Begeleiden in de zorg: materialen, veiligheid en communicatie

Begeleiden in de zorg: materialen, veiligheid en communicatie

1 / 22
next
Slide 1: Slide
New lesson editorGezondheidskundeMBOStudiejaar 1

This lesson contains 22 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 40 min

Items in this lesson

Begeleiden in de zorg: materialen, veiligheid en communicatie

De laatste les.

Alle opdrachten af icl. boek voor volgende week.


Je kan volgende week in de les nog werken eraan. Maar als je alles af hebt niet.


Leerdoel van deze les

Aan het einde van deze les kun je het verschil uitleggen tussen verbruiks- en gebruiksmaterialen, hulpmiddelen herkennen, veiligheidsrisico’s signaleren, begeleidingsstijlen benoemen en basisprincipes van communicatie toepassen.

Materialen: verschillen herkennen

Dingen die je eenmalig gebruikt, zoals luiers of tissues.

Gebruiksmaterialen & hulpmiddelen

Verbruiksmaterialen

Gebruiksmaterialen gebruik je vaker, bijvoorbeeld schaartjes of borden. Hulpmiddelen zijn ondersteunende apparaten, zoals een rollator.

Veiligheid bij activiteiten

Signaleer risico’s zoals gladde vloeren, snoeren, scherpe voorwerpen of te hete dranken.


Pas je begeleiding aan om ongelukken te voorkomen.

Wat is snoezelen?

Voor wie?

Geschikt voor mensen met verstandelijke of meervoudige beperkingen en ouderen met dementie.

Snoezelen is een rustgevende activiteit met prikkels zoals licht, geluid en geur. Het bevordert ontspanning.

Uitleg

Text

Een van de opdrachten straks is het ontwerpen van een snoezelruimte.

Begeleidingsstijlen herkennen

Participerend: meedoen met de groep.

Niet-participerend: vanaf afstand begeleiden.

Autoritair: sturend met duidelijke regels.

Laisser-faire: veel vrijheid, weinig sturing.

Je maakt het knutselwerk precies zoals ik wil

A

Autoritair

B

Lasser-faire

C

Participerend

D

Niet- participerend

Doe maar wat jullie leuk vinden, ik hoor het wel als je me nodig hebt.

A

Autoritair

B

Lasser Faire

C

Participerend

D

Niet-Participerend

Je doet mee met bloemschikken samen met de cliënten, en je maakt je eigen bloemstuk.

A

Autoritair

B

Lasser Faire

C

Participerend

D

Niet-participerend

Ik maak de teams bij voetbal, en ik wil er verder niks over horen

A

Autoritair

B

Lasser Faire

C

Participerend

D

Niet Participerend

Ik doe niet mee met koekjes bakken, maar ik loop rond en help waar nodig is.

A

Autoritair

B

Lasser Faire

C

Participerend

D

Niet-Participerend

Verwar Lasser-Faire dus niet met NIET-participerend.

Koekjes bakken

Materialen

  • Bakmix of ingrediënten

  • Kom, lepel, maatbeker

  • Bakplaat en bakpapier

  • Ovenwanten

Veiligheid

  • Oppassen met de hete oven

  • Handen wassen voor het bakken

  • Rekening houden met allergieën

Snoezelen: rustig en gezellig

  • Rustige achtergrondmuziek

  • Aangename geuren van versgebakken koekjes

  • Rustige uitleg en begeleiding

Goede begeleiding

  • Taken verdelen

  • Duidelijke instructies geven

  • Helpen waar nodig en complimenten geven

Bingo

Materialen

  • Bingokaarten

  • Stiften of fiches

  • Prijsjes (optioneel)

Veiligheid

  • Genoeg ruimte aan tafel

  • Kleine materialen niet laten slingeren

Snoezelen: rustig en gezellig

  • Rustige sfeer creëren

  • Positieve aanmoedigingen geven

Goede begeleiding

  • Duidelijk de nummers noemen

  • Controleren of iedereen mee kan doen

  • Iedereen betrekken

Basisprincipes communicatie

LSD: luisteren, samenvatten, doorvragen

Niet oordelen, meteen adviseren of aannemen. Open houding voor betere communicatie.

OMA thuislaten

Goed luisteren, herhalen wat de ander zegt en verder vragen voor duidelijkheid.



Opdracht 3 in tweetallen op papier een kort gesprek uitwerken.

Schrijf 3 dingen op die je deze les hebt geleerd.

Schrijf 2 dingen op waarover je meer wilt weten.

Stel 1 vraag over iets dat je nog niet zo goed hebt begrepen.