Mediawijsheid - Smoorverliefd snelle

Smoorverliefd - Snelle
1 / 17
next
Slide 1: Slide
MediawijsheidSpeciaal OnderwijsVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 1

This lesson contains 17 slides, with interactive quizzes, text slides and 3 videos.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Smoorverliefd - Snelle

Slide 1 - Slide

Luisteren naar het lied
Smoorverliefd - Snelle

Slide 2 - Slide

Slide 3 - Video

Verliefd

Slide 4 - Mind map

Slide 5 - Slide

Smoorverliefd

Slide 6 - Mind map

Smoorverliefd
=
Heel erg verliefd!

Slide 7 - Slide

Songtekst
Vul de woorden in.

Want hij wilde _____ wel brengen, ruim anderhalf uur
Door regen en door wind, maar liefst één _____ aan het stuur
Met nog ____ hand op haar dijen, want zo ver mocht ie al gaan
En d'r is hier niet eens wifi, maar elk bericht komt ____

Slide 8 - Slide

Slide 9 - Video

Vul de woorden in.
Want hij _______ smoorverliefd op haar
En had nog nooit zoiets _______
Want hij zou terug zijn met een _______
Moeder's _______ mee uit het schuurtje
Hij was ______________ op haar

Slide 10 - Slide

Vul de woorden in.
Tweede _______, havo-vwo
Op m'n tenen door het huis naar de _______
Midden in de _______ want misschien werd het m'n dood
En onze allergrootste angst was de _______
Handjes boven de lakens, konden nachtenlang _______

Slide 11 - Slide

Vul de woorden in.
Voor het eerst liet een _______ mij volledig in m'n waarde
Echt, het kon niet naïever en het kon niet puberaler Ik zie hem fietsen over _______
Het voelt als teruggaan in de _______
Want _______ was toen op haar
En zij was toen op _______

Slide 12 - Slide

Slide 13 - Video

Vul de woorden in.
Oh, hij was ______________ op haar
En had nog _______ zoiets gedaan
Want hij zou _______ zijn met een uurtje
_________ fiets mee uit het schuurtje
Hij _______ smoorverliefd op haar
_______ haar, alleen op haar, oh-oh

Slide 14 - Slide

Vul de woorden in.

Hij wilde haar wel _______, terug weer anderhalf uur
Maar nu helemaal alleen met nog steeds
één hand aan het _______

Slide 15 - Slide

Vul de woorden in.
Oh, _______ was smoorverliefd op haar
En had nog _______ zoiets gedaan
Want hij zou terug zijn _______ een uurtje
Nooit de _______ meer in het schuurtje
Hij was ______________ op haar

Slide 16 - Slide

Vul de woorden in.
Nu zijn ze _______ meer met elkaar
Z'n _______ blijft overgaan

Slide 17 - Slide