4.5 De Franse Revolutie

1 / 55
next
Slide 1: Slide
GeschiedenisMiddelbare schoolvmbo, mavo, havo, vwoLeerjaar 2

This lesson contains 55 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 50 min

Introduction

Aan het eind van deze presentatie kun je herkennen en uitleggen hoe de Franse Revolutie verliep na de bestorming van de Bastille.

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Startklaar
  • Op je plek zitten 
  • Telefoon in het Zakkie 
  • Jas over de stoel, oortjes in de tas, tas op de grond
  • Schoolspullen op tafel: Boek, Chromebook, JdW-map, etui 
timer
3:00

Slide 2 - Slide

Bij de start van iedere les verwelkomt de docent de leerlingen bij de ingang van de deur, noemt leerlingen bij naam, maakt oogcontact en besteedt aandacht aan het welbevinden van leerlingen. De docent geeft het goede voorbeeld en spreekt hoge verwachtingen uit voor het verloop van de les door succescriteria op gewenst gedrag, schooltaal en effectief leren te benoemen. De leerlingen zitten startklaar en zijn bijvoorbeeld ingelogd in LessonUp en hebben hun JdW-map op tafel.

Frederik de Grote staat bekend als een Verlicht absolute vorst. Bewijs dit met behulp van de bron.
Terugblik-opdracht

Slide 3 - Open question

This item has no instructions

Slide 4 - Slide

This item has no instructions



Wat is de boodschap van de tekenaar?
Terugblik-opdracht

Slide 5 - Open question

This item has no instructions


Hoe bereik je het volk?




  • Niet iedereen kon lezen, zeker niet in de 3e stand. 
  • Maar spotprenten? Die begreep iedereen!

  • Deze spotprenten werden meestal gemaakt door de bourgeoisie.
Geestelijkheid
De 1e stand
Adel
De 2e stand
De 3e stand
Alle mensen die niet bij de 1e of 2e stand horen.

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

Standensamenleving

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

Maxime: Succesvol handelaar in Parijs
A
1e stand
B
2e stand
C
3e stand

Slide 8 - Quiz

This item has no instructions

Sara de bourbon: Barones van Orange

A
1e stand
B
2e stand
C
3e stand

Slide 9 - Quiz

This item has no instructions

Jean-Marc: Monnik in Macon

A
1e stand
B
2e stand
C
3e stand

Slide 10 - Quiz

This item has no instructions

4.5 De Franse Revolutie

Hoe verliep de Franse Revolutie?
Waarom liep de Franse Revolutie uit op de Terreur?

Slide 11 - Slide

This item has no instructions

      Leerdoelen
  1. Je kent de betekenis van de volgende begrippen: ‘Staten-Generaal’, ‘Nationale Vergadering’, ‘Franse Revolutie’, Girondijnen’, ‘Jacobijnen’ en ‘Terreur’. (R)
  2. Je kan uitleggen waarom Lodewijk XVI voor het eerst in 175 jaar de Staten-Generaal bij elkaar riep. (T1)
  3. Je kan uitleggen waarom de derde stand de Nationale Vergadering oprichtte en wat het doel was van deze vergadering. (T1)
  4. Je kan uitleggen waarom de Bestorming van de Bastille een belangrijk moment van de Franse Revolutie is. (T1)
  5. Je kan uitleggen welke stappen de Nationale Vergadering zette naar een grondwet. (T2)

Slide 12 - Slide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.

Misoogst
1788


  • Door mislukte oogsten waren de graanprijzen (en dus ook de prijs van brood) enorm gestegen. Er ontstonden zelfs hongersnoden.
  • Ondertussen moest de 3e stand wél veel belasting betalen.

Slide 13 - Slide

This item has no instructions


Frankrijk gaat failliet
mei 1789


  • Feesten, paleizen, bestuur en oorlogen kosten heel veel geld, maar het geld is op. 
  • Koning Lodewijk XVI wil graag meer geld hebben, en roept daarom (voor het eerst in 175 jaar) de Staten-Generaal bij elkaar. De vergadering van de 3 standen.

Slide 14 - Slide

This item has no instructions




  • De 3e stand hoopt dat de koning nu eindelijk eens naar hen zou luisteren: verlaging van de belasting en/of afschaffing van de privileges. 
  • Helaas: er gebeurt erg weinig. Dit komt ook omdat er per stand wordt gestemd. En de koning heeft altijd de adel en de geestelijkheid mee.

  • De leiders van de 3e stand zijn boos en teleurgesteld, en lopen weg...

