Hoe kritisch ben jij? Les 3

Hoe kritisch ben jij? Les 3
Thema: Democratische besluitvorming in en voor het onderwijs
Opleiding: Mbo niveau 4 Onderwijsassistent


1 / 31
next
Slide 1: Slide
BurgerschapMBOStudiejaar 4

This lesson contains 31 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

Hoe kritisch ben jij? Les 3
Thema: Democratische besluitvorming in en voor het onderwijs
Opleiding: Mbo niveau 4 Onderwijsassistent


Slide 1 - Slide

Hoe kritisch ben jij?
Deze les is onderdeel van de website voor docenten en studenten


Slide 2 - Slide

Leerdoelen bij deze les
  • Jij kunt aan het einde van de les in je eigen woorden uitleggen wat democratische besluitvorming in & voor het onderwijs kan betekenen.
  • Jij kunt aan het einde van de les (aan de hand van het socratisch model) kritisch denkvaardigheden toepassen binnen de context van het onderwijs
  • Jij zit op (minimaal) het niveau ontwikkelend als het om kritisch denken gaat aan het einde van de 4 lessen

Slide 3 - Slide

Slide 4 - Video

Onderzoeksvraag
Leg uit wat onderstaande beroepen te maken hebben met besluitvorming in het onderwijs
Directeur, wethouder, Gedeputeerde, Tweede Kamerlid.

Slide 5 - Open question

Wie neemt het besluit voor het bouwen van een nieuwe school in de gemeente Groenlo?
A
Directeur (getoetst door het team en de ouderraad)
B
Wethouder (getoetst door de gemeenteraad)
C
Tweede Kamerlid (getoetst door de Eerste Kamer)
D
Gedeputeerde (getoetst door de Provinciale Staten)

Slide 6 - Quiz

Wie neemt het besluit voor de eisen bij het vak rekenen in heel Nederland?
A
Directeur (getoetst door het team en de ouderraad)
B
Wethouder (getoetst door de gemeenteraad)
C
Tweede Kamerlid (getoetst door de Eerste Kamer)
D
Gedeputeerde (getoetst door de Provinciale Staten)

Slide 7 - Quiz

Wie neemt het besluit voor een teamdag bij basisschool De Kwibus
A
Directeur (getoetst door het team en de ouderraad)
B
Wethouder (getoetst door de gemeenteraad)
C
Tweede Kamerlid (getoetst door de Eerste Kamer)
D
Gedeputeerde (getoetst door de Provinciale Staten)

Slide 8 - Quiz

Wie neemt het besluit voor extra geld voor de financiering van inburgeringsprojecten bij alle MBO-scholen in de provincie Overijssel
A
Directeur (getoetst door het team en de ouderraad)
B
Wethouder (getoetst door de gemeenteraad)
C
Tweede Kamerlid (getoetst door de Eerste Kamer)
D
Gedeputeerde (getoetst door de Provinciale Staten)

Slide 9 - Quiz

Aan de slag met het stappenplan van het socratisch gesprek
De online link naar het stappenplan
https://hoekritischbenjij.weebly.com/uploads/1/3/5/5/135539109/stappenplan_2_didatische_aanpak_socratisch_gesprek.pdf

De docent deelt het stappenplan ook uit op papier

Slide 10 - Slide

Casus onderwijsassistent
Mevrouw Jansma is directeur van openbare basisschool De Zuidakker in Lutjebroek. Zij wil graag dat één van de twee onderwijsassistenten een andere baan gaat zoeken. De directeur wil dit graag, omdat de onderwijsassistent zich meerdere keren erg negatief tijdens teamvergaderingen een mening heeft uitgesproken over de besluiten die de directeur neemt. De onderwijsassistent is het vaak niet eens met de beslissingen van de directeur en voelt zich absoluut niet gehoord in de schoolorganisatie. De onderwijsassistent wil wel graag haar baan behouden, omdat zij twee kinderen heeft en kostwinner is.

Slide 11 - Slide

Welke (centrale)vragen kun jij bedenken bij deze casus?

Slide 12 - Mind map

Stap 1

Stap 1: Studenten nemen plaats in een kring. Het socratisch gesprek begint met een uitgangsvraag. De docent formuleert deze vraag zelf of hij gaat samen met de studenten op zoek naar een geschikte vraag. De vraag kan
gekozen zijn naar aanleiding van een concrete gebeurtenis. Een geschikte vraag gaat over een normatieve uitspraak en moet kunnen worden
toegepast op een alledaags voorbeeld. Het antwoord op de vraag kan
niet goed of fout zijn, er moeten verschillende antwoorden mogelijk zijn.

Slide 13 - Slide

Stap 2 


Eén of meer studenten geven aan de hand van een concreet voorbeeld
antwoord op de uitgangsvraag.

