2HV - tener que

Programa
1. Clases anteriores
2. Tener
3. Tener + que
4. Trabajamos
5. Deberes
1 / 15
next
Slide 1: Slide
SpaansMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 2

This lesson contains 15 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

Programa
1. Clases anteriores
2. Tener
3. Tener + que
4. Trabajamos
5. Deberes

Slide 1 - Slide

Clases anteriores
werkwoord 'ir'
futuro
la hora
Los números hasta un millón

Slide 2 - Slide

tener = hebben
yo
tengo
tienes
él/ella/usted
tiene
nosotros
tenemos
vosotros
tenéis
ellos/ellas/ustedes
tienen

Let op:

bij leeftijd ALTIJD het werkwoord tener gebruiken

Slide 3 - Slide

1. Yo (tener) _______ 14 años.

Slide 4 - Open question

2. Mis padres (tener) _______ 3 gatos.

Slide 5 - Open question

3.Juan y tú (tener) _______ muchos amigos.

Slide 6 - Open question

4. Susana y yo (tener) dos hijos.

Slide 7 - Open question

5. Paco (tener) ganas de comer.

Slide 8 - Open question

Tener + que + heel  werkwoord
= moeten

Slide 9 - Slide

TENER + QUE
Tener (hebben)
tener + que = moeten

REGEL:  tener + que + HEEL WERKWOORD (infinitief)

bv: tengo que ir al campo de fútbol 
(ik moet naar het voetbalveld gaan) 
>> letterlijk zeg je :
TENGO     QUE                            IR          AL CAMPO DE FÚTBOL
 Ik heb     de verplichting om te   gaan       naar het voetbalveld

Slide 10 - Slide

vervoegen...
yo tengo que  (ik moet)
tu tienes que  (jij moet)
él, ella, usted tiene que (hij, zij, u moet)
nosotros tenemos que (wij moeten)
vosotros tenéis que (jullie moeten)
ellos, ellas usted tienen que (zij moeten, u moet)
....gevolgd door nog een ander heel werkwoord.

Slide 11 - Slide

tener que --> wederkerend ww
Het wederkerende deel komt altijd óf ACHTERAAN óf VOORAAN te staan.

vb.: Ik moet opstaan (opstaan = levantarse)

Tengo que levantarme 
 óf 
 Me tengo que levantar

Slide 12 - Slide

Maak nu 2 zinnen met gebruik van
tener + que + heel werkwoord

Slide 13 - Open question

Trabajamos
Maak de opdrachten in classroom.
Daarna maak je DEZE online opdracht. 

Slide 14 - Slide

Deberes
Estudiar:
werkwoord 'ir'
futuro
la hora
Los números hasta un millón
Tener + que

Slide 15 - Slide