Slide 15 - Slide

This item has no instructions


Eed op de kaatsbaan
juni 1789



  • De 3e stand begint zijn eigen vergadering: de Nationale Vergadering.
  • Een deel van de 1e en 2e stand sluit zich hierbij aan.
  • Op een kaatsbaan spreken ze af pas uit elkaar te gaan als er een nieuwe grondwet is.

Slide 16 - Slide

This item has no instructions


Bestorming van de Bastille
14 juli 1789



  • De koning stuurt het leger naar Parijs om groepen mensen uit elkaar te slaan. 
  • Het Franse volk bestormt Bastille, een gevangenis én buskruit-opslag. 
  • De wapens hadden ze al eerder buitgemaakt.
  • De Franse Revolutie is begonnen...en slaat over op andere delen van het land!

Slide 17 - Slide

This item has no instructions


'Rien'

'Niets' in het Frans.
Dat was het enige dat Lodewijk XVI 's avonds opschreef in zijn dagboek.

Lodewijk had nog wel aan een adviseur gevraagd of het een 'opstand' was.
Deze gaf aan: "Het is geen opstand, het is een revolutie."
Lodewijk begreep er niets van: "Waarom?"

Slide 18 - Slide

This item has no instructions

Aan de slag
Histoclips: De Franse Revolutie

Slide 19 - Slide

6. Actieve verwerking
De docent maakt expliciet over hoe de leerstof actief verwerkt dient te worden. Hierbij modelleert de docent eerst en laat daarna de leerlingen actief inoefenen. De ondersteuning wordt geleidelijk afgebouwd. De docent zorgt voor afwisseling in oefentypes en maakt gedurende de les het leren zichtbaar. De docent zet bijvoorbeeld in op hardop denken opdrachten en koppelt daar een geïnformeerde vervolgstap aan.

1

Slide 20 - Video

This item has no instructions

00:05

Slide 21 - Slide

This item has no instructions

Verklaring van de rechten 
van de mens en de burger
augustus 1789



  • In dit document wordt duidelijk gemaakt dat ieder mens vrij én met gelijke rechten wordt geboren.
  • Deze verklaring is gebruikt als voorbeeld voor Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van de Verenigde Naties.

Slide 22 - Slide

This item has no instructions


Van Versailles naar Parijs...
oktober 1789



  • Het Franse volk eist dat de koning in Parijs gaat wonen, en niet ver weg in Versailles. De menigte was als vrouwen verkleed in de hoop dat er niet op hen werd geschoten. 
  • Met succes: de koninklijke familie verhuisde naar het Tuilerieënpaleis. 

Slide 23 - Slide

This item has no instructions


De koning is gevlucht!
juni 1791



  • Het is wel duidelijk dat de koning nog maar weinig macht heeft en dat zijn positie in gevaar is.
  • De koninklijke familie besluit te vluchten, maar worden in het noorden van Frankrijk betrapt en teruggebracht naar het Tuilerieënpaleis in Parijs.

Slide 24 - Slide

This item has no instructions


Een nieuwe grondwet
september 1791



  • In de nieuwe grondwet is er plek voor de koning, al is zijn macht erg klein geworden.
  • Ondertussen zoekt de koning in het geheim steun bij de koningen en keizers van andere landen: "Kom mij helpen!"

Slide 25 - Slide

This item has no instructions


Bestorming van de Tuilerieën
september 1792



  • De koning en koningin worden gearresteerd en gevangen gezet.
  • Het koningschap wordt afgeschaft: Frankrijk is een republiek

Slide 26 - Slide

This item has no instructions


Lodewijk wordt onthoofd
januari 1793



  • De revolutionairen ontdekken de geheime briefwisseling tussen Lodewijk en de Oostenrijkse keizer, en oordelen: "Hoogveraad!"
  • De koning wordt ter dood veroordeeld en terechtgesteld in Parijs.
  • In oktober volgt ook de koningin, Marie Antoinette.

Slide 27 - Slide

This item has no instructions


Lodewijk wordt onthoofd
januari 1793



De Jakobijnen ontdekken de geheime briefwisseling tussen Lodewijk 
en de Oostenrijkse keizer, en oordelen: "Hoogveraad!"
De koning wordt ter dood veroordeeld en terechtgesteld in Parijs.

Slide 28 - Slide

This item has no instructions






Marie Antoinette werd door het volk enorm gehaat. 
Dit kwam vooral door haar luxe levensstijl en de 
grote hoeveelheden geld die ze uitgaf aan
haar hofhouding, kleding en sieraden.

