schakeling van weerstanden

Hoofdstuk 2.2.8
schakeling van weerstanden

  • Quiz met gsm
  • Vervangingsweerstand
  • Serieschakeling van weerstanden
  • Parallelschakeling van weerstanden
  • Ampèremeter
  • Voltmeter
  • Exit ticket
  
1 / 33
next
Slide 1: Slide
FysicaSecundair onderwijs

This lesson contains 33 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 10 min

Items in this lesson

Hoofdstuk 2.2.8
schakeling van weerstanden

  • Quiz met gsm
  • Vervangingsweerstand
  • Serieschakeling van weerstanden
  • Parallelschakeling van weerstanden
  • Ampèremeter
  • Voltmeter
  • Exit ticket
  

Slide 1 - Slide

R is het symbool voor?
A
Stroomsterkte
B
Spanning
C
Weerstand
D
Vermogen

Slide 2 - Quiz

Spanning (U) = 12V
Stroomsterkte (I) = 0,5 A
Wat is de weerstand

A
R= U . I R= 12V x 0,5 A R= 6 ohm
B
R= I/U R = 0,5A / 12V R = 0,042 ohm
C
I = U / R I= 12V /12 ohm I= 1A
D
R = U/I R= 12V /0,5A R=24 ohm

Slide 3 - Quiz

Hoe zijn deze weerstanden
geschakeld?
A
serie
B
parallel

Slide 4 - Quiz

Wat kan je zeggen over I?
A
overal gelijk
B
het grootste bij de grootste weerstand
C
het grootste bij de kleinste weerstand

Slide 5 - Quiz

Wat kan je zeggen over U
over de grootste R?
A
is gelijk aan de rest
B
het grootste bij de grootste weerstand
C
het kleinstebij de grootste weerstand

Slide 6 - Quiz

Hoe zijn deze weerstanden
geschakeld?
A
serie
B
parallel

Slide 7 - Quiz

Wat kan je zeggen over U?
A
is overal gelijk
B
is verdeeld over de verschillende weerstanden

Slide 8 - Quiz

Wat kan je zeggen over I?
A
is overal gelijk
B
is verdeeld over de verschillende weerstanden
C
is het grootst bij de kleinste weerstand
D
is het grootst bij de grootste weerstand

Slide 9 - Quiz

Wat voor soort
schakeling is dit?
A
serie
B
parallel
C
serie en parallel

Slide 10 - Quiz

Slide 11 - Slide

Slide 12 - Slide

Slide 13 - Slide

pg. 76

Slide 14 - Slide

timer
3:00

Slide 15 - Slide

Wetten van Kirchhoff via virtueel lab

Slide 16 - Slide

Slide 17 - Slide

bij in serie geschakelde weerstanden
is de vervangingsweerstand altijd
... dan de weerstanden apart
A
kleiner
B
groter
C
dezelfde

Slide 18 - Quiz

Wat gebeurt er als er 1
weerstand stuk is?
A
niets, blijft gewoon werken
B
er gaat nergens nog stroom door

Slide 19 - Quiz

Wat gebeurt er als je een
wasmachine aanzet die in
serie staat met een droogkast
A
de wasmachine zal starten
B
de wasmachine zal niet starten
C
de wasmachine zal starten onder bepaalde voorwaarden

Slide 20 - Quiz

pg. 78

Slide 21 - Slide

timer
3:00

Slide 22 - Slide

Wetten van Kirchhoff via virtueel lab

Slide 23 - Slide

Slide 24 - Slide

Slide 25 - Slide

bij in parallel geschakelde weerstanden
is de vervangingsweerstand altijd
... dan de weerstanden apart
A
kleiner
B
groter
C
dezelfde

Slide 26 - Quiz

Wat gebeurt er als er een
weerstand stuk gaat?
A
niets, blijft gewoon werken
B
er gaat nergens nog stroom door

Slide 27 - Quiz

Slide 28 - Slide

Slide 29 - Slide

Slide 30 - Slide

Slide 31 - Slide


Twee weerstanden zijn in serie op een ideale spanningsbron aangesloten.
Als je een derde weerstand in serie zet, zal

pg. 81 oefening 2.2.37
A
de substitutieweerstand toenemen en de stroomsterkte toenemen
B
de substitutieweerstand afnemen en de stroomsterkte toenemen
C
de substitutieweerstand toenemen en de stroomsterkte afnemen
D
de substitutieweerstand afnemen en de stroomsterkte afnemen

Slide 32 - Quiz


Twee weerstanden zijn in parallel op een ideale spanningsbron aangesloten.
Als je een derde weerstand in parallel zet, zal
pg. 81 oefening 2.2.38
A
de substitutieweerstand toenemen en de stroomsterkte toenemen
B
de substitutieweerstand afnemen en de stroomsterkte toenemen
C
de substitutieweerstand toenemen en de stroomsterkte afnemen
D
de substitutieweerstand afnemen en de stroomsterkte afnemen

Slide 33 - Quiz