Circuit kleuters 1

Circuit 1 (Beebot circuit)
1 / 5
next
Slide 1: Slide
Digitale GeletterdheidBasisschoolGroep 1,2

This lesson contains 5 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 70 min

Items in this lesson

Circuit 1 (Beebot circuit)

Slide 1 - Slide


Circuitles ‘de bloemetjes en het bijtje’
LET OP: Beebots nodig (liefst 2), en matten of bouwmateriaal voor een parcours.
Het lesdoel
De leerlingen leren over patroonherkenning en maken kennis met de Beebot. Ze worden gestimuleerd om problemen op te lossen en vaardigheden zoals patroonherkenning en ruimtelijk inzicht te ontwikkelen.
Inleiding
Vertellen wat we komen doen, lesdoel benoemen.
Interesse wekken/motiveren door middel van het stellen van vragen:
Wie kan mij vertellen waar een bij van houdt? Waar vindt de bij zijn bloemetjes? Welke kleur kan een bloem zijn?
Het circuit
Het circuit bestaat uit vier onderdelen, waarbij de groep in vier groepjes wordt verdeeld. Elk groepje werkt 15 a 20 minuten (afhankelijk van de precieze duur van de les) aan een onderdeel voordat ze doorwisselen naar het volgende onderdeel.
De kinderen maken het werkblad ‘De bloemetjes en het bijtje’, waarbij het bijtje naar de bloemetjes moet worden geleid zonder onderweg het web aan te raken (want het bijtje kan vast komen te in het web). Dit stimuleert hun ruimtelijk inzicht en probleemoplossend vermogen.
Benodigdheden hiervoor zijn:
30 scharen
15 lijmstiften
30 werkbladen ‘De bloemetjes en het bijtje’
De kinderen maken het werkblad ‘Patroonherkenning bloemen’. Ze leren patronen te herkennen door bloemetjes in het juiste patroon in te kleuren.
Benodigdheden hiervoor zijn:
30 setjes kleurpotloden (groen, rood en blauw)
30 werkbladen ‘Patroonherkenning bloemen’
Tijdens de Beebot-activiteit laat je de kinderen de Beebot een parcours afleggen, waarbij de Beebot naar het kaartje van de bloemetjes geleid moet worden. De moeilijkheidsgraad kan worden aangepast door de bloemetjes verder weg te plaatsen en de kaartjes met het web te introduceren. Dit ontwikkelt hun ruimtelijk inzicht.
De kaartjes kunnen in de mat geplaatst worden. Indien er geen mat aanwezig is, kan het parcours zonder mat worden afgelegd. De Beebot neemt stappen van 15 centimeter, en draait in een hoek van 90 graden. Je kan ook kaplablokjes gebruiken, om te helpen met het parcours. Dit vergemakkelijkt het inzicht in de route.
Benodigdheden hiervoor zijn:
1 Beebot
een kaartje met de bloemetjes (het eindkaartje)
twee kaartjes met een web (de hinderniskaartjes)
Als de groep groot (meer dan 24 leerlingen) is, kan de groep in vier (in plaats van drie) groepjes worden opgesplitst. Het vierde onderdeel is een kleurplaat.
Circuitles ‘Ik ben een robot’
Het lesdoel
De leerlingen leren over classificatie en dat een robot niets kan zonder aansturing.
Inleiding
Vertellen wat we komen doen, lesdoel benoemen.
Interesse wekken/motiveren door middel van het stellen van vragen: Wat is een robot? Wat doet een robot? Hoe doet hij?
Filmpje ‘Ik ben een robot’ laten zien (vanaf 01.32 min. tot 07.18 min.)
De leerlingen zien dat een robot een machine is en een aan-knop heeft. Wie kan dit ook, bewegen als een robot? Daarna volgt het liedje en mogen alle kinderen 1 minuut een robot nadoen.
Het circuit
Het circuit bestaat uit drie onderdelen, waarbij de groep in drie groepjes wordt verdeeld. Elk groepje werkt 15 a 20 minuten (afhankelijk van de precieze duur van de les) aan een onderdeel voordat ze doorwisselen naar het volgende onderdeel.
Robotkinderen: een kindje is de programmeur, en de andere kinderen zijn robotjes. Commando’s die ze kunnen uitvoeren, kunnen zijn:
raak je neus aan
til 1 been op
raak de grond aan
Elk kind mag een keer programmeur zijn.
De kinderen krijgen een stapel armen, benen, hoofden en lijfjes van een robot. De kinderen sorteren de onderdelen, zodat er een robot gemaakt kan worden. Dit helpt bij het ontwikkelen van het concept van classificatie.
Benodigdheden hiervoor zijn:
20 armpjes, 20 beentjes, 10 hoofdjes en 10 lijfjes van een robotkinderen
30 A4-tjes
15 lijmstiften
Tijdens de Beebot-activiteit laat je de kinderen de Beebot een parcours afleggen, waarbij de Beebot naar het kaartje van de robot geleid moet worden. De moeilijkheidsgraad kan worden aangepast door de robot verder weg te plaatsen en de kaartjes met de muur te introduceren.
Benodigdheden hiervoor zijn:
1 Beebot
een kaartje met de robot (het eindkaartje)
twee kaartjes met een muur (de hinderniskaartjes)
Als de groep groot (meer dan 24 leerlingen) is, kan de groep in vier (in plaats van drie) groepjes worden opgesplitst. Het vierde onderdeel is de robotkleurplaat.
Afsluiting
‘Ga staan als je denkt dat een robot zelf kan nadenken’ (niet waar)
‘Ga staan als je denkt dat een robot hulp nodig heeft van een mens.’ (waar)
‘Ga staan als je denkt dat een robot slim is’ (niet waar)
Instructies voor de Beebot-activiteit
Plaats het eindkaartje op de grond. Dit is het doel waar de Beebot naartoe moet. Als er geen mat is, kan het parcours gewoon op de grond worden afgelegd. De Beebot neemt stappen van 15 centimeter en draait in hoeken van 90 graden.
Gebruik eventueel kaplablokjes om de kinderen te helpen om het parcours beter te zien en te volgen.
Leg de hinderniskaartjes neer om het parcours moeilijker te maken. De Beebot kan niet over deze kaartjes heen.
Laat de kinderen de Beebot programmeren om naar het eindkaartje te gaan.
Plaats het eindkaartje telkens verder weg om het moeilijker te maken.

Beebot

Slide 2 - Slide

Leg uit hoe de beebot werkt, vertel kort het doel van de oefening. Zorg dat tijdens het circuit iemand bij deze activiteit staat, er is begeleiding nodig! laat liefst ter plekke even zien aan de leerlingen hoe hij werkt, en hoe ver naar voren hij rijdt met 1 x pijltje vooruit aanklikken.
Laat een paar leerlingen alvast even proberen met wat eenvoudige commando's!
Kleurplaat

Slide 3 - Slide

Geen uitleg, kleurplaat, gewoon een aantal klaarleggen 
Bloemetjes

Slide 4 - Slide

Leg kort uit wat van ze verwacht wordt: kunnen ze de witte bloemetjes verder kleuren, zodat ze telkens hetzelfde herhalen? bedenk de eerste even met de leerlingen. Wat voor kleur moeten de blaadjes van de derde bloem krijgen? En de vierde?
Zoek de weg

Slide 5 - Slide

Vertel ze dat het bijtje naar de bloemetjes moet komen, en daarvoor hebben ze pijltjes die in de goede volgorde gelegd moeten worden. die mogen ze eerst uitknippen. 
De spinnenwebben mogen niet gebruikt worden. 
Welke pijl heb je nodig om welke kant op te lopen?