijkheden

  • 2 zakken chips, de knisperende soundtrack van een relaxte avond

  • Chocola, omhelzing voor de zware momenten

Wat was dat voor tekst en waarom klopte het taalgebruik niet?

Wat gaat er hier mis qua taalgebruik?


Wanneer zou je dit taalgebruik wél gebruiken?

In wat voor teksten zie je dit soort taalgebruik?

  • Poëzie en literatuur

  • Reclame

  • Krantenartikelen

  • (Politieke) toespraken

  • Comedy

  • …



‘It’s like a maze. It goes on and on.’

‘Taal is als een zelfopgelegde handicap.’

Beeldspraken
en
stijlfiguren

  • Beeldspraken: figuurlijk (niet-letterlijk) taalgebruik


  • Stijlfiguren: taalgebruik waarmee je woorden extra betekenis geeft of waarmee je een bepaalde sfeer oproept.


  • Onderdeel van SE1:

  • -spelling

  • -formuleren

  • -beeldspraken en stijlfiguren

Doelen

  • -Je kent het verschil tussen beeldspraken en stijlfiguren

  • -Je kent de zes beeldspraken

  • -Je kunt de zes beeldspraken uit elkaar houden en aanwijzen in voorbeeldzinnen

  • -Je kunt een saai tekstje herschrijven en beeldspraken toevoegen.


Beeldspraak

  • Als je beeldspraak gebruikt, benoem je iets/iemand (= werkelijkheid) niet direct, maar gebruik je een ‘beeld’ om iets/iemand te typeren.


  • Twee hoofdvormen:

  • Metafora

  • Metonymia



  •  

Vergelijking met verbindingswoord

  • Je vergelijkt iets met iets anders omdat er overeenkomst is. Het beeld wordt ingeleid door ‘als’ of een ander verbindingswoord.


  • Lachen als een boer die kiespijn heeft.

  • Soms is taal echt hogere wiskunde.
    Hij ging er als een haas vandoor.
    Je kamer lijkt wel een kloostercel.



Metafora:
Zuivere metafoor

  • Je geeft iets de naam van iets anders omdat er overeenkomst is

  • De werkelijkheid wordt niet genoemd en moet je er zelf bij denken!

  • Kijk de zon gaat onder, het meer staat in brand.
    Dat schaap heeft zich laten beetnemen.
    Wat zit jij mistig te kijken.


  • https://youtu.be/NKl7MNXTYrE?si=qPnKS7oASCsEZEin




https://youtu.be/EGTNM3xB2g4?feature=shared

Metafora:
Personificatie

  • Iets wordt voorgesteld als een levend mens.


  • De wind floot door de takken. (=geluid maken dat klinkt als…)
    Roken heeft mijn hart gestolen. (=heeft mij verslaafd gemaakt)
    Soms lacht de toekomst je toe. (= ziet er positief uit)

personificatie

https://youtu.be/Hlt7dg3GLyw?si=cAPXSRkwtwOHvSao


Metafora:
Synesthesie

  • Een synesthesie is een combinatie van indrukken van verschillende zintuigen.

  • Schreeuwende kleuren (horen + zien)
    Een warme stem (voelen + horen)
    Bittere woorden (proeven + horen)

Metonymia

  • Verschil metafoor – metonymia

  • -metafora: er is een overeenkomst, het een lijkt op het ander

  • -metonymia: er is een andere relatie, maar geen overeenkomst


  • Zie voorbeelden op de volgende dia’s.


  • https://youtu.be/IU7oSmPHnr0?si=Q8YhP_qqm-CRcWlE



Metonymia











Metonymia
Je noemt een deel in plaats van het geheel

  • Even de neuzen tellen

  • Geef me de vijf, zei de vrouw

Metonymia
Je noemt het geheel in plaats van een deel

  • Nederland won de wedstrijd van Spanje met 5-1

Metonymia
Je noemt het materiaal in plaats van het product dat daarvan gemaakt is

  • Hij schoot het leer (de bal) in de touwen (het doel).

Metonymia:
Je noemt de maker van het product in plaats van het product zelf

  • Er zijn in Rome drie Rembrandts gestolen.

  • (schilderijen van de schilder Rembrandt)

Metonymia
Je noemt een stuk serviesgoed in plaats van wat erin zit


  • Gisteren dronk hij een glaasje te veel.


Je noemt de merknaam in plaats van het product of de productieplaats

  • Doe mij maar een Spa.

  • Hou jij van de Chinese keuken?

Beeldspraken: metafora en metonymia

De herkomst van de kapsalon: metafoor of metonymia?