Slide 14 - Slide

Stap 3
Wanneer iedereen vat heeft op de gegeven voorbeelden, wordt gekeken
welke ideeën, overtuigingen en argumenten de gesprekspartners hebben. De docent stelt verdiepende vragen en stimuleert de studenten om
dat ook te doen. Dit zijn vragen in de trant van ‘Is dat zo?’ en ‘Hoezo?’
De groep gaat samen op zoek naar mogelijke antwoorden op de vraag
en deze worden inzichtelijk gemaakt op het bord. Vervolgens worden de
verzamelde antwoorden getoetst op hun geldigheid. Zijn ze juist? Zijn ze
adequaat? Zijn ze waar?

Slide 15 - Slide

Geef hier jouw eigen antwoorden op de vraag of vragen

Slide 16 - Open question

Stap 4 

Het gesprek kan afgerond worden als de studenten begrijpen dat ze
het antwoord op de vraag niet zomaar kunnen vinden: er zijn meerdere
antwoorden mogelijk. Uiteindelijk kunnen de studenten alle verzamelde
meningen en antwoorden op het bord terug zien. 

Slide 17 - Slide

Welke vragen en antwoorden waren er nog meer in de klas? Zet deze hieronder neer

Slide 18 - Open question

Aan de slag met het stappenplan van het socratisch gesprek

Slide 19 - Slide

Casus onderwijsassistent
Sanne Wakkerdam is onderwijsassistent bij Daltonschool de Zandhaas in Papendijk. Ze heeft problemen met het feit dat zij hele dagen in de onderbouw voor de klas moet staan, zonder bevoegdheid. 
Daarnaast krijgt Sanne ook niet hetzelfde salaris als een leerkracht, dat vind zij niet eerlijk.
Het lerarentekort is in Papendijk erg groot. Daarom staat Sanne sinds vorige week bijna 2 van haar 3 werkdagen voor de klas. De directeur van de Zandhaas is super blij met Sanne, anders had hij klassen naar huis moeten sturen.

Slide 20 - Slide

Welke (centrale)vragen kun jij bedenken bij deze casus?

Slide 21 - Mind map

Stap 1

Stap 1: Studenten nemen plaats in een kring. Het socratisch gesprek begint met een uitgangsvraag. De docent formuleert deze vraag zelf of hij gaat samen met de studenten op zoek naar een geschikte vraag. De vraag kan
gekozen zijn naar aanleiding van een concrete gebeurtenis. Een geschikte vraag gaat over een normatieve uitspraak en moet kunnen worden
toegepast op een alledaags voorbeeld. Het antwoord op de vraag kan
niet goed of fout zijn, er moeten verschillende antwoorden mogelijk zijn.

Slide 22 - Slide

Stap 2 


Eén of meer studenten geven aan de hand van een concreet voorbeeld
antwoord op de uitgangsvraag.

Slide 23 - Slide

Stap 3
Wanneer iedereen vat heeft op de gegeven voorbeelden, wordt gekeken
welke ideeën, overtuigingen en argumenten de gesprekspartners hebben. De docent stelt verdiepende vragen en stimuleert de studenten om
dat ook te doen. Dit zijn vragen in de trant van ‘Is dat zo?’ en ‘Hoezo?’
De groep gaat samen op zoek naar mogelijke antwoorden op de vraag
en deze worden inzichtelijk gemaakt op het bord. Vervolgens worden de
verzamelde antwoorden getoetst op hun geldigheid. Zijn ze juist? Zijn ze
adequaat? Zijn ze waar?

Slide 24 - Slide

Geef hier jouw eigen antwoorden op de vraag of vragen

Slide 25 - Open question

Stap 4 

Het gesprek kan afgerond worden als de studenten begrijpen dat ze
het antwoord op de vraag niet zomaar kunnen vinden: er zijn meerdere
antwoorden mogelijk. Uiteindelijk kunnen de studenten alle verzamelde
meningen en antwoorden op het bord terug zien. 

Slide 26 - Slide

Welke vragen en antwoorden waren er nog meer in de klas? Zet deze hieronder neer

Slide 27 - Open question

Korte simulatie
Speel de casus van Sanne Wakkerdam na in tweetallen
1 iemand is de onderwijsassistent   1 iemand de directrice/directeur
Wissel van rol na een aantal minuten
Hoe verloopt het kritisch denken in deze 2 rollen?


Slide 28 - Slide

Leg in je eigen woorden uit wat democratische besluitvorming kan betekenen in en voor het onderwijs?

Slide 29 - Open question

Afsluiting
Na deze slide komen evaluatievragen over deze les
Vul deze zorgvuldig in

Slide 30 - Slide

Geef antwoord op de volgende vragen:
Wat vond jij van de inhoud van deze les over kritisch denken?
Wat heeft het jou opgeleverd?

Slide 31 - Open question