Examentraining historische personen

Historische personen
 Historische personen die je op het examen moet kennen

Examentraining 
4 gt
1 / 45
next
Slide 1: Slide
GeschiedenisMiddelbare schoolvmbo g, t, mavo, havo, vwoLeerjaar 3,4

This lesson contains 45 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

Historische personen
 Historische personen die je op het examen moet kennen

Examentraining 
4 gt

Slide 1 - Slide

Periode 1848 - 1914

Slide 2 - Slide

Koning Willem II
  • Zoon van Willem I;
  • Gaf Thorbecke de ruimte om in 1848 de grondwet te herzien.
  • Koning kreeg toen minder macht en het parlement meer. 

Slide 3 - Slide

Thorbecke
  • Liberaal.
  • Belangrijk geweest bij de grondwetswijziging van 1848. 

Slide 4 - Slide

Koning Willem III
  • Zoon van Willem II
  • Probeerde de macht van de macht van de koning weer te vergroten. Mislukt. 
  • Kreeg op hoge leeftijd nog een dochter uit zijn tweede huwelijk: Wilhelmina

Slide 5 - Slide

Koningin Wilhelmina
  • Haar moeder Emma nam haar taak over tot Wilhelmina 18 was. 
  • In mei 1940 vluchtte ze naar Londen. Vanuit Londen riep ze het volk via Radio Oranje op tot verzet. 

Slide 6 - Slide

Abraham Kuyper
  • Protestants - dominee;
  • Oprichter van de eerste Nederlandse politieke partij de ARP (Anti Revolutionaire Partij) 
  • Kwam op voor belangen van de protestanten (ook in de schoolstrijd)

Slide 7 - Slide

Herman Schaepman
  • Katholiek.
  • Een van de grondleggers van de RKSP (Rooms-Katholieke Staatspartij)
  • Werkte in de schoolstrijd samen met Abraham Kuyper 

Slide 8 - Slide

Aletta Jacobs
  • Meest bekende Nederlandse feministe
  • Eerste vrouw die medicijnen mocht studeren.
  • Oprichtster van de Vereniging van Vrouwenkiesrecht

Slide 9 - Slide

Wilhelmina Drucker
  • Radicale feministe. 
  • Oprichtster van Vrije Vrouwenvereniging.
  • Zij wilde volledige gelijkheid tussen mannen en vrouwen (voor de wet). 

Slide 10 - Slide

Pieter Jelles Troelstra
  • Socialist.
  • Een van de oprichters van de SDAP. (Sociaal-Democratische Arbeiderspartij)
  • Riep in 1918 de revolutie uit: maar dit ging niet goed. 

Slide 11 - Slide

Frans Ferdinand
  • Kroonprins van Oostenrijk-Hongarije
  • Werd in 1914 vermoord. 
  • De moord op Frans Ferdinand werd de aanleiding voor het uitbreken van WO1.

Slide 12 - Slide

Gavrilo Princip
  • Fanatieke nationalist. 
  • Heeft kroonprins Frans Ferdinand vermoord. 

Slide 13 - Slide

Periode 1914 - 1950

Slide 14 - Slide

Lenin
  • Leider van de communistische revolutie 1917
  • Rusland heette in de tijd van het communisme Sovjet-Unie

Slide 15 - Slide

Stalin
  • Volgde Lenin op. 
  • Leider van de Sovjet-Unie. 
  • Grote economische veranderingen: planeconomie, collectivisatie en vijfjarenplannen. 

Slide 16 - Slide

Hendrik Colijn
  • Volgde in 1920 Abraham Kuyper op als leider van de ARP. 
  • Minister-President tijdens de crisistijd. 

Slide 17 - Slide

Hitler
  • "Führer" is Duits voor leider
  • Leider van de NSDAP.
  • Kwam in 1933 aan de macht in Duitsland.
  • Tweede Wereldoorlog. 

Slide 18 - Slide

Mussolini
  • Fascisme.
  • Leider van de fascistische partij in Italië. 
  • Italië en Duitsland werden bondgenoten. 

Slide 19 - Slide

Anton Mussert
  • Richtte in 1931 de NSB op - Nationaal Socialistische Beweging. 
  • Werkte tijdens bezetting samen met de Duitsers. 
  • Werd gezien als 'landverrader'

Slide 20 - Slide

Churchill
  • Premier Engeland. 
  • Leidde Engeland tijdens de Tweede Wereldoorlog.
  • Britten hielden onder zijn leiding stand tegen de Duitse aanvallen in 1940 en 1941. 

Slide 21 - Slide

Roosevelt
  • President van de VS voor en tijdens de 2e W.O. 
  • Vanaf 1921 waren zijn benen verlamd (polio)
  • Overleed net voor het einde van de Tweede Wereldoorlog. 