Slide 29 - Slide

This item has no instructions

Startklaar
  • Op je plek zitten 
  • Telefoon in het Zakkie 
  • Jas over de stoel, oortjes in de tas, tas op de grond
  • Schoolspullen op tafel: Boek, Chromebook, JdW-map, etui 
timer
3:00

Slide 30 - Slide

Bij de start van iedere les verwelkomt de docent de leerlingen bij de ingang van de deur, noemt leerlingen bij naam, maakt oogcontact en besteedt aandacht aan het welbevinden van leerlingen. De docent geeft het goede voorbeeld en spreekt hoge verwachtingen uit voor het verloop van de les door succescriteria op gewenst gedrag, schooltaal en effectief leren te benoemen. De leerlingen zitten startklaar en zijn bijvoorbeeld ingelogd in LessonUp en hebben hun JdW-map op tafel.
Zet de zinnen in de juiste volgorde van tijd. Begin met de gebeurtenis die het langst geleden is.
Een groep burgers maakt bekend dat zij zonder de eerste en tweede stand gaan vergaderen.
De Bastille wordt aangevallen: de Franse Revolutie is begonnen.
De derde stand wil dat ook edelen en geestelijken belasting gaan betalen.
De edelen en de geestelijken stemmen tegen en er verandert dus niets.
De koning roept een vergadering van de drie standen bij elkaar.

Slide 31 - Drag question

This item has no instructions

      Leerdoelen
  1. Je kent de betekenis van de volgende begrippen: ‘Staten-Generaal’, ‘Nationale Vergadering’, ‘Franse Revolutie’, Girondijnen’, ‘Jacobijnen’ en ‘Terreur’. (R)
  2. Je kan uitleggen waarom Lodewijk XVI voor het eerst in 175 jaar de Staten-Generaal bij elkaar riep. (T1)
  3. Je kan uitleggen waarom de derde stand de Nationale Vergadering oprichtte en wat het doel was van deze vergadering. (T1)
  4. Je kan uitleggen waarom de Bestorming van de Bastille een belangrijk moment van de Franse Revolutie is. (T1)
  5. Je kan uitleggen welke stappen de Nationale Vergadering zette naar een grondwet. (T2)

Slide 32 - Slide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.

4.5 De Franse Revolutie

Hoe verliep de Franse Revolutie?
Waarom liep de Franse Revolutie uit op de Terreur?

Slide 33 - Slide

This item has no instructions

      Leerdoelen
  1. Je kent de betekenis van de volgende begrippen: ‘Staten-Generaal’, ‘Nationale Vergadering’, ‘Franse Revolutie’, Girondijnen’, ‘Jacobijnen’ en ‘Terreur’. (R)
  2. Je kan uitleggen waarom Lodewijk XVI voor het eerst in 175 jaar de Staten-Generaal bij elkaar riep. (T1)
  3. Je kan uitleggen waarom de derde stand de Nationale Vergadering oprichtte en wat het doel was van deze vergadering. (T1)
  4. Je kan uitleggen waarom de Bestorming van de Bastille een belangrijk moment van de Franse Revolutie is. (T1)
  5. Je kan uitleggen welke stappen de Nationale Vergadering zette naar een grondwet. (T2)
  6. Je kan benoemen welke twee groepen er binnen de revolutionairen ontstonden en wat de verschillen tussen deze groepen waren. (T1)Je kunt beargumenteren in hoeverre de Franse Revolutie een democratische revolutie was. (I)

Slide 34 - Slide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.

Aan de slag
Histoclips: De Franse Revolutie

Slide 35 - Slide

6. Actieve verwerking
De docent maakt expliciet over hoe de leerstof actief verwerkt dient te worden. Hierbij modelleert de docent eerst en laat daarna de leerlingen actief inoefenen. De ondersteuning wordt geleidelijk afgebouwd. De docent zorgt voor afwisseling in oefentypes en maakt gedurende de les het leren zichtbaar. De docent zet bijvoorbeeld in op hardop denken opdrachten en koppelt daar een geïnformeerde vervolgstap aan.

Aan de slag

Slide 36 - Slide

6. Actieve verwerking
De docent maakt expliciet over hoe de leerstof actief verwerkt dient te worden. Hierbij modelleert de docent eerst en laat daarna de leerlingen actief inoefenen. De ondersteuning wordt geleidelijk afgebouwd. De docent zorgt voor afwisseling in oefentypes en maakt gedurende de les het leren zichtbaar. De docent zet bijvoorbeeld in op hardop denken opdrachten en koppelt daar een geïnformeerde vervolgstap aan.


