Weende analyse quiz

Weende analyse
1 / 37
next
Slide 1: Slide
DierverzorgingMBOStudiejaar 1

This lesson contains 37 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 90 min

Items in this lesson

Weende analyse

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Formules
  • Ruw eiwit: N (stikstof) x 6,25% = ruw eiwitgehalte

  • Waar komt 6,25% vandaan? Eiwit bevat 16% stikstof. 16 x 6,25 = 100

  • Overige koolhydraten: 1000- gr vocht - gr as - gr re - gr rvet - gr rc = gr ok

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

Functies mineralen

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

Tekort macro mineralen
Calcium tekort kip: slechte eierschaal
Te weinig magnesium koe: kopziekte
Te weinig calcium na afkalven: melkziekte

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

Tekort micro mineralen
Slechte conditie
diarree
Verdikte kogels
Diarree
Slechte vruchtbaarheid
Slechte productie

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

Teveel sporenelementen
Schade aan milieu

Teveel koper --> schapen vergiftigd (texelaar)

Teveel seleen --> vergiftiging

 

Slide 8 - Slide

This item has no instructions

Vitaminen
Vetoplosbare vitaminen (A, D, E, K)
  • Zitten in dierlijke producten en worden in lichaam opgeslagen

Wateroplosbare vitaminen (C,B)
  • Zitten in plantaardige producten en worden uitgeplast

Slide 9 - Slide

This item has no instructions

Slide 10 - Slide

This item has no instructions

Functies vitaminen bij pluimvee

Slide 11 - Slide

This item has no instructions

Slide 12 - Video

This item has no instructions

Slide 13 - Slide

This item has no instructions

Welke nutrient weet je als je alles geanalyseerd hebt?
A
Eiwitten
B
Vetten
C
Suikers
D
Overige koolhydraten

Slide 14 - Quiz

This item has no instructions

Wat analyseer je als eerst?
A
Droge stof en vocht
B
Eiwit
C
Vet
D
Koolhydraten

Slide 15 - Quiz

This item has no instructions

Welke onderdelen van de Weende- analyse vallen onder organische stof? Er zijn meerdere antwoorden goed.
A
Ruw vet
B
Grond
C
Mineralen
D
Ruwe celstof

Slide 16 - Quiz

This item has no instructions

Wat is de functie van eiwitten?
A
Vormen een bouwstof voor weefsels
B
Belangrijkste energiebron
C
Zorgen voor darmgezondheid
D
Zorgen voor gezonde urinewegen

Slide 17 - Quiz

(bijv. opbouw van spieren)
Wat is WAAR over eiwitten?
A
Eiwitten zijn opgebouwd uit vetzuren
B
Er zijn 50 soorten aminozuren bekend
C
In tegenstelling tot essentiële aminozuren, kunnen niet-essentiële aminozuren door het lichaam zelf gemaakt worden
D
Alleen katten kennen essentiële aminozuren, honden niet

Slide 18 - Quiz

This item has no instructions

Wat zijn de functies van de voedingsstoffen? 
eiwitten
vetten
koolhydraten
mineralen
vitaminen
water
bouwstof en brandstof
brandstof
brandstof
bouwstof en beschermende stof
beschermende stof
bouwstof en transport

Slide 19 - Drag question

This item has no instructions

Welke van onderstaande feiten over vitaminen is juist?
A
Vitamine A, D, E en K zijn wateroplosbare vitaminen.
B
Een tekort aan vitamine K kan leiden tot rachitis.
C
Een overmaat aan vitamine C kan leiden tot spondylose.
D
Een tekort aan vitamine B kan leiden tot vacht- en huidproblemen.

