Par 3.4 deel 2

Welkom bij het vak 
Economie


Pak je boek en spullen voor je,
mobieltjes in de telefoonzak, jassen uit en tassen van tafel

1 / 17
next
Slide 1: Slide
EconomieMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 3

This lesson contains 17 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Welkom bij het vak 
Economie


Pak je boek en spullen voor je,
mobieltjes in de telefoonzak, jassen uit en tassen van tafel

Slide 1 - Slide

Lesdoelen 3.4

- Hoe werken wisselkoersen (euro's en vreemde valuta)?



Slide 2 - Slide

Eurozone
Landen uit de EU die de euro als eigen munt hebben.

Slide 3 - Slide

Wisselkoers
= geeft de verhouding tussen de euro en vreemde valuta aan. 

Lira (Turkije)
Dollar (US)
Britse Pond (Engeland)
Kroon (Denemarken)

Slide 4 - Slide

Slide 5 - Video

Wisselkoersen: 3 berekeningen

  1. Vreemde valuta (= buitenlands geld --> €
  2. € --> vreemde valuta
  3. Ik wil een 'X' aantal buitenlands geld hebben, hoeveel € heb ik daarvoor nodig?


Let op! De bank rekent provisie (= administratiekosten)


Slide 6 - Slide

Gebruik de tabel op bladzijde 84

Slide 7 - Slide

Wisselkoers is
de prijs van vreemd geld 




Ik koop bij de bank voor €800 aan dollars. Hoeveel dollars krijg ik? 



Ik koop bij de bank 500 pond. Hoeveel Euro’s moet ik betalen?









Slide 8 - Slide

Wij hebben 325 Turkse Lira. Hoeveel euro's krijg je terug?
A
€ 115,00
B
€ 115,20
C
€ 115,22
D
€ 115,25

Slide 9 - Quiz

Wij hebben €200. Ik wil Deense kronen. Hoeveel kronen krijg ik terug?

A
1478,00
B
1478,02
C
1478,05
D
1478,08

Slide 10 - Quiz

Wij willen 125 Britse ponden. Hoeveel euro's heb ik daarvoor nodig?
A
€ 157,10
B
€ 158,20
C
€ 158, 22
D
€ 158,23

Slide 11 - Quiz

Provisiekosten (= administratiekosten)

Als jij vreemd geld koopt -> provisiekosten erbij optellen


Als jij vreemd geld verkoopt --> van jouw te ontvangen bedrag afhalen

Slide 12 - Slide

De landen waar je met de euro kunt betalen vormen samen de eurozone.
A
Onjuist
B
Juist

Slide 13 - Quiz

Kosten die de bank berekend voor het omwisselen van geld noem je
A
wisselkoers
B
aandelen
C
provisie
D
opslag

Slide 14 - Quiz

Voor €1 koop je 8 Deense kroon. Hoeveel Deense kronen koop je met €250?
A
0,032 Deense kronen
B
0,125 Deense kronen
C
1800 Deense kronen
D
2000 Deense kronen

Slide 15 - Quiz

Wisselkoers is de prijs van vreemd geld
A
Juist
B
Onjuist

Slide 16 - Quiz

Aan de slag!

Kader:
Lezen:  blauwe teksten (blz. 84 & 85) 
Maken: Kader: Opdr. 40 t/m 43
(blz. 84 & 85)



rood = Iedereen is stil
  

oranje = Je mag de docent een vraag stellen


groen = Je mag met elkaar fluisterend 
overleggen
Klaar? 
K:  Alle Opgave (Blz. 91)

Slide 17 - Slide