De Terreur
1793-1794



  • De macht in Frankrijk komt in handen van de radicale Jakobijnen.
  • Tijdens het Schrikbewind worden tienduizenden 'tegenstanders' van de Revolutie opgepakt en terechtgesteld.
  • De leider van de Jakobijnen is Robespierre.

Slide 37 - Slide

This item has no instructions





Marat was één van de leiders van De Terreur.
Vanwege een huidziekte bracht hij een groot deel van de dag door in bad. Daar ontving hij ook zijn bezoek. Eén van deze bezoekers, Charlotte Corday, een tegenstandster, stak hem tijdens zo'n bezoek dood: "Het is volbracht; het monster is dood"

Helaas werden als reactie op de moord, duizenden tegenstanders vermoord.

Slide 38 - Slide

This item has no instructions


Einde aan De Terreur
zomer 1794



  • Er komt steeds meer weerstand tegen Robespierre en in juli 1794 wordt hij, samen met zijn handlangers, gearresteerd en terechtgesteld.

  • De nacht voor zijn onthoofding, doet hij een mislukte zelfmoordpoging.

Slide 39 - Slide

This item has no instructions


Einde aan De Terreur
zomer 1794



Er komt steeds meer weerstand tegen Robespierre en in juli 1794
wordt hij, samen met zijn handlangers, gearresteerd en terechtgesteld.

De nacht voor zijn onthoofding, doet hij een mislukte zelfmoordpoging.

Slide 40 - Slide

This item has no instructions


De Directoire
1795-1799



  • Na De Terreur, en een korte burgeroorlog, willen de Fransen rust.
  • De regering, de Directoire ('Directie'), van 5 directeuren heeft echter vooral te maken met economische tegenslagen en is erg zwak.
  • Eigenlijk hopen veel Fransen dat één man het land gaat redden...

Slide 41 - Slide

This item has no instructions


Staatsgreep van Napoleon
november 1799



  • Generaal Napoleon Bonaparte heeft de Franse Republiek al eerder gered: in 1795, toen aanhangers van de overleden koning de macht wilden grijpen.
  • Hij is klaar met de zwakke Directoire en zet hen af. 
  • Napoleon benoemt zichzelf tot consul. Net zoals de Romeinen dat ooit deden.

Slide 42 - Slide

This item has no instructions


Staatsgreep van Napoleon
november 1799



Generaal Napoleon Bonaparte heeft de Franse Republiek al eerder gered: 
in 1795, toen aanhangers van de overleden koning de macht wilden grijpen.
Hij is klaar met de zwakke Directoire en zet hen af. 
Napoleon benoemt zichzelf tot consul. Net zoals de Romeinen dat ooit deden.

Slide 43 - Slide

This item has no instructions

Sleep het begrip naar de juiste omschrijving.
begin van de periode van de terreur
Napoleon wordt dictator
Robespierre wordt onthoofd
Napoleon valt Rusland aan
Slag bij Leipzig
1792
1813
1812
1799
1794

Slide 44 - Drag question

This item has no instructions

    Begrippen uit deze les
  • Verklaring van de rechten van de mens en de burger
  • Terreur (Schrikbewind)
  • Jakobijnen
  • guillotine
  • Directoire
  • staatsgreep

Slide 45 - Slide

This item has no instructions

      Leerdoelen
  1. Je kent de betekenis van de volgende begrippen: ‘Staten-Generaal’, ‘Nationale Vergadering’, ‘Franse Revolutie’, Girondijnen’, ‘Jacobijnen’ en ‘Terreur’. (R)
  2. Je kan uitleggen waarom Lodewijk XVI voor het eerst in 175 jaar de Staten-Generaal bij elkaar riep. (T1)
  3. Je kan uitleggen waarom de derde stand de Nationale Vergadering oprichtte en wat het doel was van deze vergadering. (T1)
  4. Je kan uitleggen waarom de Bestorming van de Bastille een belangrijk moment van de Franse Revolutie is. (T1)
  5. Je kan uitleggen welke stappen de Nationale Vergadering zette naar een grondwet. (T2)
  6. Je kan benoemen welke twee groepen er binnen de revolutionairen ontstonden en wat de verschillen tussen deze groepen waren. (T1)Je kunt beargumenteren in hoeverre de Franse Revolutie een democratische revolutie was. (I)

Slide 46 - Slide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.

