Thema 6. Stevigheid en beweging - Basisstof 3. Beenverbindingen

6.3 Beenverbindingen
- Je weet hoe beenderen met elkaar verbonden kunnen zijn ;

- Je weet welke verbinding beweegbaar is of niet.
1 / 41
next
Slide 1: Slide
BiologieMiddelbare schoolvmbo b, kLeerjaar 3

This lesson contains 41 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

6.3 Beenverbindingen
- Je weet hoe beenderen met elkaar verbonden kunnen zijn ;

- Je weet welke verbinding beweegbaar is of niet.

Slide 1 - Slide

Noem de 4 functies van het skelet

Slide 2 - Open question

Teenganger
Zoolganger
Topganger

Slide 3 - Drag question

Je hebt twee typen beenderen. Welke?
A
Kraakbeen & Arm
B
Kraakbeen & Been
C
Arm & Been
D
Schedel & Romp

Slide 4 - Quiz

Slide 5 - Video

Wat is het juiste verschil tussen kraakbeenweefsel en beenweefsel?
A
In beenweefsel zit veel kalk en in kraakbeenweefsel zit veel lijmstof
B
In beenweefsel zit weinig kalk en in kraakbeenweefsel zit weinig lijmstof
C
In beenweefsel zit veel kalk en in kraakbeenweefsel zit weinig lijmstof
D
In beenweefsel zit weinig kalk en in kraakbeenweefsel zit veel lijmstof

Slide 6 - Quiz

4 type verbindingen

  1. Vergroeid
  2. Naden
  3. Kraakbeen
  4. Gewrichten

Slide 7 - Slide

1. Vergroeid

Plek in het lichaam:
- Heiligbeen
- Staartbeen

Geen beweging mogelijk.

Slide 8 - Slide

2. Naden

Plek in het lichaam:
- Schedel

Geen beweging mogelijk.

Slide 9 - Slide

3. Kraakbeen

Plek in het lichaam:
- Tussen je ribben en borstbeen
- Oren
- Neus

Een beetje beweging mogelijk.

Slide 10 - Slide

4. Gewricht

Plek in het lichaam:
- In je ledematen (armen/benen)

Veel beweging mogelijk.

Slide 11 - Slide

Bouw gewricht

Slide 12 - Slide

3 Typen gewrichten
1. Kogelgewricht - schouder
Kan alle kanten op bewegen

2. Rolgewricht - spaakbeen/ellepijp 
Draait om elkaar heen

3. Scharniergewricht - vingers              Kan alleen heen en terug bewegen

Slide 13 - Slide

Slide 14 - Slide

Slide 15 - Video

Gewricht
A
Het zijn kraakbeenverbindingen. De meeste gewrichten zorgen ervoor dat botten t.o.v. elkaar kunnen bewegen.
B
Het zijn beenverbindingen. De meeste gewrichten zorgen ervoor dat botten niet kunnen bewegen.
C
Het zijn kraakbeenverbindingen. De meeste gewrichten zorgen ervoor dat botten t.o.v. elkaar kunnen bewegen.
D
Het zijn beenverbindingen. De meeste gewrichten zorgen ervoor dat botten t.o.v. elkaar kunnen bewegen.

Slide 16 - Quiz


Kraakbeen
A
maakt het mogelijk dat een gewricht veel kan bewegen
B
maakt dat een gewricht niet kan bewegen
C
maakt het mogelijk dat een gewricht een beetje kan bewegen
D
zit nooit in een gewricht

Slide 17 - Quiz


Namen van de onderdelen
A
1 kraakbeenlaagje 2 gewrichtskom
B
1 kraakbeenlaagje 2 gewrichtskogel
C
1 kraakbeenlaagje 2 gewrichtsvloeistof
D
1 gewrichtskom 2 gewrichtskogel

Slide 18 - Quiz

Slide 19 - Drag question


Nr. 1
A
gewrichtskogel
B
gewrichtskapsel
C
gewrichtskom
D
kraakbeenlaagje

Slide 20 - Quiz

Kogelgewricht
A
gewricht waarbij beweging alleen heen en terug mogelijk is
B
gewricht waarbij geen beweging mogelijk is
C
gewricht waarbij beweging in alle richtingen mogelijk is
D
gewricht waarbij beweging in 1 richting mogelijk is