De herkomst van de kapsalon: metafoor of metonymia?

  • Metonymia: de kapsalon is vernoemd naar de plek waar hij bedacht is.


  • Hij lijkt niet op een kapsalon. Geen overeenkomst, dus geen metafoor.

Welke beeldspraak? Noteer ook wat er letterlijk bedoeld wordt. Kies uit: vergelijking met verbindingswoord, zuivere metafoor, personificatie, synesthesie en metonymia: 'Hoe heb je ooit met die ezel kunnen samenwerken?'

Welke beeldspraak? Noteer ook wat er letterlijk bedoeld wordt. Kies uit: vergelijking met verbindingswoord, zuivere metafoor, personificatie, synesthesie en metonymia: 'Hij sprak bittere woorden.'

Welke beeldspraak? Noteer ook wat er letterlijk bedoeld wordt. Kies uit: vergelijking met verbindingswoord, zuivere metafoor, personificatie, synesthesie en metonymia: 'In Den Haag lopen allemaal stropdassen.'

Welke beeldspraak? Noteer ook wat er letterlijk bedoeld wordt. Kies uit: vergelijking met verbindingswoord, zuivere metafoor, personificatie, synesthesie en metonymia: 'Hoge bomen vangen veel wind.'

Welke beeldspraak? Noteer ook wat er letterlijk bedoeld wordt. Kies uit: vergelijking met verbindingswoord, zuivere metafoor, personificatie, synesthesie en metonymia: 'Het gevaar loert op elke straathoek.'

Welke beeldspraak? Noteer ook wat er letterlijk bedoeld wordt. Kies uit: vergelijking met verbindingswoord, zuivere metafoor, personificatie, synesthesie en metonymia: 'Jouw zusje is altijd het zonnetje in huis.'

Welke beeldspraak? Noteer ook wat er letterlijk bedoeld wordt. Kies uit: vergelijking met verbindingswoord, zuivere metafoor, personificatie, synesthesie en metonymia: 'Die muzikant heeft een donkere stem.'

Welke beeldspraak? Noteer ook wat er letterlijk bedoeld wordt. Kies uit: vergelijking met verbindingswoord, zuivere metafoor, personificatie, synesthesie en metonymia: 'Na de wedstrijd moest de scheidsrechter de kemphanen uit elkaar trekken.'



Welke beeldspraak? Kies uit: vergelijking met of zonder als, metafoor, personificatie, synesthesie en metonymia

1. Hoe heb je ooit met die ezel kunnen samenwerken?

2. Hij sprak bittere woorden.

3. In Den Haag lopen allemaal stropdassen.

4. Hoge bomen vangen veel wind.

5. Het gevaar loert op elke straathoek.

6. De koekjes verleiden ons met hun geur. 

7. Mijn zusje is altijd het zonnetje in huis.

8. Die muzikant heeft een donkere stem.

9. Na de wedstrijd moest de scheidsrechter de kemphanen uit elkaar trekken.






Welke beeldspraak?

1. Hoe heb je ooit met die ezel kunnen samenwerken? METAFOOR

2. Hij sprak bittere woorden. SYNESTHESIE

3. In Den Haag lopen allemaal stropdassen. METONYMIA

4. Hoge bomen vangen veel wind. METAFOOR

5. Het gevaar loert op elke straathoek. PERSONIFICATIE

6. De koekjes verleiden ons met hun geur. PERSONIFICATIE 

7. Mijn zusje is altijd het zonnetje in huis. VERGELIJKING (zonder als).

8. Die muzikant heeft een donkere stem. SYNESTHESIE

9. Na de wedstrijd moest de scheidsrechter de kemphanen uit elkaar trekken. METAFOOR



Beeldspraak: noteer in je schrift

  • Een vergelijking over iemand die langzaam loopt.

  • Een metafoor van een kamer die op een zwijnenstal lijkt.

  • Een personificatie met de wind erin.

  • Een metoniem over het Nederlands voetbalelftal.


Text

Text

Beeldspraak: noteer in je schrift

  • Een vergelijking over iemand die langzaam loopt.

  • >> hij loopt zo langzaam als een schildpad

  • Een metafoor van een kamer die op een zwijnenstal lijkt.

  • >> hij bleef lekker liggen in zijn zwijnenstal.

  • Een personificatie met de wind erin.

  • >> De wind joeg ons naar binnen.

  • Een metoniem over het Nederlands voetbalelftal.

  • >> Oranje scoorde in de laatste minuut.


Text

Text