M2f - de ontkenning (basis en vervolg)

Van

Ça va? 😃
Aan de slag: Chapitre 5 vocabulaire A
Géén computer Pak je: Plenda en ... 
        boek - schrift - pen- potlood -gum
Bonjour
1 / 31
next
Slide 1: Slide
FransMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 1

This lesson contains 31 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

Items in this lesson

Van

Ça va? 😃
Aan de slag: Chapitre 5 vocabulaire A
Géén computer Pak je: Plenda en ... 
        boek - schrift - pen- potlood -gum
Bonjour

Slide 1 - Slide

Van

1   Start (vocabulaire A + leenwoorden)
2   Plenda
3   La négation - De ontkenning
4   Vocabulaire A-B
Aujourd'hui

Slide 2 - Slide

OBJECTIFS
Aan het einde van de les:
  • Herken je de persoonsvorm in het Frans.
  • Ken je het stappenplan van de ontkenning in het Frans.
  • Heb je nette aantekeningen gemaakt. 


Slide 3 - Slide

Welke woorden gebruik je
voor de ontkenning in het Nederlands?

Slide 4 - Mind map

Hoe zeg je "nee" in het Frans?

Slide 5 - Open question

Slide 6 - Video

Uit welke woorden bestaat de ontkenning?
A
alleen ... pas
B
alleen ... ne
C
ne ... pas of n' ... pas
D
ne ... pas

Slide 7 - Quiz

DE ONTKENNING IN HET FRANS
Als je NIET of GEEN in het Frans wilt zeggen,
dan gebruik je de woorden: 
NE ... PAS 
of 
N' ... PAS.




Slide 8 - Slide

3-stappenplan Frans
1         Onderstreep de persoonsvorm 
           (1e werkwoord in de zin).
2        Zet er NE of N' voor en PAS erachter.
3        Vul de rest van de zin -voor en na de
           ontkenning- aan.

Slide 9 - Slide

3-stappenplan Frans
Bijvoorbeeld ...
1        Elle déteste le coca?
2       ne déteste pas
3       Elle ne déteste pas le coca.

Slide 10 - Slide

Nog meer ontkenningen
Noteer in je schrift ....

niet meer +
ne ... plus +
nooit
ne ... jamais
niets
ne ... rien
nog niet
ne ... pas encore

Slide 11 - Slide

Vertaal de zinnen naar het NL
1         Je ne suis pas en forme.
2        Mais je ne suis jamais malade.
3        Je ne peux rien manger.
4        Je n'ai plus d'energie.

Slide 12 - Slide

Wat is de plaats van de ontkenning?
A
voor het onderwerp
B
voor het werkwoord
C
om de persoonsvorm
D
achter het werkwoord

Slide 13 - Quiz

Kies de juiste ontkenning van:
c'est
A
ce n'est pas
B
ce ne pas est.
C
ce non est pas
D
ce non est non

Slide 14 - Quiz

Kies de juiste ontkenning van:
il y a
A
il ne y a pas
B
il n'y a pas
C
il a ne pas y
D
il a ne y pas

Slide 15 - Quiz

Kies de juiste ontkenning van:
Je suis malade.
Let op de interpunctie.
A
Je suis ne pas malade.
B
Je suis pas malade.
C
Je ne suis pas malade.
D
Je suis ne pas malade.

Slide 16 - Quiz

Maak de zin ontkennend:
Je reste à la maison.
Let op de interpunctie.

Slide 17 - Open question

Maak de zin ontkennend:
Je vais au lit.
Let op de interpunctie.

Slide 18 - Open question

Maak de zin ontkennend:
C'est bizarre.
Let op de interpunctie.

Slide 19 - Open question

Maak de zin ontkennend:
Je prends ma température.
Let op de interpunctie.

Slide 20 - Open question

Maak de zin ontkennend:
Elle habite à Veenendaal.
Let op de interpunctie.

Slide 21 - Open question

Maak de zin ontkennend.
Tu bois beaucoup d'eau?
Begin je antwoord met: Non, ...

Slide 22 - Open question

Nog meer ontkenningen
Noteer in je schrift ....

niet meer +
ne ... plus +
nooit
ne ... jamais
niets
ne ... rien
nog niet
ne ... pas encore

Slide 23 - Slide

Maak de zin ontkennend.
Samuel cherche son portable (niet meer).

Slide 24 - Open question

Il téléphone à ses copains (nooit).

Slide 25 - Open question

Maak de zin ontkennend.
Il vont à la piscine (nog niet).

Slide 26 - Open question

Maak de zin ontkennend.
Samuel a trouvé son short de bain (niet).

Slide 27 - Open question

Maak de zin ontkennend.
Ce soir, ils vont manger en ville (niets).

Slide 28 - Open question

EVALUATION

  • Herken je de persoonsvorm in het Frans?
  • Ken je het stappenplan van de ontkenning      in het Frans?
  • Heb je nette aantekeningen gemaakt? 

Slide 29 - Slide

DEVOIRS
  • d'abord: page 40 
       vocabulaire A-B       
  • après: pages 16-19
       exercices 9 | 10a-b-c-d |11a-b-c | 12a-c-d

Slide 30 - Slide

FIN DU COURS
Wat wil je nog leren? | Heb je nog vragen?
 Au Revoir | Tot Ziens 
 Belle journée | Mooie dag 

Slide 31 - Slide