Lezen hoofdstuk 4 VWO/Havo3

Lezen hoofdstuk  4
Argumentatie en argumentatieschema's
1 / 21
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 3

This lesson contains 21 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Lezen hoofdstuk  4
Argumentatie en argumentatieschema's

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Leerdoelen:
Je kunt na deze lessen:

  • onderscheid maken tussen standpunten, argumenten, tegenargumenten en weerleggingen.
  • een argumentatie met tegenargumenten weergeven in een schema.

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Deze (van de 7) tekststructuren ken ik nog

Slide 3 - Mind map

This item has no instructions

Deze argumentatieschema's ken ik nog

Slide 4 - Mind map

This item has no instructions

Enkelvoudige argumentatie
Standpunt
Argument

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

onderschikkende argumentatie

Slide 6 - Slide

evt laten zien of overslaan
nevenschikkende argumentatie

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

In een blokjesschema voor onderschikkende argumentatie staan de blokjes met argumenten naast elkaar.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 8 - Quiz

This item has no instructions

Een onderschikkende argumentatie bestaat altijd maar uit één argument bij het standpunt.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 9 - Quiz

This item has no instructions

Onze school is een goede school. De leerlingen halen goede cijfers.
A
enkelvoudige argumentatie
B
meervoudige argumentatie
C
onderschikkende argumentatie
D
nevenschikkende argumentatie

Slide 10 - Quiz

This item has no instructions

Hij is geschikt voor deze baan als operateur, want hij heeft al 5 jaar werkervaring. Hij werkte hiervoor immers in dezelfde functie bij een Cinema Opera.
A
enkelvoudige argumentatie
B
meervoudige argumentatie
C
onderschikkende argumentatie
D
nevenschikkende argumentatie

Slide 11 - Quiz

This item has no instructions

Onze school is een goede school. In de bovenbouw hangt een goede sfeer en in de onderbouw voelt iedereen zich veilig.
A
enkelvoudige argumentatie
B
meervoudige argumentatie
C
onderschikkende argumentatie
D
nevenschikkende argumentatie

Slide 12 - Quiz

This item has no instructions

Een hoofdgedachte is hetzelfde als een onderwerp
A
Waar
B
Niet waar

Slide 13 - Quiz

This item has no instructions

Een overtuigende tekst wordt ook wel een betoog genoemd.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 14 - Quiz

This item has no instructions

Welke structuur past goed bij een betoog?
A
Verleden-heden-toekomststructuur
B
Probleem-oplossingsstructuur
C
Argumentatiestructuur
D
Vraag-antwoordstructuur

Slide 15 - Quiz

This item has no instructions

Wat is een tegenargument?
A
Een argument dat een standpunt onderuithaalt.
B
Een argument dat een ander argument onderuithaalt.

Slide 16 - Quiz

This item has no instructions

Een weerlegging is als
A
je de argumenten voor versterkt
B
je het genoemde tegenargument ontkracht
C
als je een tegenargument geeft
D
je je standpunt duidelijk maakt

Slide 17 - Quiz

This item has no instructions

Wat is het verschil tussen een tegenargument en een weerlegging?
A
Een tegenargument is het ontkrachten van een standpunt; een weerlegging is het ontkrachten van een argument.
B
Een tegenargument is het ontkrachten van een argument; een weerlegging is het ontkrachten van een standpunt.

Slide 18 - Quiz

This item has no instructions

Waar of niet waar?
Met een weerlegging ontkracht je een argument of een tegenargument.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 19 - Quiz

This item has no instructions

Signaalwoorden voor een tegenargument zijn:
A
ook, daarnaast
B
dus, vervolgens
C
echter, integendeel
D
om te

Slide 20 - Quiz

This item has no instructions

Aan de slag!
1. Kijk in je studiewijzer welke opdrachten je moet maken van hoofdstuk 4.

2. Antwoorden van de opdrachten (H1-H4) staan in Teams in de bestanden, zodat je in je eigen tijd na kan kijken

Slide 21 - Slide

This item has no instructions