Housekeeping - deel 2 - 5AWZW1

Housekeeping
Deel 2 - vanaf pg. 13 in bundel 
(vanaf dagverloop)
1 / 49
next
Slide 1: Slide
HousekeepingVocational Education

This lesson contains 49 slides, with interactive quizzes, text slides and 6 videos.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Housekeeping
Deel 2 - vanaf pg. 13 in bundel 
(vanaf dagverloop)

Slide 1 - Slide

Dagindeling
  1. manager deelt werkfiches uit
  2.  bekijken welke en hoeveel kamers poetsen
  3. gemiddeld 20 - 30min. per kamer
  4. Tussen 13 en 17 kamers per dag

Strak schema = goede planning en efficiëntie

Slide 2 - Slide

Trolley van de Room Attendant

Slide 3 - Slide

Slide 4 - Video

Schoonmaken

Schoonmaakbenodigdheden

Slide 5 - Slide

OPDRACHT stappenplan pg. 16

Slide 6 - Slide

Slide 7 - Slide

Reinigen - 4 technieken
  • plooien van schoonmaakdoekjes
  • plooien van toiletpapier
  • Sinnercirkel
  • reinigen van vloeren 

Slide 8 - Slide

plooien van schoonmaakdoek

Slide 9 - Slide

Slide 10 - Video

Kleuren schoonmaakdoekjes
De algemene geldende kleurcodes schoonmaak zijn als volgt:
(Wit: Algemeen)
Rood: Sanitair
Blauw: Interieur
(Groen: Vloeren)
Geel: Keuken/desinfectie

Slide 11 - Slide

wc-papier plooien

Slide 12 - Slide

Slide 13 - Video

Wat kun je nog vertellen over de Sinnercirkel?

Slide 14 - Open question

Sinnercirkel - Cirkel van Sinner
Reinigen en schoonmaken hangen af van vier factoren.
Vier factoren worden voorgesteld in de Sinner-cirkel


vier factoren
  1. tijd
  2. chemie
  3. temperatuur
  4. mechanische handeling

Slide 15 - Slide

Een douchebak kan op twee manieren handmatig worden schoongemaakt: met een klamvochtige doek of met een schuurspons.
Welke factor uit de cirkel van Sinner zal kleiner worden bij het gebruik van een schuurspons ipv. een klamachtige doek?
A
Chemie
B
Kracht
C
Temperatuur
D
Tijd

Slide 16 - Quiz

Kies een juiste factor van de Sinnercirkel.
Je terras schoonmaken met een hogedrukreiniger.
A
Chemische werking
B
Mechanische werking

Slide 17 - Quiz

Kies een juiste factor van de Sinnercirkel.
Een stevig ontvetter gebruiken
A
Chemische werking
B
tijd

Slide 18 - Quiz

Kies een juiste factor van de Sinnercirkel.
De was vooral laten weken.
A
temperatuur
B
tijd

Slide 19 - Quiz

Oefening 
Casus 1 + 2 
Pg. 19 in bundel

Slide 20 - Slide

Dweilen
S-beweging

Slide 21 - Slide

Slide 22 - Video

basisprincipes poetsen
Basisprincipes poetsen

Slide 23 - Slide

Systematische aanpak
  • vaste volgorde
  • efficiënt en gestructureerd
  • OVUR-methode 

Slide 24 - Slide

Wat is OVUR nu alweer? 

Slide 25 - Slide

Oriënteren - observeren
  • kamer betreden
  • lichten aan
  • gordijnen openen
  • defecten controleren 

Slide 26 - Slide

Voorbereiden
  • bedlinnen afnemen
  • vuile handdoeken verzamelen
  • vuilnis verwijderen
  • vuilbakken leegmaken
  • intrekproducten aanbrengen
  • hoge oppervlakten afstoffen

Slide 27 - Slide

Uitvoeren - schoonmaken
  • badkamer reinigen (stappenplan)
  • badkamerproducten aanvullen
  • handdoeken aanvullen
  • alles volgens basisprincipes (4) 

Slide 28 - Slide

Uitvoeren - klaarzetten
  • benodigdheden aanvullen
  • voorbeelden?
  • bed opmaken
  • vloer schoonmaken 

Slide 29 - Slide

reflecteren - zelfcontrole
  • kamer controleren
  • technische mankementen melden
  • her-organisatie trolley
  • naar volgende kamer

Slide 30 - Slide

Hotelkamer betreden
  • gast aanwezig 
  • gast niet aanwezig
  • "niet storen"  

PRIVACY!!

Slide 31 - Slide

Slide 32 - Video

Wat is de eerste stap bij het opmaken van een bed?
A
Materialen klaarleggen
B
Hulp vragen om samen een bed op te maken
C
Handschoenen aantrekken

Slide 33 - Quiz

Wat hoort er bij je ‘bed opmaken’?
A
Raam dicht
B
Gordijnen open
C
Dekbed recht leggen
D
Lamp uitdoen

Slide 34 - Quiz

Slide 35 - Slide

Slide 36 - Video

Slide 37 - Slide

Stay over
Check-out
Onderhouden van de kamer
Grondige reiniging
bed volledig verschonen
Bed verversen na 2 dagen
Afval uit vuilbak verwijderen

Slide 38 - Drag question

Belang van communicatie
Non-verbaal communicatie 
Verbale communicatie

  • F.O. en HK
  • T.D. en HK
  • F&B en HK
  • Sales&Marketing en HK

Slide 39 - Slide

Welke vaardigheden heb je nodig om goed te kunnen communiceren?

Slide 40 - Open question

Communiceren
  • respectvol
  • Actief luisteren
  • mening geven
  • Omgaan met je emoties
  • Converseren
  • Lezen/Schrijven
De juiste communicatiemiddelen kiezen

Slide 41 - Slide

representatief

Slide 42 - Slide

Formeel VS informeel
Wat is het verschil? 

Slide 43 - Slide

Wat is informeel taalgebruik?
A
Taal gebruiken die je met je baas spreekt
B
Praten met bijvoorbeeld u, en nette woorden
C
Praten op een correcte manier.
D
Taal gebruiken zoals je gewend bent met familie of vrienden onder elkaar

Slide 44 - Quiz

Een kenmerk van een formeel gesprek is:
A
Het is een gezellig praatje
B
Het is vooraf nooit duidelijk hoe lang het duurt
C
Het is een serieus gesprek
D
Er word nooit iets opgeschreven over gemaakte afspraken.

Slide 45 - Quiz

Formeel taalgebruik gebruik je bij....
A
het werken als sales-assistent
B
het tetteren met vriendinnen

Slide 46 - Quiz

Groetjes,
A
Formeel
B
Informeel

Slide 47 - Quiz

Wat is een voorbeeld van een formeel gesprek
A
telefoongesprek met je moeder
B
intakegesprek voor het MBO
C
chatten met vrienden

Slide 48 - Quiz

Een zakelijk telefoongesprek is
A
Formeel
B
Informeel

Slide 49 - Quiz