What is LessonUp
Lesson library
Channels
AI tools
Log in
Start for free
‹
Return to search
Woordenschat oefenen NT2
Hoofdstuk 6, Taak 1 tot en met 3
Grammatica en woordenlijst
1 / 17
next
Slide 1:
Slide
Nederlands
ISK
This lesson contains
17 slides
, with
interactive quizzes
and
text slides
.
Lesson duration is:
20 min
Start lesson
Save
Share
Print lesson
Items in this lesson
Hoofdstuk 6, Taak 1 tot en met 3
Grammatica en woordenlijst
Slide 1 - Slide
Grammatica taak 1, 2 en 3,
blz. 153 en 154
- comparatief en superlatief:
mooi - mooier - mooist
- werkwoord
zullen (=
iets beloven)
- Conjunctie:
Als, wanneer
en
toen
Slide 2 - Slide
Asterix is .... dan Obelix.
A
kleiner
B
groter
C
dunner
D
dikker
Slide 3 - Quiz
Het hondje is het..
A
klein
B
kleiner
C
kleinst
Slide 4 - Quiz
De hond is kleiner.
Een kleiner... hond.
A
kleiner
B
kleinere
Slide 5 - Quiz
Vul in: Het boek is mooier. Een mooier... boek.
A
mooier
B
mooiere
Slide 6 - Quiz
.... de kinderen uit school komen, dan krijgen ze koekjes.
A
Toen
B
Wanneer
C
Als
Slide 7 - Quiz
.... ik jong was, kocht ik stiekem chocolade repen.
A
Toen
B
Wanneer
C
Als
Slide 8 - Quiz
Vul in: 'Kan ik wat bestellen?' 'Ik .... (zullen) u zo helpen, mevrouw.'
Slide 9 - Open question
Woordenlijst - blz. 156
Slide 10 - Slide
Iets wat niet fijn of niet comfortabel voelt, noemen we:
A
Leuk
B
Ongemakkelijk
C
Makkelijk
Slide 11 - Quiz
Nederlanders houden van voordelig. Wat betekent voordelig?
A
Het is duur
B
Het is gezellig
C
Het is goedkoop
D
Het is druk
Slide 12 - Quiz
Het artikel is beschadigd. Ik moet het daarom terugsturen naar de fabrikant. Wat betekent beschadigd?
A
kapot, niet meer heel
B
lelijk
C
mooi
Slide 13 - Quiz
Als het in huis een niet opgeruimd is, dan kun je zeggen: wat een troep!
A
Dit is waar
B
Dit is niet waar
Slide 14 - Quiz
Het woord "eigenlijk" wordt in het Nederlands vaak gebruikt. In welke zin of zinnen is het goed?
A
Ik wil eigenlijk weten hoe laat het is.
B
Hij sport iedere week, maar vindt het eigenlijk niet leuk.
C
Voor school zou ik eigenlijk een boek moeten lezen.
Slide 15 - Quiz
"Nogal" is ook een woord dat we veel gebruiken. In welke zin of welke zinnen is het goed?
A
Het is nogal koud.
B
Het heeft nogal wat tijd gekost.
C
Ik moet nogal een boek lezen.
Slide 16 - Quiz
Slide 17 - Slide
More lessons like this
Starttaal Instap Thema 2 taak D -Regels: Mag dat?
September 2024
-
31 slides
Nederlands
Praktijkonderwijs
Leerjaar 2
De menseneter - Tom Hofland
September 2023
-
12 slides
Nederlands
Middelbare school
havo, vwo
Leerjaar 4-6
Beeld & Geluid Onderwijs
Prague the movie
November 2019
-
7 slides
Culturele en kunstzinnige vorming
Middelbare school
vmbo, mavo, havo, vwo
Leerjaar 1-6
Dé Schoolreisgids
Nederlands Starttaal thema 3 hoofdstuk 1
September 2024
-
11 slides
Nederlands
Praktijkonderwijs
Leerjaar 1
Het verhaal van Tony's Chocolonely
November 2025
-
10 slides
Economie
Middelbare school
mavo, havo, vwo
Leerjaar 1-3
Economie voor vmbo
toetsstof hoofdstuk 1 Talent
October 2025
-
19 slides
Nederlands
Middelbare school
vmbo b
Leerjaar 2
Paris, the movie
September 2021
-
7 slides
Frans
Middelbare school
vmbo, mavo, havo, vwo
Leerjaar 1-6
Dé Schoolreisgids
Berlin, the movie [History]
August 2019
-
6 slides
Frans
Middelbare school
vmbo, mavo, havo, vwo
Leerjaar 1-6
Dé Schoolreisgids