Orgaanstelsels


Beste leerlingen,

Welkom in deze digitale les! Aan de hand van dit online leerpad zullen jullie de leerinhouden van vandaag zelfstandig verwerken. Indien jullie vragen hebben, mag je deze altijd stellen via een bericht op Smartschool. 
Ik zal deze zo snel mogelijk beantwoorden. 
1 / 26
next
Slide 1: Slide
NatuurwetenschappenSecundair onderwijs

This lesson contains 26 slides, with interactive quizzes, text slides and 4 videos.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson


Beste leerlingen,

Welkom in deze digitale les! Aan de hand van dit online leerpad zullen jullie de leerinhouden van vandaag zelfstandig verwerken. Indien jullie vragen hebben, mag je deze altijd stellen via een bericht op Smartschool. 
Ik zal deze zo snel mogelijk beantwoorden. 

Slide 1 - Slide

Organen en hun functie.

In dit online leerpad realiseren jullie volgende leerplandoelstellingen:

LPD 56 De leerlingen lokaliseren en benoemen de belangrijkste organen van het ademhalings-,
spijsverterings-, transport- en uitscheidingsstelsel in het menselijk lichaam. 

LPD 57 De leerlingen geven enkele gelijkenissen en verschillen in stelsels tussen de mens en
 andere niet-verwante diersoorten. 

Slide 2 - Slide

Spijsvertering 
De mens heeft voedsel nodig om in leven te blijven en energie te hebben. In voedsel zitten bouwstoffen. Die komen pas beschikbaar als voedsel verkleind, fijngemalen en 
oplosbaar is. Dan kan het door de darmwand in het bloed worden opgenomen. 
Spijsvertering is de weg die het voedsel in het lichaam aflegt.

In de volgende clip zie je de weg dat je voedsel aflegt van mond tot einddarm.
De oefeningen die volgen helpen jou om de belangrijke organen van de spijsvertering te situeren.

Slide 3 - Slide

0

Slide 4 - Video

Slide 5 - Link

Waar begint de spijsvertering?
A
Dunne darm
B
Mond
C
Maag
D
Endeldarm

Slide 6 - Quiz

Wat is de goede volgorde van je spijsvertering?
A
slokdarm, maag, dikke darm, dunne darm
B
mondholte, slokdarm, dunne darm, maag
C
mondholte, slokdarm, maag, dunne darm
D
dikke darm, dunne darm, maag, mondholte

Slide 7 - Quiz

Waar eindigt de spijsvertering?
A
anus
B
nieren
C
lever
D
darm

Slide 8 - Quiz

Wat doet ieder orgaan? Sleep de organen naar de passende taak.
Verkleint het voedsel door te kneden en zuur toe te voegen.
Verkleint het voedsel door te kauwen en speeksel bij te voegen.
Voedingsstoffen worden opgenomen in het bloed.
Overtollig water wordt uit de voedselbrij gehaald.
Er wordt een sap bijgevoegd zodat de vetten in kleine druppels verdeeld worden.
Maag
Mondholte
Dunne darm
Dikke darm
Galblaas

Slide 9 - Drag question

Ademhalingsstelsel
Ademen is belangrijk, maar waarom eigenlijk?

In de lucht die je inademt zit zuurstof. Zonder zuurstof kun jij niet leven. Gelukkig ademen de meeste mensen zonder erbij na te denken. Maar hoe werkt je ademhaling eigenlijk?

Bekijk aandachtig de volgende clip.

Slide 10 - Slide

Slide 11 - Video


Als je ademhaalt, zie je je buik en borst bewegen. Je ademt in en uit. 

Om te kunnen ademen, werken er heel wat organen samen: longen, tussenribspieren, het middenrif en de buikspieren. 
Het middenrif gaat omhoog als de buikspieren zich samentrekken; 
je ademt uit.



Sleep in de volgende oefening de organen naar de passende plaats op de afbeelding.

Slide 12 - Slide

longblaasjes
longen
luchtpijptak
longtakje
luchtpijp

Slide 13 - Drag question

Lucht in de longen.
De lucht die per ademhaling binnenkomt noemen we de ademvolume.
Een deel van deze lucht komt niet verder dan de luchtpijptakken, luchtpijp, keel- of neusholte. Dit is de dode ruimte.
De maximale lucht die ingeademd en uitgeademd kan worden heet de vitale capaciteit.
Longvolume is niet hetzelfde als vitale capaciteit. Er blijft ook lucht achter in de longen. Dit is het restvolume.

Slide 14 - Slide

De vitale capaciteit is van persoon tot persoon verschillend. Roken, gewicht en conditie zijn hierop van invloed. 
Een roker komt misschien maar tot 2,5 liter, terwijl een getrainde atleet wel tot 6 liter kan komen per ademteug.

Slide 15 - Slide

Sleep de begrippen naar de passende omschrijving.
wat iemand bij een normale ademhaling in en uit-ademt
lucht die in je longen achterblijft nadat je maximaal hebt uitgeademd
wat je maximaal in- en uit kunt ademen
vitale capaciteit + restvolume
vitale capaciteit
ademvolume
restvolume
totale long-capaciteit = longvolume

Slide 16 - Drag question

Geef bij de volgende vragen telkens 1 verschil en 1 gelijkenis tussen het stelsel van de mens en het stelsel van het dier.

Bekijk vooraf aandachtig de clips en afbeeldingen op de volgende slides.
Hebben alle diersoorten dezelfde organen en orgaanstelsels als de mens?

Slide 17 - Slide

Slide 18 - Video

Slide 19 - Slide

Slide 20 - Video

Hoe verschilt het spijsverteringsstelsel van een planteneter met dat van de mens?
Geef ook 1 gelijkenis tussen de 2 stelsels.


Slide 21 - Open question

Hoe verschilt de ademhaling bij vissen met dat
van de mens?
Geef ook 1 gelijkenis tussen de 2 stelsels.

Slide 22 - Open question

Hoe verschilt de spijsvertering bij regenwormen met dat van de mens?
Geef ook 1 gelijkenis tussen de 2 stelsels.

Slide 23 - Open question

Hoe verschilt het gebit van een vleeseter met dat van de mens?

Geef ook 1 gelijkenis tussen de 2 stelsels.

Slide 24 - Open question



Fijn dat je dit leerpad tot op het einde doornam!


Slide 25 - Slide

Slide 26 - Slide