les 1 t/m 6

1 / 16
next
Slide 1: Slide
FransMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 3

This lesson contains 16 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

Qu'est-ce qu'on va faire?
- Tu poses des questions et ......
   je me présente en français

- Tu as bien écouté?              + 


- Tu prépares ta présentation en français

Slide 2 - Slide

Exercice: poser des questions

- In tweetallen!
-  Bedenk bij elk plaatje een Franse vraag die erbij past
- Je krijgt 2 minuten gemiddeld per plaatje (dus totaal 16 minuten)
- En dan........vraag maar raak! 

Slide 3 - Slide

1-
3-
2-
5-
4
6-
8-
7-

Slide 4 - Slide

J'ai quel âge?
A
23
B
22
C
24
D
21

Slide 5 - Quiz

Quelle est ma nationalité? (antwoord in het Nederlands)

Slide 6 - Open question

Quel sport je fais?
A
du foot
B
du tennis
C
de la natation
D
de l'équitation

Slide 7 - Quiz

Où je suis allée en vacances?
A
in Nederland
B
in Albanië
C
in Kroatië
D
in Spanje

Slide 8 - Quiz

C'est à toi!
Je gaat een eigen collage maken (digitaal of niet) over jezelf en het presenteren in het Frans!
- Je krijgt 1 les op school om een begin te maken (niet af = thuis afmaken)
-  Bekijk goed de eisen op de volgende dia!

Slide 9 - Slide

Ta présentation
  • Duurt maximaal 2 minuten
  • Is helemaal in het Frans
  • De uitspraak klopt (5 punten)
  • Een spiekbriefje met 5 Nederlandse steekwoorden 
  • Wordt ondersteund door een product (2 punten)
  • Voldoet aan de inhoudelijke eisen (2 punten)
  • Is een presentatie (interactie, begroeting en afsluiting) (1 punt)

Slide 10 - Slide

Inhoudelijke eisen:
Je vertelt over.........
  • Je voor- en achternaam
  • Je woonplaats + land
  • Je leeftijd
  • Je familie
  • Je nationaliteit
  • Je sport/hobby

Over je vakantie:
  • Waar je geweest bent
  • Met wie
  • Hoe (vervoersmiddel)
  • Hoe lang
  • Wat je hebt gedaan

Slide 11 - Slide

Op de volgende 3 dia's vind je verschillende uitleg om jou te helpen voor jouw presentatie

Slide 12 - Slide

Slide 13 - Slide

Je parle de mes vacances                                     



J'ai été en/au/aux/à.....France......

J'ai fait du/de la/ de l'..........ski nautique............

J'ai été à la /à l'/au .......plage....................

J'ai mangé un / une / des................glace............

Slide 14 - Slide

Parler de tes vacances
  • Begin je zin met "ik ben geweest" / "ik ben gegaan"
  • Zoek het land op in het Frans
  • Kijk of het land mannelijk (m = le), vrouwelijk (v = la) of meervoud (mv = les) is EN of het land begint met een klinker (l')
  • Bepaal nu welke voorzetsel voor het land komt in de zin: 
  • J'ai été / Je suis allé(e)
  • au (m)
  • en (v)
  • aux (mv)
  • à (stad / eiland)

Slide 15 - Slide

Slide 16 - Slide