Startklaar
  • Op je plek zitten 
  • Telefoon in het Zakkie 
  • Jas over de stoel, oortjes in de tas, tas op de grond
  • Schoolspullen op tafel: Boek, Chromebook, JdW-map, etui 
timer
3:00

Slide 47 - Slide

Bij de start van iedere les verwelkomt de docent de leerlingen bij de ingang van de deur, noemt leerlingen bij naam, maakt oogcontact en besteedt aandacht aan het welbevinden van leerlingen. De docent geeft het goede voorbeeld en spreekt hoge verwachtingen uit voor het verloop van de les door succescriteria op gewenst gedrag, schooltaal en effectief leren te benoemen. De leerlingen zitten startklaar en zijn bijvoorbeeld ingelogd in LessonUp en hebben hun JdW-map op tafel.


Wat is de boodschap van de tekenaar?
Terugblik-opdracht

Slide 48 - Open question

This item has no instructions

      Leerdoelen
  1. Je kent de betekenis van de volgende begrippen: ‘Staten-Generaal’, ‘Nationale Vergadering’, ‘Franse Revolutie’, Girondijnen’, ‘Jacobijnen’ en ‘Terreur’. (R)
  2. Je kunt de de Franse Revolutie in chronologische volgorde weergeven. (T1)
  3. Je kunt beargumenteren of de Franse Revolutie een democratische revolutie was. (I)

Slide 49 - Slide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.

Aan de slag
Wat?
Door middel van levende grafiek kun je aangeven of de Franse Revolutie voor meer of minder vrijheid heeft gezorgd voor het Franse volk.

Hoe?
In tweetallen geef je per gebeurtenis aan of het Franse volk meer of minder vrijheid kreeg.

Hoelang?
15 min.




Slide 50 - Slide

6. Actieve verwerking
De docent maakt expliciet over hoe de leerstof actief verwerkt dient te worden. Hierbij modelleert de docent eerst en laat daarna de leerlingen actief inoefenen. De ondersteuning wordt geleidelijk afgebouwd. De docent zorgt voor afwisseling in oefentypes en maakt gedurende de les het leren zichtbaar. De docent zet bijvoorbeeld in op hardop denken opdrachten en koppelt daar een geïnformeerde vervolgstap aan.

Aan de slag

Slide 51 - Slide

6. Actieve verwerking
De docent maakt expliciet over hoe de leerstof actief verwerkt dient te worden. Hierbij modelleert de docent eerst en laat daarna de leerlingen actief inoefenen. De ondersteuning wordt geleidelijk afgebouwd. De docent zorgt voor afwisseling in oefentypes en maakt gedurende de les het leren zichtbaar. De docent zet bijvoorbeeld in op hardop denken opdrachten en koppelt daar een geïnformeerde vervolgstap aan.

Startklaar
  • Op je plek zitten 
  • Telefoon in het Zakkie 
  • Jas over de stoel, oortjes in de tas, tas op de grond
  • Schoolspullen op tafel: Boek, Chromebook, JdW-map, etui 
timer
3:00

Slide 52 - Slide

Bij de start van iedere les verwelkomt de docent de leerlingen bij de ingang van de deur, noemt leerlingen bij naam, maakt oogcontact en besteedt aandacht aan het welbevinden van leerlingen. De docent geeft het goede voorbeeld en spreekt hoge verwachtingen uit voor het verloop van de les door succescriteria op gewenst gedrag, schooltaal en effectief leren te benoemen. De leerlingen zitten startklaar en zijn bijvoorbeeld ingelogd in LessonUp en hebben hun JdW-map op tafel.


Wat is de boodschap van de tekenaar?
Terugblik-opdracht

Slide 53 - Open question

This item has no instructions

      Leerdoelen
Herhaling begrippen en leerdoelen Tijdvak 7. 

Slide 54 - Slide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.

Aan de slag
Wat?
Tijdbalk  maken van de Franse Revolutie.

Hoe?
Ga aan de slag met de volgende bronnen over de Franse Revolutie.
a. Welk jaartal hoort bij de bron?
b. Beantwoord de vraag die bij de bron staat.
c. Noteer de letters in de juiste volgorde op de tijdbalk.

Hoelang?
30 min.



Slide 55 - Slide

6. Actieve verwerking
De docent maakt expliciet over hoe de leerstof actief verwerkt dient te worden. Hierbij modelleert de docent eerst en laat daarna de leerlingen actief inoefenen. De ondersteuning wordt geleidelijk afgebouwd. De docent zorgt voor afwisseling in oefentypes en maakt gedurende de les het leren zichtbaar. De docent zet bijvoorbeeld in op hardop denken opdrachten en koppelt daar een geïnformeerde vervolgstap aan.