Annette werkt als caissière bij de dierentuin. Dat doet ze elk jaar van 1 maart tot 1 november. In de maanden daartussen is het minder druk en zijn er minder caissières nodig. In die maanden heeft ze andere jaren bij een restaurant gewerkt, maar dat is het afgelopen jaar van eigenaar gewisseld en daar kan ze nu niet meer aan de slag. Ze is driftig op zoek naar werk. Hoe heet deze situatie?
A
conjuncturele werkloosheid
B
structurele werkloosheid
C
seizoenswerkloosheid
D
frictiewerkloosheid
Slide 13 - Quiz
Op dit moment zie je dat er veel lege winkelpanden in Heerlen zijn. Veel winkels hebben concurrentie van internetshops en moeten hun deuren sluiten. Hierdoor zijn veel werknemers in de detailhandel werkloos geworden. Hoe noem je deze vorm van werkloosheid?
A
Conjuncturele werkloosheid
B
Structurele werkloosheid
C
seizoenswerkloosheid
D
frictiewerkloosheid
Slide 14 - Quiz
Een grote led-lampenfabriek heeft de hele productie verhuisd naar een Oostblokland. De lonen zijn daar lager, waardoor de productiekosten lager zijn en de verkoopprijs naar beneden kan, maar de winst groter wordt. De werknemers zijn zo veel mogelijk via natuurlijk verloop afgevloeid. Een klein deel van de werknemers is gedwongen ontslagen. Is hier nu sprake van werkloosheid?
A
Nee, er is geen sprake van ernstige werkloosheid want de meeste werknemers hebben weer werk.
B
Ja, er is sprake van structurele, kwalitatieve werkloosheid, want de opleiding en ervaring van de ontslagen werknemers sluit niet aan op de vacante vacatures.
C
Ja, er is sprake van structurele, kwantitatieve werkloosheid, want er is blijvend werkgelegenheid verdwenen doordat de fabriek naar het buitenland is verplaatst.
D
Ja, er is sprake van conjuncturele werkloosheid voor de werknemers die ontslagen zijn, want doordat ze nu een uitkering krijgen, hebben ze minder te besteden.
Slide 15 - Quiz
Wie heeft een rol bij het bestrijden van structurele werkloosheid?
Slide 16 - Open question
Hoe kan functionele mobiliteit bijdragen aan het bestrijden van seizoenswerkloosheid?
Slide 17 - Open question
Slide 18 - Slide
Slide 19 - Slide
Slide 20 - Slide
Slide 21 - Slide
Slide 22 - Slide
Slide 23 - Slide
Slide 24 - Slide
Slide 25 - Slide
Slide 26 - Video
Welke 21e eeuwse vaardigheden wil je nog ontwikkelen?
Slide 27 - Mind map
Verwerkingsopdrachten
Boek: hoofdstuk 2: opdracht 8, 9 10, 11, 12, 14 en 15 SPL: opdracht 360, 308, 3024 en 218