Laatste les quiz

NaSk quiz: wat weten we nog?
1 / 41
next
Slide 1: Slide
NatuurkundeMiddelbare schoolvmbo k, g, tLeerjaar 3

This lesson contains 41 slides, with interactive quizzes and text slide.

Items in this lesson

NaSk quiz: wat weten we nog?

Slide 1 - Slide

Wat is de eenheid van geluidssterkte?
A
Bequerel
B
Decibel
C
Hertz

Slide 2 - Quiz

Wat is het symbool van dichtheid?
A
p
B
ρ
C
P
D
π

Slide 3 - Quiz

Wat is decibel?
A
Een eenheid voor frequentie
B
Een eenheid voor geluidsgolven
C
Een eenheid voor geluidssterkte
D
Een eenheid voor volume

Slide 4 - Quiz

Wat is het symbool voor frequentie en de eenheid van de frequentie


A
f en Hz
B
f en dB
C
L en Hz
D
L en dB

Slide 5 - Quiz


Bliksem heeft ...
A
een hoge spanning
B
een gemiddelde spanning (net als de netspanning)
C
een lage spanning

Slide 6 - Quiz


Wat is het massagetal van een atoom?
A
Aantal protonen en elektronen in de kern
B
Aantal protonen en neutronen in de kern
C
Aantal neutronen in de kern
D
Aantal protonen in de kern

Slide 7 - Quiz

Welke deeltjes bevinden zich NIET in de atoomkern?
A
Protonen
B
Neutronen
C
Elektronen

Slide 8 - Quiz

Protonen hebben een:
A
Positieve lading
B
Negatieve lading
C
Neutrale lading

Slide 9 - Quiz

een atoomkern bestaat uit
A
elektronen en protonen
B
elektronen en neutronen
C
neutronen en protonen

Slide 10 - Quiz

Elektronen hebben een:
A
Positieve lading
B
Negatieve lading
C
Neutrale lading

Slide 11 - Quiz

Neutronen hebben een:
A
Positieve lading
B
Negatieve lading
C
Neutrale lading

Slide 12 - Quiz

Is dit een serie- of
parallelschakeling?
A
serie
B
parallel

Slide 13 - Quiz

Wat betekent dit symbool op een verpakking?
A
Deze verpakking is licht ontvlambaar
B
Gevaar ! Deze verpakking bevat een licht ontvlambare stof
C
Pas op! brandbare stof
D
Ontbrandingsgevaar! Bel alvast 112

Slide 14 - Quiz


Welke faseovergang zie je in het plaatje? (op de bril)
A
Verdampen
B
Condenseren
C
Sublimeren
D
Koken

Slide 15 - Quiz

Stofeigenschap.
Dichtheid is een stofeigenschap.
A
Waar
B
niet waar

Slide 16 - Quiz

Het atoomnummer van dit atoom is
A
3
B
6
C
7
D
10

Slide 17 - Quiz

Bij een isotoop.....
Tip! Isotopen hadden iets te maken met de deeltjes in de atoomkern!
A
Zijn er evenveel protonen als neutronen
B
Zijn er evenveel elektronen als neutronen
C
Zijn er meer neutronen dan elektronen
D
Zijn er meer neutronen dan protonen

Slide 18 - Quiz

Alfastraling is voor inwendige bestraling en gammastraling is voor uitwendige bestraling
A
Juist
B
Onjuist

Slide 19 - Quiz

Welke straling is het gevaarlijkst?
A
alpha
B
beta
C
gamma
D
ultra violette

Slide 20 - Quiz

Het smeltpunt van Aluminium is 933 K. Hoe groot is het smeltpunt in graden Celsius
A
1206
B
933
C
660

Slide 21 - Quiz

Wat betekent dit
gevarensymbool?
A
Licht ontvlambaar
B
Bijtend
C
Irriterend
D
Giftig

Slide 22 - Quiz

Moleculen bepalen de stofeigenschappen. Waaruit zijn moleculen opgebouwd?
A
protonen
B
atomen
C
atoomkern
D
elektronen

Slide 23 - Quiz

Wat betekent KCA
A
Klein Chemisch Afval
B
Koper, Chloor en Aluminium afval
C
Kortbestaand Chemisch Afval
D
Kleine Chemische Aanwinst

Slide 24 - Quiz


Wat betekent GFT?
A
Glas Fruit en Tuin
B
Groente Fruit en Tomaten
C
Groente Flessen en Textiel
D
Groente Fruit en Tuin

Slide 25 - Quiz

De normaallijn is:
A
de invallende lichtstraal naar de plaats waar de lichtstraal de spiegel treft
B
de lijn loodrecht op de spiegel op de plaats waar de lichtstraal de spiegel treft
C
het spiegeloppervlak waarop de lichtstraal wordt gespiegeld

Slide 26 - Quiz

Wat voor verbranding heeft een gele vlam?
A
Volledige verbranding
B
Onvolledige verbranding

Slide 27 - Quiz

Welke vlam is warmer?
A
Links
B
Rechts

Slide 28 - Quiz

Wat moet je doen om van een gele vlam (pauze vlam) een blauwe vlam te maken?
A
Luchtregelschijf open draaien.
B
Luchtregelschijf dicht draaien
C
Gas regelkraan open draaien
D
Gas regelkraan dicht draaien.

Slide 29 - Quiz


Welke vlam is dit?
A
Ruisende blauwe vlam
B
Stille blauwe vlam
C
Pauze vlam

Slide 30 - Quiz


Weerstand meet ik in...
A
ampère
B
watt
C
ohm
D
siemens

Slide 31 - Quiz


Hoe geef je de grootheid weerstand weer in een symbool?
A
I
B
R
C
U
D
r

Slide 32 - Quiz

Wat is de totale weerstand van de 3 weerstanden?
A
200Ω
B
801Ω
C
1,8kΩ
D
Dat hangt van de spanning af.

Slide 33 - Quiz

Welk onderdeel uit een schakelschema is dit?
A
Schakelaar
B
Lamp
C
Batterij
D
Voltmeter

Slide 34 - Quiz

Op de afbeelding zien we een serieschakeling
A
waar
B
Niet waar

Slide 35 - Quiz

Koolstofmonoxide
Koolstofdioxide
Volledige verbranding
Onvolledige verbranding
Voldoende zuurstof
Te weinig zuurstof

Slide 36 - Drag question


Wat is de formule om de zwaartekracht uit te rekenen?
A
Fz = m x 10
B
Fz = m / 10
C
Fz = 10 / m
D
Fz = m x 5

Slide 37 - Quiz

Een ultrasoon geluid is een geluid..
A
hoger dan 20.000 Hz
B
Hoger dan 2.000 Hz
C
Lager dan 20.000 Hz
D
Lager dan 2.000 Hz

Slide 38 - Quiz

Welke soort straling is het gevaarlijkst bij inwendige straling
A
alpha
B
beta
C
gamma
D
röntgen

Slide 39 - Quiz

Wat is infrarode straling voor een straling?
A
Rode lampen
B
Blacklights
C
Straatlampen
D
Warmte lampen

Slide 40 - Quiz

Een zonnebank zendt straling uit.
Wat voor straling is dat?

A
gamma straling
B
infrarode straling
C
röntgenstraling
D
ultraviolette straling

Slide 41 - Quiz