Slide 22 - Slide

Anne Frank
  • Joods meisje. 
  • Dagboek.     Onderduiken.
  • Het achterhuis. 
  • Werd geboren in Duitsland en vluchtte met ouders naar Nederland toen Hitler aan de macht kwam in 1933.

Slide 23 - Slide

Willem Drees
  • Vadertje Drees.
  • Minister-president van 1948 - 1958 
  • Grondlegger van de verzorgingsstaat in Nederland. 

Slide 24 - Slide

Soekarno
  • Riep op 17 augustus 1945 de onafhankelijke staat Indonesië uit. 
  • Nationalist. 

Slide 25 - Slide

Periode 1950 - huidig

Slide 26 - Slide

Chroetsjov
  • 1953 - 1964 leider Sovjet-Unie.
  • Opvolger van Stalin. 
  • Gematigder dan Stalin, maar wel verantwoordelijk voor bijv. bouw Berlijnse muur.    Cubacrisis.

Slide 27 - Slide

John F. Kennedy
  • President van de VS van 1960 - 1963.
  • Cubacrisis. 
  • Sprak bij de muur in West-Berlijn: 'Ich bin ein Berliner'
  • Werd vermoord op 22 november 1963. 

Slide 28 - Slide

Gorbatsjov
  • Leider van de Sovjet-Unie vanaf 1985. 
  • Wilde het communisme veranderen en verbeteren: glasnost en perestrojka (openheid en hervormingen)
  • Maakte een eind aan de Koude Oorlog.  
  •  Eenheid Duitsland mogelijk.

Slide 29 - Slide

Reagan
  • President van VS van 20 januari 1981 tot 20 januari 1989.
  • Tegenstander van het communisme.
  • Zijn plan voor ruimteschild tegen rakketten zorgde voor nieuwe wapenwedloop
  • Einde van de Koude Oorlog aan het eind van presidentschap. 

Slide 30 - Slide

Pim Fortuyn
  • 2002 - Lijst Pim Fortuyn - LPF
  • Zou volgens peilingen de grootste partij worden.
  • 6 mei 2002 - vermoord
  • Opkomst van het populisme sinds Pim Fortuyn. (politieke stroming die het volk tegenover de elite stelt)

Slide 31 - Slide

Quiz - Historische personen

Slide 32 - Slide

Bij welke politieke groep hoorde Thorbecke?
A
socialisten
B
confessionelen
C
communisten
D
liberalen

Slide 33 - Quiz

Welk belangrijk werk heeft Thorbecke gedaan?
A
Algemeen kiesrecht
B
Schoolstrijd
C
Grondwet herzien
D
Feminisme

Slide 34 - Quiz

Wie was de oprichter van de
Anti Revolutionaire Partij?
A
Thorbecke
B
Kuyper
C
Schaepman
D
Troelstra

Slide 35 - Quiz

Wie was een leider van de
Rooms Katholieke Staatspartij?
A
Thorbecke
B
Kuyper
C
Schaepman
D
Troelstra

Slide 36 - Quiz

In welke kwestie gingen de
ARP en RKSP samenwerken?
A
schoolstijd
B
kiesstrijd
C
mobilisatie
D
revolutie

Slide 37 - Quiz

Waarom was de studie van
Aletta Jacobs zo belangrijk?
A
Hoge cijfers
B
Zij studeerde door
C
Zij werd een beroemde minister
D
Zo leerde zij Juliana kennen

Slide 38 - Quiz

Waar voerde Aletta Jacobs actie voor?
A
Vrouwenkiesrecht
B
Sterke economie
C
Vrijheid Nederlands-Indië
D
Verzetsstrijdster tegen Duitsers

Slide 39 - Quiz

Naar welke feministe zijn Dolle Mina's vernoemd?
A
Mina van Waldeck
B
Wilhelmina Drucker
C
Mina van Kenau
D
Wilhelmina Deventer

Slide 40 - Quiz

Wat betekenen de letters SDAP?
A
Sociaal Democratische Arbeiderspartij
B
Sociaal Duitse Arbeiderspartij
C
SpeciaalDemocratische Arbeiderspartij
D
Sociale Directeuren Arbeidersoverleg Partij

Slide 41 - Quiz

Bij welke politieke stroming hoorde Troelstra?
A
Liberalen
B
Socialisten
C
Kapitalisten
D
Confessionelen

Slide 42 - Quiz

Wat was de aanleiding van de
Eerste Wereldoorlog?
A
moord op de paus
B
moord op Franz Ferdinand
C
moord op Franz Jozef
D
moord op Kennedy

Slide 43 - Quiz

Wie was de moordenaar van
Franz Ferdinand?
A
Ludwig
B
Barbarossa
C
Princip
D
Stefano

Slide 44 - Quiz

Van welk land was Franz Ferdinand de kroonprins?
A
Duitsland
B
Italië
C
Oostenrijk-Hongarije
D
Rusland

Slide 45 - Quiz