3V Grammatica/formuleren - Samentrekking

Samentrekkingen
1 / 45
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 3

This lesson contains 45 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

Samentrekkingen

Slide 1 - Slide

Lesdoel
Je kunt voor- en achterwaartse samentrekkingen op verschillende niveaus herkennen en gebruiken (woordniveau, zinsniveau, woordgroepsniveau).

Slide 2 - Slide

Het park
Tijdens de middaguren en avonduren is het druk in het park. Jonge mensen lopen een rondje en oudere mensen ook. Zij doen dit om even een frisse neus te halen. 
Op koude dagen en op regenachtige dagen is het wel wat rustiger. 

Slide 3 - Slide

Het park
Tijdens de middag- en avonduren is het druk in het park. Jonge mensen lopen een rondje en oudere ook. Zij doen dit om even een frisse neus te halen. 
Op koude en regenachtige dagen is het wel wat rustiger. 
Door woorden of zinsdelen weg te laten, kun je korter formuleren. 

Slide 4 - Slide

Startopdracht
Maak de startopdracht van het betreffende hoofdstuk (bovenaan blz. 30).
Eerder klaar? Lees alvast de theorie en herzie evt. je antwoorden.



timer
3:00

Slide 5 - Slide

Samentrekking
Dit betekent eigenlijk gewoon 'korter schrijven' of 'woord(en) weglaten'.
landsgrenzen en provinciegrenzen  ->   
lands- en provinciegrenzen
nationale wedstrijden en internationale wedstrijden  ->                              nationale en internationale wedstrijden
Marco trainde de voetballers en John coachte de voetballers. -> 
Marco trainde en John coachte de voetballers.


Slide 6 - Slide

Samentrekking
bruidsjurken en bruidsboeketten ->   
bruidsjurken en -boeketten
beroemde zwemmers en beroemde schaatsers ->                              beroemde zwemmers en schaatsers
Marius reed 165 km/uur en Marius kreeg daarom een boete. -> 
Marius reed 165 km/uur en kreeg daarom een boete.

Wat is het verschil tussen a, b, c enerzijds en d, e, f anderzijds?


Slide 7 - Slide

Samentrekking
Voorwaartse: het gezamenlijke deel wordt genoemd in het eerste deel en weggelaten in het laatste deel
  • een goedkope armband en een dure armband
  • een goedkope armband en een dure
Achterwaartse: het gezamenlijke deel wordt genoemd in het laatste deel en weggelaten in het eerste deel
  • in voorspoed en tegenspoed
  • in voor- en tegenspoed

Slide 8 - Slide

nationale en internationale wedstrijden
A
voorwaartse samentrekking
B
achterwaartse samentrekking

Slide 9 - Quiz

lands- en provinciegrenzen
A
voorwaartse samentrekking
B
achterwaartse samentrekking

Slide 10 - Quiz

Marius reed te hard en kreeg daarom een boete.
A
voorwaartse samentrekking
B
achterwaartse samentrekking

Slide 11 - Quiz

beroemde zwemmers en schaatsers
A
voorwaartse samentrekking
B
achterwaartse samentrekking

Slide 12 - Quiz

in voor- en tegenspoed
A
voorwaartse samentrekking
B
achterwaartse samentrekking

Slide 13 - Quiz

Samentrekking
Een samentrekking kan voorkomen op drie niveaus.
  1. woordniveau: je laat een deel van het woord weg en plaatst een streepje (-)
  2. woordgroepsniveau: je laat één of meer woorden weg
  3. zinsniveau: je laat één of meer zinsdelen weg

Slide 14 - Slide

Samentrekking: voorbeelden
Een samentrekking kan voorkomen op drie niveaus.
1. woordniveau: je laat een deel van het woord weg en plaatst een streepje (-)
carnavalsfeesten en -optochten

2. woordgroepsniveau: je laat één of meer woorden weg
gescheiden mannen en vrouwen

3. zinsniveau: je laat één of meer zinsdelen weg
Jolinde gaat op de fiets en Tamar op de scooter
Wij schaatsten en onze kinderen sleeden in die strenge winter elke dag.

