B2 Het voortplantingsstelsel van een man

Paragraaf 2
Het voortplantingsstelsel van de man
1 / 26
next
Slide 1: Slide
BiologieMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 2

This lesson contains 26 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.

Items in this lesson

Paragraaf 2
Het voortplantingsstelsel van de man

Slide 1 - Slide

primaire kenmerken ontstaan in de puberteit
A
juist
B
onjuist

Slide 2 - Quiz

Schaamhaar, okselhaar en meer zweet en talgklieren zijn:
A
Tertiaire geslachtskenmerken
B
Secundaire geslachtskenmerken van de vrouw
C
Secundaire geslachtskenmerken van de man
D
Secundaire geslachtskenmerken van beide geslachten

Slide 3 - Quiz

Tijdens de puberteit vinden er geestelijke veranderingen plaats, welke?
A
penis en balzak
B
borsthaar en baardgroei
C
baard in de keel en gespierd lichaam
D
zelfstandiger worden en belangstelling voor seksualiteit

Slide 4 - Quiz

Primaire geslachtskenmerken
Kenmerken van het geslacht die vanaf de geboorte aanwezig zijn.
Secundaire geslachtskenmerken

Slide 5 - Slide

Secundair geslachtskenmerken
man
Secundair geslachtskenmerken 
vrouw 

Slide 6 - Slide

B2: De man

Slide 7 - Slide

Slide 8 - Video

Voortplantingsorgaan van de man!

Slide 9 - Mind map

Slide 10 - Slide

Slide 11 - Slide

Balzak: Huidplooi waar de teelballen in liggen
 Teelballen: Zorgen voor de productie van zaadcellen
 Bijballen: Hier worden zaadcellen tijdelijk opgeslagen
 Zaadleiders: Vervoeren de zaadcellen
 Prostaat: Voegt vocht met voeding toe aan de zaadcellen
 Zaadblaasjes: Voegt vocht toe waardoor de zaadcellen beter gaan bewegen

Slide 12 - Slide

Urineblaas: Opslag van urine
 Urineleider: Vervoer van urine én sperma door de penis
 Zwellichamen: Zorgen voor een erectie
 Eikel: Extra gevoelige plek
 Hypofyse: Geeft hormonen af waardoor o.a. de puberteit begint en zaadcellen gaan ontwikkelen

Slide 13 - Slide

Zaadbal
Zaadleider
Bijbal
Blaas
Zwellichaam
Prostaat
Urinebuis

Slide 14 - Drag question

Slide 15 - Slide

  • Sperma

Een zaadcel
Bestaat uit zaadcellen en vocht. 
Bij een sterilisatie kunnen de zaadcellen niet meer naar de eikel zwemmen.

Slide 16 - Slide

Zaadcel / spermacel

Slide 17 - Slide

Orgasme of klaarkomen
1 Zelfbevrediging of masturbatie 

2 Natte droom

3 Seks

Slide 18 - Slide

Slide 19 - Video

Waaruit bestaat sperma?
A
uit zaadcellen
B
uit zaadvocht
C
uit zaadcellen en zaadvocht
D
uit zaadcellen en urine

Slide 20 - Quiz

Besnijdenis 
    

Medische redenen
Cultuur
Godsdienst
Hygiënische redenen

Slide 21 - Slide

Tekst
Tekst
Tekst
Te
teelbal, testis
zaadleiders
de prostaat
teelballen
zaadblaasjes
worden zaadcellen gemaakt
Opslag plaats voor zaadcellen
zorgen voor het vervoer van zaadcellen
voegt vocht toe aan de zaadcellen
voegt vocht en voedingsstoffen aan de zaadcellen toe

Slide 22 - Drag question

Vervoert de urine vanuit de nieren naar de (urine)blaas.
Slaat de urine tijdelijk op
Via deze buis verlaat urine het lichaam
Urineleider
Urineblaas
Urinebuis

Slide 23 - Drag question


Waardoor ontstaat er een erectie?
A
Doordat er bloed in het zwellichaam van de penis wordt gepompt
B
Doordat er sperma in het zwellichaam van de penis wordt gepompt
C
Doordat er zaadcellen in het zwellichaam van de penis wordt gepompt
D
Doordat er zaadvocht in het zwellichaam van de penis wordt gepompt

Slide 24 - Quiz

Wat is de voorhuid en waar zit deze?
A
een kleine snede in de balzak
B
huid om de balzak
C
huidplooi om de eikel
D
besneden eikel

Slide 25 - Quiz

De prostaat voegt vocht toe aan de zaadcellen

A
Waar
B
Nietwaar

Slide 26 - Quiz