les 5 en 6

Les 5: Hygiëne en Ziektepreventie
Leerdoel: Studenten kennen hygiëneprotocollen en kunnen deze toepassen.
1 / 15
next
Slide 1: Slide
WelzijnMBOStudiejaar 2,3

This lesson contains 15 slides, with interactive quiz and text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

Les 5: Hygiëne en Ziektepreventie
Leerdoel: Studenten kennen hygiëneprotocollen en kunnen deze toepassen.

Slide 1 - Slide

Wat is Hygiëne?
Hygiëne verwijst naar praktijken die gericht zijn op het behouden van gezondheid en het voorkomen van ziekten, met de nadruk op persoonlijke verzorging en schoonmaken.


Slide 2 - Slide

Handhygiëne
Het regelmatig wassen van de handen met water en zeep helpt de verspreiding van ziektekiemen en infecties te voorkomen.

Slide 3 - Slide

Schoon en veilig werken
Hygiënisch werken
Protocollen > staat in volgens welke stappen je moet werken.
Schoonmaken > belangrijke taak die je (vaak) zelf moet uitvoeren. 

Je moet ook weten hoe je het op de juiste manier doet aangezien je ook schoonmakers moet kunnen aansturen.

Slide 4 - Slide

Veilig bewaren

Schoonmaakmiddelen moet je veilig bewaren. Kinderen mogen niet per ongeluk schoonmaakmiddelen binnenkrijgen.

Waar moet je aan denken bij het veilig bewaren van schoonmaakmiddelen?

Slide 5 - Slide

Taken Pedagogisch Professional
  • Ziekte herkennen: Signalen van koorts, uitslag, vermoeidheid.
  • Besmetting voorkomen: Handhygiëne, speelgoed schoonmaken, hoest- en nieshygiëne.
  • Beleid volgen: Weten wanneer een kind naar huis moet of kan blijven.
  • Ouders informeren: Duidelijke communicatie over symptomen en beleid.
  • Extra zorg bieden: Troosten, rustplek creëren, goed drinken aanbieden.
  • GGD inschakelen: Bij besmettelijke uitbraken of risico's voor kwetsbare kinderen.

Slide 6 - Slide

Slide 7 - Slide

 Opdracht
Maak  een Hygiëneprotocol voor jouw praktijk.

Slide 8 - Slide

Les 6 Sociaal-emotioneel welzijn
 Leerdoel: Studenten begrijpen de relatie tussen welzijn en gezondheid.

Slide 9 - Slide

Wat zijn emoties?
Emoties zijn gevoelens zoals blij, verdrietig, boos en bang. Ze zijn normaal en horen bij het opgroeien.

Slide 10 - Slide

Stress bij kinderen
Stress is spanning in het lichaam door situaties zoals ruzie, verandering of te veel prikkels.

Slide 11 - Slide

Welk gedrag kan je waarnemen bij stress op cognitief, sociaal en emotioneel gebied?

Slide 12 - Open question

Cognitieve signalen
• KDV: Snel afgeleid
• KDV: Moeite met opdrachten
• BSO: Taken niet afmaken
• BSO: Vergeetachtig of chaotisch

Sociale signalen
• KDV: Vastklampen aan PP’er
• KDV: Weinig samenspel
• BSO: Prikkelbaar contact
• BSO: Terugtrekgedrag of ruzies

Emotionele signalen
• KDV: Veel huilen
• KDV: Boze buien
• BSO: Angstig of piekeren
• BSO: Snel boos of verdrietig

Slide 13 - Slide

Positief omgaan met emoties/stress
  1. Normaliseer emoties: Alle gevoelens zijn oké; gedrag begrens je. “Je mag boos zijn, ik help je.”
  2. Benoem wat je ziet: Geef woorden aan emoties. “Ik zie dat je schrikt / blij bent / teleurgesteld bent.”
  3. Blijf nabij en rustig: Jonge kinderen hebben co-regulatie nodig. “Ik blijf bij je terwijl je verdrietig bent.”
  4. Maak de dag voorspelbaar: Routines en visuele planning verminderen stress.
  5. Geef kleine keuzes: Meer autonomie = minder frustratie.
  6. Bied verschillende uitlaatkleppen: Tekenen, spelen, bouwen, rollenspel, emotiekaartjes.
  7. Leg eenvoudige lichaamssignalen uit: “Je hart klopt snel, misschien ben je geschrokken?”
  8. Erken eerst, corrigeer daarna:   “Dat is lastig hè? Zullen we samen een oplossing bedenken?”
  9. Leer stap voor stap oplossen:  Wat gebeurt er? Hoe voel jij je? Wat kunnen we doen?
  10. Wees zelf het voorbeeld: Rustige toon, duidelijke grenzen, voorspelbare reacties.

  • Luister, benoem gevoelens en bied veiligheid. Zo help je kinderen ontwikkelen.

Slide 14 - Slide

Opdracht
Ontwerp een spel/activiteit om emoties bespreekbaar te maken.

Slide 15 - Slide