Herhaling les 1 t/m 5 SVRZ

Herhaling les  SVRZ
Quiz
1 / 28
next
Slide 1: Slide
Verpleging en verzorgingMBOStudiejaar 1-3

This lesson contains 28 slides, with interactive quizzes and text slide.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

Herhaling les  SVRZ
Quiz

Slide 1 - Slide

Eerste verschijnselen uiten zich in gedrag- en persoonlijkheidsveranderingen. Verandering in taalvaardigheid en in motoriek.
Dit past bij ...
A
ziekte van Alzheimer
B
fronto-temporaal dementie
C
vasculaire dementie
D
Lewy body dementie

Slide 2 - Quiz

Wat is agnosie?
A
handelingsstoornis
B
spraakstoornis
C
onvermogen om dingen te herkennen die door zintuigen worden waargenomen
D
geheugenstoornis

Slide 3 - Quiz

Cognitieve problemen kunnen van dag tot dag wisselen. Vaak last van visuele hallucinaties. Stijfheid, schuifelende passen.
Dit doet denken aan ...
A
Lewy body dementie
B
Vasculaire dementie
C
Delier
D
ziekte van Pick

Slide 4 - Quiz

Waar staat de medische term apraxie voor?


A
Niet meer herkennen van familieleden en andere bekenden
B
Niet meer kunnen benoemen van voorwerpen
C
Niet meer weten hoe bepaalde handelingen uitgevoerd moet worden
D
Alle andere antwoorden zijn goed

Slide 5 - Quiz

Wat is een taalstoornis?
A
Afasie
B
Agnosie
C
Apraxie
D
Hemianopsie

Slide 6 - Quiz

Als iemand zich niet meer netjes gedraagt en zijn manieren verliest door dementie, wordt dit ..... genoemd.
A
Manierenverlies
B
Decorumverlies
C
Waardenverlies
D
Normenverlies

Slide 7 - Quiz

Verzorging van een rode wond
Verzorging van een gele wond
Verzorging van een zwarte wond
Bescherming van het nieuwe weefsel en uitdroging voorkomen van het wondbed
•Reiniging van de wond, door oplossen van fibrine beslag

•Opheffen infectie

•Absorberen wondvocht
Verwijderen necrose of droog laten

Slide 8 - Drag question

Weefsel
Infectie
Vochtigheid
Wondranden

Slide 9 - Drag question

Ontstekingsverschijnselen

Slide 10 - Mind map

Welk deel van de huid is beschadigd bij een schaafwond?
A
opperhuid
B
onderhuids bindweefsel
C
lederhuid
D
opperhuid en lederhuid

Slide 11 - Quiz

Zet in de juiste volgorde van buitenste naar binnenste laag
A
opperhuid - lederhuid - onderhuids bindweefsel
B
opperhuid- onderhuids bindweefsel - lederhuid
C
lederhuid, onderhuids bindweefsel -opperhuid
D
onderhuids bindweefsel - lederhuid - opperhuid

Slide 12 - Quiz

Reinigen hoort bij ...
A
rode wond
B
gele wond
C
rode en gele wond
D
zwarte wond

Slide 13 - Quiz

Wat regelt de Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst (WGBO)?
A
De rechten van zorgverleners in hun werk
B
De rechten en plichten tussen zorgvrager en zorgverlener
C
De bevoegdheden van zorginstellingen
D
De klachtenprocedure binnen de zorg

Slide 14 - Quiz

Welke punten vallen onder de WGBO?
A
recht op: info over medische situatie + toestemmingsvereiste +inzage medische dossiers
B
wilsverklaring en recht op second opinion
C
recht op vertegenwoordiging en recht op privacy
D
alle voorgenoemde antwoorden

Slide 15 - Quiz

Wanneer mag een zorgverlener informatie achterhouden voor de zorgvrager?
A
Nooit, de zorgvrager heeft altijd recht op volledige informatie
B
Alleen als de zorgverlener vindt dat het onnodig is om de informatie te verstrekken
C
Alleen als de zorgvrager er ernstig nadeel van zou ondervinden, zoals buitensporige angst
D
Altijd, als de zorgverlener het belangrijker vindt om de zorgvrager gerust te stellen

