EHBO Reanimatie – Defibrillatie – Theorie

reanimeren 
defibrilleren
1 / 18
next
Slide 1: Slide
VerzorgingSecundair onderwijs

This lesson contains 18 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

reanimeren 
defibrilleren

Slide 1 - Slide

Bij welke soort SO'ers gaan we reanimeren/defibrilleren?

Slide 2 - Slide

Hartstilstand 
Bloed transporteert zuurstof naar alle organen
Tekort aan zuurstof  -->  schade!

Zuurstoftekort in hersenen -->  kunnen niet langer dan enkele minuten zonder zuurstof --> onomkeerbare schade

Reanimeren = circulatie terug op gang brengen


Bloed transporteert zuurstof naar alle organen

Tekort aan zuurstof --> schade!

Zuurstoftekort in hersenen --> kunnen niet langer dan enkele minuten zonder zuurstof --> onomkeerbare schade

Reanimeren = circulatie terug op gang brengen


Slide 3 - Slide


Wanneer het  SO niet reageert en niet normaal ademt





Start reanimatie!

Slide 4 - Slide

DEFIBRILLEREN

Slide 5 - Slide

Slide 6 - Slide

Slide 7 - Slide

- Bij +/- de helft van slachtoffers: ventrikkelfibrillatie

- Het hart trekt onregelmatig samen, de hartkamers 
   trillen chaotisch

- Een automatische externe defibrillator = AED
  
- Dient alleen een schok toe als het hart fibrilleert.
 

Slide 8 - Slide

Het gebruik van het AED-toestel verhoogt de slaagkansen van de reanimatie!
 


Slide 9 - Slide

TIPS bij gebruik van AED

Een AED vervangt het geven van borstcompressies en beademingen niet. 





Slide 10 - Slide

TIPS bij gebruik van AED

Een AED-toestel werkt met elektriciteit. Veiligheid!!!
- Droog de borstkas van het slachtoffer als ze nat is
- Kleef de elektroden niet op medicatieklevers of over verband.
- Kleef ze niet over een tepel of over een pacemaker.
- Kleef de elektroden op die plaatsen zijn aangeduid.







Slide 11 - Slide

Reanimeren, hoe doe ik dat?

Slide 12 - Slide

Stap 1, 2, 3
Ga AED halen indien beschikbaar!

Slide 13 - Slide

Baby (0-1 jaar) reanimeren
+ Hoofd van de baby in een neutrale positie;
+ Adem in en plaats lippen om de mond en neus van het kind.
+ Blaas gedurende 1 seconde rustig in de mond en/of neus;
+ Geef  5 beademingen;
+ Plaats de toppen van de wijs- en middelvinger in midden van de tepellijn
+ Borstkas +/- 4cm induwen, tempo van 100-120 compressies per minuut;
+ Wissel de borstcompressies en beademing af in een verhouding van 15:2

Cursus p.13

Slide 14 - Slide

Kind reanimeren (1j-pubertijd)
+ Luchtweg openen: kinlift
+ Adem in en knijp het zachte gedeelte van de neus dicht.
+ Plaats de lippen om de mond van het kind en blaas 1 seconde in de mond;
+ Geef 5 beademingen;
+ Plaats de hiel van één hand in het midden van de tepellijn;
+ Druk de borstkas met gestrekte arm +/- 5 cm in
+ Tempo van 100-120 compressies per minuut.
+ Afwisselen borstcompressies en beademing-->  verhouding 15:2 of 30:2


Cursus p.14

Slide 15 - Slide

Wanneer stop je met reanimeren? 

Slide 16 - Slide

Wanneer stoppen met reanimeren?
  • gespecialiseerde hulp vraagt je te stoppen en neemt de reanimatie over 

  • het slachtoffer wordt definitief wakker wordt: beweegt, opent de ogen en ademt normaal

  • je bent zelf uitgeput.

Slide 17 - Slide

DEMO + INOEFENEN

Slide 18 - Slide