This lesson contains 30 slides, with interactive quizzes and text slides.
Lesson duration is: 50 min
Report this lesson
Items in this lesson
Slide 1 - Slide
Slide 2 - Slide
Startopdracht
Leg het begrip licht en het begrip schaduw in je eigen woorden uit
Slide 3 - Slide
Dagopening
Wat maakt iemand een goede docent?
Is de mening van leerlingen belangrijk bij het aannemen van nieuwe docenten?
Slide 4 - Slide
Slide 5 - Slide
Les 1: Licht en schaduw
Voorkennis check
Uitleg 3.1 licht en schaduw
Werken aan de opdrachten
Slide 6 - Slide
Planning
Huiswerk: Maak van 3.1 opdracht 5 t/m 10
Slide 7 - Slide
Licht
Waar denk je aan?
Slide 8 - Slide
Wat is licht?
Slide 9 - Mind map
Bij veel licht is de pupil
A
Groot
B
Klein
C
Licht heeft geen
invloed op pupil
Slide 10 - Quiz
Hoe kan het dat wij voorwerpen kunnen zien, die zelf geen licht geven?
Slide 11 - Open question
Van wie is de schaduw het langst?
A
Linker persoon
B
Rechter persoon
C
Even lang
Slide 12 - Quiz
Leerdoelen
Je kent de betekenis van de begrippen directe en indirecte lichtbron, lichtstraal, lichtbundel, divergent, evenwijdig, convergent, diffuse terugkaatsing, schaduw, kernschaduw, bijschaduw en randstraal.
Je kan de lichtstralen tekenen en daarmee schaduwen construeren.
Je kan uitleggen wanneer een schaduw van grootte of plaats verandert.
Slide 13 - Slide
Uitleg
Op je tafel ligt je open schrift en een pen
Als je een vraag hebt, steek je je hand op en wacht je op je beurt
Blauwe tekst = aantekening
Je bent stil aan het luisteren
Slide 14 - Slide
Wat is licht?
Elektromagnetische Straling?
Energie?
Golf?
Deeltje?
Elektrische velden?
Magnetische velden?
Slide 15 - Slide
Slide 16 - Slide
Wat is licht?
Licht is een vorm van straling die we kunnen zien.
Slide 17 - Slide
Is de maan
een lichtbron?
Slide 18 - Slide
Lichtbronnen
Een directe lichtbron geeft zelf licht.
Een indirecte lichtbron weerkaatst licht.
Slide 19 - Slide
Direct of indirect?
Slide 20 - Slide
Direct of indirect?
Slide 21 - Slide
Zien
Hoe kan het dat wij voorwerpen kunnen zien, die zelf geen licht geven?
Slide 22 - Slide
Wij kunnen voorwerpen zien omdat licht vanaf de lichtbron diffuus teruggekaatst wordt, naar ons oog toe.
Slide 23 - Slide
Licht tekenen
Licht wordt getekend in lichtstralen.
Om de richting aan te geven, zetten we er pijlen bij.
Je tekent altijd met potlood!
Slide 24 - Slide
Drie soorten lichtbundels
Convergent
Divergent
Evenwijdig
Slide 25 - Slide
Welke soorten lichtbundels zijn dit?
Slide 26 - Slide
Wat gebeurt hier?
Slide 27 - Slide
Schaduw
Een schaduw is een plek waar het directe licht van een lichtbron niet komt.
Door de randstralen van de lichtbron langs een voorwerp te tekenen, kan je voorspellen waar een schaduw terecht komt.
Voorbeeld.
Slide 28 - Slide
Nu jullie!
Maak de checkopdracht, laat ze door mij controleren.
Klaar? Maak van 3.1 opdracht 5 t/m 10 op het werkblad.
timer
5:00
Slide 29 - Slide
Leerdoelen
Je kent de betekenis van de begrippen directe en indirecte lichtbron, lichtstraal, lichtbundel, divergent, evenwijdig, convergent, diffuse terugkaatsing, schaduw, kernschaduw, bijschaduw en randstraal.
Je kan de lichtstralen tekenen en daarmee schaduwen construeren.
Je kan uitleggen wanneer een schaduw van grootte of plaats verandert.