Zinsbouw

Zinnen maken

Aan het eind van de les kan ik: 


Goede zinnen schrijven

Vraagzinnen maken

Geen/niet


Taalcompleet



1 / 23
next
Slide 1: Slide
New lesson editorNT2NederlandsISK

This lesson contains 23 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

Zinnen maken

Aan het eind van de les kan ik: 


Goede zinnen schrijven

Vraagzinnen maken

Geen/niet


Taalcompleet







Maak een goede zin.






Jij

schrijft

elke ochtend

nieuwe zinnen

in je schrift

.

Maak een goede zin.







De juf

geeft

om 10 uur

de rekentoets

in het lokaal

.

Maak een goede zin.







Wij

leren

elke week

nieuwe werkwoorden

op school

.

Maak een goede zin.







Jullie

pakken

in de pauze

de telefoons

uit de rode bak

.

Maak een goede zin.






De pen

ligt

elke avond

in de blauwe bak

.

Maak een goede zin.






De koffie

staat 

om 8:15

op het bureau

.

Maak een goede zin.






De kinderen

spelen

onder schooltijd

op het schoolplein

.

Ik ...

A

schrijf

B

lopen

C

denkt

D

hebben

Jij

A

praten

B

help

C

weten

D

loopt

Hij/Zij/Het

A

denken

B

praten

C

zit

D

loop

Wij/Jullie/Zij

A

helpt

B

denk

C

praat

D

lopen

Schrijf een goede zin (wie, werkwoord)

Schrijf een goede zin (wie, werkwoord, wanneer)

Schrijf een goede zin (wie, werkwoord, wanneer, waar)

Schrijf een goede zin (wie, werkwoord, wanneer, waar)

Schrijf een goede zin (wie, werkwoord, wanneer, waar)

Schrijf een goede zin (wie, werkwoord, wanneer, waar)