6.3 De was doen

Vak: Biologie
Hoofdstuk: 6.3 de was doen
1.
Lesopening
2.
Terugblik
3.
Lesdoel
4.
Instructie
5.
Begeleid inoefenen
6.
Zelfstandig werken
7.
Evaluatie
1 / 25
next
Slide 1: Slide
Biologie / VerzorgingMiddelbare schoolvmbo bLeerjaar 1

This lesson contains 25 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 40 min

Items in this lesson

Vak: Biologie
Hoofdstuk: 6.3 de was doen
1.
Lesopening
2.
Terugblik
3.
Lesdoel
4.
Instructie
5.
Begeleid inoefenen
6.
Zelfstandig werken
7.
Evaluatie

Slide 1 - Slide

1. Lesopening
Open je boek op bladzijde 83.




Slide 2 - Slide

2. Terugblik
Beschrijf eens in je eigen woorden wat je allemaal hebt geleerd in paragraaf 6.2.

Slide 3 - Slide

Hoort opruimen bij het verzorgen van je kamer?
A
Ja
B
Nee

Slide 4 - Quiz

Als je je kamer schoon gaat maken, moet je dan onder of boven beginnen?
A
Onder
B
Boven

Slide 5 - Quiz

Kun je allergisch zijn voor huisstofmijt?
A
Ja
B
Nee

Slide 6 - Quiz

3. Lesdoel
Aan het eind van deze les weet je:
- Hoe een kledingstuk is gemaakt
- Wat het verschil is tussen natuurlijke en synthetische vezels
- Welke eigenschappen de verschillende stoffen hebben
- Hoe je was sorteert
- Welke soorten wasmiddelen er zijn
- Wat de tekens in een etiket van je kleding betekenen

Slide 7 - Slide

Van vezel tot kledingstuk

Vezel: een heel dun draadje
Draad: bestaat uit vezels
Stof: bestaat uit draden
Kledingstuk: gemaakt van stof

Slide 8 - Slide

NATUURLIJKE VEZELS KOMEN VAN EEN
DIER
OF
PLANT

 
SYNTHETISCHE VEZELS
WORDEN IN DE FABRIEK GEMAAKT VAN 
AARDOLIE

Slide 9 - Slide

DIERLIJKE VEZELS

Slide 10 - Slide

EIGENSCHAPPEN VAN WOL
- warm
- neemt veel vocht op
- brand niet zo snel
- krimpt al je het te heet wast

Slide 11 - Slide

PLANTAARDIGE VEZELS

Slide 12 - Slide

EIGENSCHAPPEN VAN KATOEN
- neemt veel vocht op
- is luchtig in dragen
- kan heet gewassen worden
- zacht en soepel
- brandt snel

Slide 13 - Slide

SYNTHETISCHE VEZELS

Slide 14 - Slide

SYNTHETISCHE VEZELS
- Neemt geen vocht op
- houdt je bijna niet warm
- kreukt niet
- als het brandt, smelt het 
- kunnen niet tegen hete tempraturen

Slide 15 - Slide

Slide 16 - Video

KLEDING WASSEN
Je moet regelmatig je kleding wassen.
- kleding wordt vuil
- vuile kleding stinkt

Slide 17 - Slide

WAS SORTEREN
hoe doe je dat .... WAS sorteren

- let op de kleur
- kijk op welke temperatuur er gewassen mag worden
- let op WOL & ZIJDE
Als je kleding te heet wast, kan het KRIMPEN EN VERKLEUREN

Slide 18 - Slide

SOORTEN WAS & WASMIDDELEN
WAS
1. WITTE WAS (alleen witte kledingstukken)
2. BONTE WAS (alleen gekleurde kledingstukken)
3. FIJNE WAS (kledingstukken die kwetsbaar zijn

WASMIDDELEN
1. WITWASMIDDELEN  (voor witte en lichtgekleurde was)
2. BONTWASMIDDELEN (voor gekleurde was)
3. TOTAALWASMIDDELEN (voor elke was)
4. FIJNWASMIDDELEN (voor wol en andere fijne stoffen en HANDWAS)

Slide 19 - Slide

WASMIDDEL
LOSSEN VET OP, het meeste vuil is vettig

bleekmiddel in wasmiddel maken ziekteverwekkers dood

Slide 20 - Slide

ETIKETTEN
van welke stof is het gemaakt
hoe moet je de kleding wassen (onderhouden)
of beide op 1 etiket

Slide 21 - Slide

 WASMIDDELverpakking
hierop staan WASAANWIJZINGEN

- bij welke tempratuur wassen
- hoeveel wasmiddel heb je nodig
- of het in de wasmachine mag

Slide 22 - Slide

WASSYMBOLEN

Slide 23 - Slide

6. Zelfstandig werken
Je maakt zelfstandig opdracht 29 t/m 37 blz 83 t/m 90.
Opdracht 35 mag je overslaan.

Ben je klaar?
Dan maak je als je thuis zit een foto.
Je kijkt je werk na en verbeterd
Daarna lees je de 'om te onthouden' van paragraaf 1 t/m 3 door. 
timer
1:00

Slide 24 - Slide

7. Evaluatie
Zou je nu in staat zijn om zelfstandig de was te doen?
Waarom wel/niet?

Slide 25 - Slide