Slide 15 - Slide

Leest je zus eigenlijk liever jeugd- of volwassenliteratuur?
A
woordniveau
B
woordgroepsniveau
C
zinsniveau

Slide 16 - Quiz

Leest je zus eigenlijk liever jeugd- of volwassenliteratuur?
A
voorwaartse samentrekking
B
achterwaartse samentrekking

Slide 17 - Quiz

Ik spaar al jaren cartoons uit het buitenland en strips uit Nederland.
A
woordniveau
B
woordgroepsniveau
C
zinsniveau

Slide 18 - Quiz

Gebruikt u altijd katoenen of papieren zakdoekjes?
A
woordniveau
B
woordgroepsniveau
C
zinsniveau

Slide 19 - Quiz

Gebruikt u altijd katoenen of papieren zakdoekjes?
A
voorwaartse samentrekking
B
achterwaartse samentrekking

Slide 20 - Quiz

Opdrachten
  • Maak uit Nieuw Nederlands: H1, Grammatica zinsdelen, Samentrekkingen                   Opdracht 1, 3 en 4 = huiswerk volgende les
Klaar?
  • Grammatica woordsoorten (zie Classroom)
  • Creatief schrijven
  • Nieuwsgierig naar samentrekkingen in andere talen? Maak mij blij met (een deel van) opdracht 6 :)

Dinsdag/woensdag:
- huiswerkcontrole
- nabespreken antwoorden en kijken wanneer samentrekkingen fout gaan...

Slide 21 - Slide

Slide 22 - Slide

Samentrekkingen

Slide 23 - Slide

Vorige les
  • Na vorige les kun je voor- en achterwaartse samentrekkingen op verschillende niveaus herkennen en gebruiken (woordniveau, zinsniveau, woordgroepsniveau).
  • Klopt dat? Vul de vraag in.
  • Leg je schrift open voor huiswerkcontrole.

Slide 24 - Slide

een oude lamp en een nieuwe
vanille- en aardbeienijs
Ik zit op voetbal en John ook.
Je verdient en krijgt een goed cijfer
Woordniveau
Woordgroepniveau
Zinsniveau

Slide 25 - Drag question

Opdracht 1
1  voorwaartse samentrekking: d, e en f
achterwaartse samentrekking: a, b en c
2 op woordniveau: a en d
op woordgroepsniveau: b en e
op zinsniveau: c en f
Opdracht 3
1/2a zinsniveau; voorwaarts
b woordniveau; voorwaarts
c woordgroepniveau; achterwaarts
d woordniveau; achterwaarts
e woordgroepniveau; voorwaarts
f zinsniveau; achterwaarts

Slide 26 - Slide

Opdracht 4

1 Onze geschiedenisdocent verzamelt oude spotprenten uit Duitsland en onze geschiedenisdocent (1) verkoopt recente spotprenten (2) uit de VS.
(1) zinsniveau; voorwaarts (het ow is samengetrokken)
(2) woordgroepniveau; voorwaarts (een deel van het lv is samengetrokken)
2 In een circus zie je meer Indische olifanten (1) dan Afrikaanse olifanten, maar er zijn zowel circusdromedarissen als circuskamelen (2).
(1) woordgroepniveau; achterwaarts
(2) woordniveau; voorwaarts

Slide 27 - Slide

Opdracht 4

3 Onder welk ministerie vallen zowel de landbouw (1) en tuinbouw als de kwaliteit van voedsel en de kwaliteit van (2) waren?
(1) woordniveau; achterwaarts
(2) woordgroepniveau; voorwaarts
4 Maartje gaat geneeskunde studeren in Groningen of Maartje (1) gaat (2) een jaar backpacken in Australië.
(1) zinsniveau; voorwaarts
(2) woordgroepniveau (!); voorwaarts (de pv is deel van het wg)

Slide 28 - Slide

Foutieve samentrekking
Waarom is de samentrekking ijs- en bruine beren onjuist? 

