TCA2 4.3 -4.4 - 4.5

TCA2 4.3 en 4.4

1 / 30
next
Slide 1: Slide
New lesson editorNT2MBOStudiejaar 2

This lesson contains 30 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 180 min
Report this lesson

Items in this lesson

TCA2 4.3 en 4.4

This item has no instructions

Wat leer je vandaag ?

Voorkennis ophalen

Werkvorm zoek de fout:


In tweetallen zoeken de cursisten de fout.

Vraag klassikaal een paar tweetallen uit te leggen wat precies de fout is.

Terugkijken  4.1 en 4.2

This item has no instructions

Maak een goede zin met het woord

This item has no instructions

Luister en schrijf de woorden op.

  1. werkdag

  2. vergadering

  3. nergens

  4. oplossen

  5. aantrekken

  6. baas

  7. uitzoeken

  8. beschrijven

  9. beantwoorden

  10. opstaan

  11. aanwijzen

  12. beroepp

This item has no instructions

Maak goede zinnen met de woorden. Gebruik 2 werkwoorden in de zin.

This item has no instructions

vooruitkijken: waar gaat het over?

de titel            de stem


de opleiding              het systeem       het niveau


de studie        opbellen


de schrijver                      de winkel

This item has no instructions

This item has no instructions

Zelfstandig werken

Werk in je boek.

Bladzijde 141

Maak opdracht: 26, 27, 31 en 32

This item has no instructions

Wat hoor je? 

28: https://leren.kleurrijker.nl/mod/quiz/attempt.php?attempt=131277680&cmid=9345

Schrijf de zinnen op.


29: https://leren.kleurrijker.nl/mod/quiz/attempt.php?attempt=131277867&cmid=9346

Zet een streep na de    let | ter | gre | pen.

Zet een streep onder de klem | toon.

This item has no instructions

Praat samen. Opdracht 33

  1.  Lees de vragen.

  2. Schrijf de antwoorden op.

  3. Praat samen.

       Cursist A: stel de vraag.

      Cursist B: geef antwoord

This item has no instructions

Praat samen. Opdracht 34

This item has no instructions

Zelfstandig werken

Werk in je boek.

Bladzijde 144

Maak opdracht: 36 en 37

This item has no instructions

Zoek je partner




Opdracht 38 en 39

Praat samen




This item has no instructions

Terugkijken  4.3 en 4.4

Quiz. 

Hij - het -ze

Kies het juiste antwoord.

This item has no instructions

Lekt de kraan of lekt ..... niet?

A

hij

B

het

C

ze

D


de woorden - hij

het-woorden - het

meervoud - de

Ik bezoek dit appartement. Ik wil ..... huren

A

hij

B

het

C

ze

D


de woorden - hij

het-woorden - het

meervoud - de

Nemen we de lift? Dat lukt niet, want ..... is stuk.

A

hij

B

het

C

ze

D


de woorden - hij

het-woorden - het

meervoud - de

Wil jij deze chips ook eens proeven? ..... zijn heel lekker.

A

hij

B

het

C

ze

D


de woorden - hij

het-woorden - het

meervoud - de

Ik heb een nieuwe afwasmachine, maar ..... werkt niet goed.

A

hij

B

het

C

ze

D


de woorden - hij

het-woorden - het

meervoud - de

Deze trui is mooi en ..... is ook lekker warm.

A

hij

B

het

C

ze

D


de woorden - hij

het-woorden - het

meervoud - de

Is het glas vol, of is ...... leeg?

A

hij

B

het

C

ze

D


de woorden - hij

het-woorden - het

meervoud - de

Ik heb een nieuwe pen. ...... schrijft heel goed!

A

hij

B

het

C

ze

D


de woorden - hij

het-woorden - het

meervoud - de

Dit is een schilderij van een Franse schilder. Ik vind ...... prachtig.

A

hij

B

het

C

ze

D


de woorden - hij

het-woorden - het

meervoud - de

Terugkijken  4.3 en 4.4

Dictee

Zinnen


(scherm op pauze zetten)



This item has no instructions

1. Hij heeft een leuke baan?

2. Ik heb het verkeerde adres ingevuld.

3. Ik koop deze kast, want hij is precies groot genoeg.

4. Mijn zus gaat volgend jaar een studie doen.

5. De gasten praten en lachen, ze hebben veel plezier.

6. Hoe laat zal ik je ophalen?

7. Hij woont in een prachtig huis, het staat in een klein dorp.

8. Ik zal even kijken of je naam in het systeem staat.


This item has no instructions

Tips bij het luisteren

4.5c /d    https://leren.kleurrijker.nl/mod/quiz/attempt.php?attempt=132464925&cmid=9366       



This item has no instructions

Opdracht: Voorbeeld

  • Groepje: 3 cursisten

  • Cursist 1: pak een kaartje met een onderwerp.

  • Cursisten 2 en 3: bedenken welke woorden cursist 1 gaat gebruiken.

en schrijven de woorden op.

  • Cursist 1: vertel iets over het onderwerp dat op het kaartje staat.

  • Cursisten 2 en 3: luisteren of cursist 1 de woorden gebruikt.


onderwerp: pauze

woorden: koffie, werk, praten, collega's


woorden: koffie, werk, praten, collega's


This item has no instructions