Slide 21 - Quiz

Scharniergewricht
A
gewricht waarbij beweging alleen heen en terug mogelijk is
B
gewricht waarbij geen beweging mogelijk is
C
gewricht waarbij beweging naar alle kanten mogelijk is
D
gewricht waarbij draaibeweging mogelijk zijn

Slide 22 - Quiz

Kraakbeen
Naadverbinding
Gewricht
Vergroeid
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11

Slide 23 - Drag question


Nr. 2
A
gewrichtskogel
B
gewrichtskapsel
C
gewrichtskom
D
kraakbeenlaagje

Slide 24 - Quiz


Nr. 3
A
gewrichtskogel
B
gewrichtskapsel
C
gewrichtskom
D
kraakbeenlaagje

Slide 25 - Quiz

Slide 26 - Drag question


Nr. 4
A
gewrichtskogel
B
gewrichtskapsel
C
gewrichtsvloeistof
D
kraakbeenlaagje

Slide 27 - Quiz


Soort gewricht
A
kogelgewricht
B
scharniergewricht
C
rolgewricht
D
draaikogelgewricht

Slide 28 - Quiz


In het ellebooggewricht is door deze spieren mogelijk:
A
een draaiende beweging
B
buigen en strekken
C
een rolbeweging
D
er is geen beweging mogelijk

Slide 29 - Quiz

De functie van het gewrichtskapsel
A
maakt scharnierbewegingen mogelijk
B
voorkomt beweging van het gewricht
C
maakt beweging van spieren mogelijk
D
houdt de botten op hun plaats samen met spieren

Slide 30 - Quiz


Dit is een ..1.. gewricht.

Hierin is een .. 2 ..beweging mogelijk
A
1. kogel 2. draaiende
B
1. scharnier 2. heen en weer
C
1. rol 2. draaiende
D
1. draai-rol 2. heen en weer

Slide 31 - Quiz


Namen van de onderdelen
A
3 kraakbeenlaagje 4 gewrichtskogel
B
3 gewrichtskom 4 gewrichtskapsel
C
3 kraakbeenlaagje 4 gewrichtsvloeistof
D
3 gewrichtskogel 4 gewrichtskapsel

Slide 32 - Quiz

1. Kraakbeen op de kogel en kom zorgt ervoor dat botten
soepel kunnen bewegen

2. Het gewrichtskapsel zorgt ervoor dat de botten veel kunnen bewegen
A
1. waar 2. waar
B
1. nietwaar 2. nietwaar
C
1. nietwaar 2. waar
D
1. waar 2. nietwaar

Slide 33 - Quiz

Vergroeid
Naad-
verbinding
Kraakbeen-
verbinding
Gewricht

Slide 34 - Drag question

Naadverbinding
Wat is waar?
A
1) beenverbinding waardoor er geen beweging mogelijk is 2) bijv. bij de schedelbeenderen
B
1) beenverbinding waardoor er geen beweging mogelijk is 2) bijv. het kniegewricht
C
1) kraakbeenverbinding waardoor er veel beweging mogelijk is 2) bijv. bij de schedelbeenderen
D
1) botverbinding waardoor er geen beweging mogelijk is 2) bijv. bij de elleboog

Slide 35 - Quiz


Verbinding ribben - borstbeen

A
Kraakbeen verbinding een beetje beweging mogelijk
B
Gewricht een beetje beweging mogelijk
C
Kraakbeen verbinding veel beweging mogelijk
D
Gewricht veel beweging mogelijk

Slide 36 - Quiz

Aan het werk
Thema Stevigheid en beweging
Basisstof Beenverbindingen
Maken opdracht 12 t/m 19 
timer
5:00

Slide 37 - Slide

Welke 4 beenverbindingen ken je?

Slide 38 - Open question

Maak een foto van een rolgewricht

Slide 39 - Open question

Maak een foto van een scharniergewricht

Slide 40 - Open question

Maak een foto van een kogelgewricht

Slide 41 - Open question