GT2 Les 2: Smaken verschillen

Inloop
-Ga op je eigen plek zitten (plattegrond)
-Pak je pen, schrift en laptop
-Inloggen in LessonUp



1 / 24
next
Slide 1: Slide
EconomieMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 2

This lesson contains 24 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Inloop
-Ga op je eigen plek zitten (plattegrond)
-Pak je pen, schrift en laptop
-Inloggen in LessonUp



Slide 1 - Slide

Les 2
Goederen en diensten

Slide 2 - Slide

Lesplanning
Leerdoel: 
Terugblik: Consumeren is kiezen                       (5min)
Voorkennis:                                                                  (5min)
Instructie: Producten en diensten                    (15min)
Begeleid inoefenen: Vraag 6                                (5min)
Zelfstandig oefenen: Vraag 7, 8, 10 en 12        (15min)
Huiswerk: Vraag 6, 7, 8, 10 en 12
Evaluatie:                                                                        (5min)

Slide 3 - Slide

Leerdoelen
1. Ik kan het verschil tussen goederen en diensten uitleggen


2. Ik kan drie sociale factoren noemen die invloed hebben op mijn keuzes.


Slide 4 - Slide

Terugblik
Wat is het verschil tussen basisbehoeften en 
luxebehoeften?

Wat betekent schaarste?

Noem drie voorbeelden van behoeften

Slide 5 - Slide

Voorkennis
Wat is je lievelingsproduct?

Slide 6 - Slide

Lievelingsproduct

Slide 7 - Mind map

Instructie (1/2)
Wat zijn producten en diensten?

Goederen: iets wat je kan aanraken (tastbaar)
b.v.: auto, pen, playstation en make-up

Dienst: iets wat je niet kan aanraken (niet tastbaar)
b.v.: bijles, taxi rit, haar knippen, nagels lakken

Slide 8 - Slide

Product of dienst?

Slide 9 - Slide



A
Product
B
Dienst

Slide 10 - Quiz



A
Product
B
Dienst

Slide 11 - Quiz



A
Product
B
Dienst

Slide 12 - Quiz



A
Product
B
Dienst

Slide 13 - Quiz

Instructie (2/2)
Wat of wie kunnen jouw keuzes beïnvloeden?
Smaak: 

Prijs of bruikbaarheid: 

Bekendheid:

Rage:
Jij vind een product mooi of lelijk, hangt af van je smaak
Een product doet het heel goed of is heel goedkoop

Een product is meer bekend dan een ander

Een product  is tijdelijk(nu) heel bekend

Slide 14 - Slide


Welk begrip hoort bij de volgende afbeeldingen?

Slide 15 - Slide


A
Smaak
B
Prijs of bruikbaarheid
C
Bekendheid
D
Rage

Slide 16 - Quiz


A
Smaak
B
Prijs of bruikbaarheid
C
Bekendheid
D
Rage

Slide 17 - Quiz


A
Smaak
B
Prijs of bruikbaarheid
C
Bekendheid
D
Rage

Slide 18 - Quiz


A
Smaak
B
Prijs of bruikbaarheid
C
Bekendheid
D
Rage

Slide 19 - Quiz

Begeleid inoefenen

Slide 20 - Slide

Zelfstandig oefenen
Maak nu vraag 7, 8, 10 en 12 op blz 106 en 107


Klaar? Dan mag je een boek lezen of rustig op je laptop 
gamen.

Extra uitdaging? Maak vraag 13


timer
15:00

Slide 21 - Slide

Huiswerk
Vraag 6, 7, 8, 10 en 12 op blz 106 en 107

Slide 22 - Slide

Evaluatie
Wat vonden jullie van de les?


Wat vond ik van de les?


Wat kunnen we anders doen?

Slide 23 - Slide

Lesafsluiting
1. Wat is het verschil tussen goederen en diensten?


2. Noem drie sociale factoren die je keuzes kunnen beïnvloeden



Volgende les: Hoofdstuk 4 paragraaf 2

Slide 24 - Slide