Slide 20 - Quiz

This item has no instructions

Waaruit bestaat ruwe celstof
A
makkelijk verteerbare koolhydraten
B
moeilijk verteerbare koolhydraten
C
makkelijk verteerbare aminozuren
D
moeilijk verteerbare aminozuren

Slide 21 - Quiz

This item has no instructions

Een efficiënte energieleverancier is;
A
Ruwe celstof
B
Ruw vet
C
Ruw eiwit
D
Ruwe As

Slide 22 - Quiz

This item has no instructions

Hoe kun je de smakelijkheid van een voeding verhogen?
A
Toevoegen van vet
B
Toevoegen van vezels
C
Toevoegen van vitaminen
D
Verlagen van hoeveelheid zout

Slide 23 - Quiz

This item has no instructions

Wat is WAAR over eiwitten?
A
Eiwitten zijn opgebouwd uit vetzuren
B
Er zijn 50 soorten aminozuren bekend
C
In tegenstelling tot essentiële aminozuren, kunnen niet-essentiële aminozuren door het lichaam zelf gemaakt worden
D
Alleen katten kennen essentiële aminozuren, honden niet

Slide 24 - Quiz

This item has no instructions

Wat is de functie van eiwitten?
A
Vormen een bouwstof voor weefsels
B
Belangrijkste energiebron
C
Zorgen voor darmgezondheid
D
Zorgen voor gezonde urinewegen

Slide 25 - Quiz

(bijv. opbouw van spieren)
Water is belangrijk voor?
A
Fungeert als bouwstof voor het lichaam
B
Oplossen van voederbestanddelen en afvalstoffen
C
Regeling lichaamstemperatuur
D
Transport van voederbestanddelen en afvalstoffen

Slide 26 - Quiz

This item has no instructions

Welke onderdelen van de Weende- analyse vallen onder anorganische stof? Er zijn meerdere antwoorden mogelijk.
A
Koolhydraten
B
Grond
C
Mineralen
D
Eiwitten

Slide 27 - Quiz

This item has no instructions

Welke onderdelen van de Weende- analyse vallen onder organische stof? Er zijn meerdere antwoorden goed.
A
Ruw vet
B
Grond
C
Mineralen
D
Ruwe celstof

Slide 28 - Quiz

This item has no instructions

Wat is de functie van de dunne darm?
A
Vertering en opnemen van voedingsstoffen
B
Productie van enzymen
C
Vormen van mest
D
Productie gal

Slide 29 - Quiz

This item has no instructions

Boekmaag
A
Verteren van plantdelen door micro-organismen
B
Verdeling fijne en grove deeltjes
C
Opname van water, vluchtige vetzuren en mineralen
D
Zelfde functie als bij de koe

Slide 30 - Quiz

This item has no instructions

Pens
A
Verteren van plantdelen door micro-organismen
B
Verdeling fijne en grove deeltjes
C
Opname van water, vluchtige vetzuren en mineralen
D
Zelfde functie als bij de koe

Slide 31 - Quiz

This item has no instructions

Netmaag
A
Verteren van plantdelen door micro-organismen
B
Verdeling fijne en grove deeltjes
C
Opname van water, vluchtige vetzuren en mineralen
D
Zelfde functie als bij de koe

Slide 32 - Quiz

This item has no instructions

Volgorde magen koe
A
Netmaag-Pens-Boekmaag-Lebmaag
B
Pens-Lebmaag-Boekmaag-Netmaag
C
Pens-Boekmaag-Lebmaag-Netmaag
D
Pens-Netmaag-Boekmaag-Lebmaag

Slide 33 - Quiz

This item has no instructions

Welke van de volgende beweringen over kauwen van krachtvoer en ruwvoer is juist?
A
Ruwvoer = veel speeksel Krachtvoer = weinig speeksel
B
Ruwvoer = weinig speeksel Krachtvoer = weinig speeksel
C
Ruwvoer = veel speeksel Krachtvoer = veel speeksel
D
Ruwvoer = weinig speeksel Krachtvoer = veel speeksel

Slide 34 - Quiz

This item has no instructions

Eiwitten
A
Bouwstenen en energie
B
Bouwstof
C
Energie

Slide 35 - Quiz

This item has no instructions

Hoe kun je deze kennis op je stage / in de praktijk gebruiken?

Slide 36 - Open question

This item has no instructions

Waarom is het nuttig om te weten uit welke voedingsstoffen een voer bestaat?

Slide 37 - Open question

This item has no instructions