Slide 16 - Quiz

Wat is het doel van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG)?
A
Het regelt de hoogte van de salarissen voor zorgverleners
B
Het bepaalt welke zorgvragers recht hebben op behandeling door een arts
C
Het regelt de administratieve verplichtingen van zorginstellingen
D
Biedt bescherming aan zorgvragers tegen ondeskundig en onzorgvuldig handelen door zorgverleners

Slide 17 - Quiz

Wat is een 'risicovolle handeling' volgens de Wet BIG?
A
Een handeling waarbij grote kans is op gezondheidsschade als deze ondeskundig wordt uitgevoerd
B
Een handeling die nooit uitgevoerd mag worden door een zorgverlener
C
Een handeling die altijd door een arts moet worden uitgevoerd
D
Een handeling die alleen mag worden uitgevoerd bij acute situaties

Slide 18 - Quiz

Wat is de rangeertechniek?
A
benaderingswijze bij dementie
B
een injectietechniek voor intramusculair
C
afwisselend injecteren

Slide 19 - Quiz

Je mag niet injecteren in ...
A
operatiegebied, oedemateuze plek, trombosebeen
B
verlamde ledematen
C
en een arm of been waar lymfeklieren verwijderd zijn
D
alle antwoorden zijn goed

Slide 20 - Quiz

Waarom mag je niet stuwen bij een vingerprik?
A
Kapot maken hemoglobine
B
Hemoglobine vermengt zich met witte bloedcellen
C
je meet dan niet in volbloed
D
Wond heelt minder goed

Slide 21 - Quiz

Wanneer dien je een glucagon injectie toe?
A
Bij een hyper, wanneer iemand buiten bewustzijn is
B
Bij een hypo, wanneer iemand buiten bewustzijn is
C
Bij een hypo, wanneer iemand niet wil eten of drinken
D
Bij een hyper wanneer iemand niet wil drinken

Slide 22 - Quiz

Iemand ziet erg bleek, heeft hoofdpijn, is moe en beeft. Wat is er aan de hand?
A
Hypo
B
Hyper

Slide 23 - Quiz

Wat kan een oorzaak van een hypo zijn?
A
Te weinig of anders eten
B
Verkeerd spuiten
C
Teveel sporten
D
Alle bovenstaande antwoorden

Slide 24 - Quiz

Patiënt X heeft een bloedsuiker van 2,5 mmol. Wat doe je?
A
Patiënt X heeft een hyperglycemie. Je dient extra insuline toe.
B
Patiënt X heeft een hypoglycemie. Je dient extra insuline toe.
C
Patiënt X heeft een hyperglycemie. Je geeft je patiënt snelle koolhydraten, bijvoorbeeld een Dextro-tablet
D
patiënt X heeft een hypoglycemie. Je geeft je patiënt snelle koolhydraten, bijvoorbeeld een Dextro-tablet

Slide 25 - Quiz

Bij diabetes kunnen veel complicaties optreden. Wat is diabetische nefropathie?
A
een diabetische voet: door slechte doorbloeding wordt de genezing van wonden op de voet belemmerd.
B
Een oogaandoening: diabetes beschadigt de haarvaten in het netvlies van de ogen, waardoor bloedinkjes of littekenweefsel ontstaan.
C
Nierschade: wanneer bloedsuikerwaarden structureel te hoog zijn raken de haarvaten in de nieren beschadigd, waardoor de nierfunctie vermindert.

Slide 26 - Quiz

Wat is het belangrijkste doel van de Wkkgz?
A
Biedt bescherming aan zorgvragers tegen ondeskundig en onzorgvuldig handelen door zorgverleners
B
Het regelen van de manier waarop klachten over zorg zo snel mogelijk opgelost kunnen worden en hoe herhaling kan worden voorkomen
C
Het vaststellen van de tarieven voor zorgverlening
D
Het regelen van de rechten en plichten van zorgvragers

Slide 27 - Quiz

Wat betekent het voor zorgverleners als ze zich niet aan de Wkkgz houden?
A
Ze kunnen alleen aansprakelijk worden gesteld voor schadeclaims van de zorgvrager
B
Ze kunnen hun werkzaamheden tijdelijk niet uitvoeren
C
Ze kunnen disciplinair worden gestraft, zoals een waarschuwing of tijdelijke schorsing
D
Ze kunnen een boete krijgen.

Slide 28 - Quiz