Slide 29 - Slide

Foutieve samentrekking
Waarom is de samentrekking ijs- en bruine beren onjuist? 
ijsberen
(woordniveau) 
bruine beren
(woordgroep) 

Slide 30 - Slide

Lesdoel
  • Na deze les kun je foutieve samentrekkingen herkennen en verbeteren.
  • Je weet aan welke voorwaarden een goede samentrekking voldoet. 

Slide 31 - Slide

De buurman heeft een gele auto, een bestelbus, een sportwagen en een cabrio.
Als in een zin dezelfde woorden twee (of meer) keer voorkomen, kun je die woorden meestal de tweede (en daarop volgende) keer/keren weglaten. Dat heet SAMENTREKKING.

Logisch, hè?! 
Toch gaat het wel eens fout. Kijk maar naar deze zin:
*Janneke is jarig en vandaag 16 jaar geworden.
In deze zin is sprake van een foutieve samentrekking!

Slide 32 - Slide

De (foutieve) samentrekking
Je mag woorden alleen weglaten als er aan 3 voorwaarden wordt voldaan:
1) de woorden die je weglaat, hebben dezelfde functie (onderwerp, hulpwerkwoord, lijdend voorwerp, enz.);
2) de woorden die je weglaat, hebben dezelfde betekenis;
3) de woorden die je weglaat, hebben hetzelfde getal.


Slide 33 - Slide

Voorwaarde 1: dezelfde functie
Janneke is jarig en (Janneke is) vandaag 16 jaar geworden.
'Janneke' is in beide gevallen onderwerp, maar 'is' is in het linkerdeel een koppelwerkwoord en in het rechterdeel van de zin een hulpwerkwoord! Dit woord 'is' mag je dus niet weglaten:
Correct is: Janneke is jarig en is vandaag 16 jaar geworden.

Slide 34 - Slide

Voorwaarde 2: dezelfde betekenis
Het gaat ook wel eens fout met de betekenis (en dan vaak bij splitsbare werkwoorden of uitdrukkingen).

*Hij lachte mij uit en haar toe.
Hij lachte mij uit en (hij lachte) haar toe.
'Hij' is in beide gevallen onderwerp, maar 'uitlachen' is iets anders dan 'toelachen'. Hier is dus sprake van een verschil in betekenis. 
Correct is: Hij lachte mij uit en lachte haar toe.


Slide 35 - Slide

Voorwaarde 3: hetzelfde getal 
* De straten werden geveegd en de stoep opnieuw bestraat.
De straten werden geveegd en de stoep (werd) opnieuw 
bestraat.

Waarschijnlijk zie je al meteen wat er niet klopt. 'Werden' is meervoud en 'werd' is enkelvoud en dat mag dus niet. Hier is sprake van een verschil in getal.
Correct is: De straten werden geveegd en de stoep werd opnieuw bestraat.



Slide 36 - Slide

Stappenplan bij een samentrekking
1) Kijk welk woord/welke woorden zijn weggelaten.
2) Bepaal functie, betekenis en getal van de woorden die er wel staan.
3) Bepaal functie, betekenis en getal van de weggelaten woorden.
4) Is de samentrekking correct? Is aan de 3 voorwaarden voldaan?
5) Als er sprake is van een foutieve samentrekking, verbeter je de zin door de weggelaten woorden alsnog in de zin te zetten.

We gaan even oefenen!


Slide 37 - Slide

Hier wordt een nieuw sportveld aangelegd en enkele kleedkamers geplaatst.
1) Welk woord/welke woorden zijn weggelaten? 2) Is er sprake van verschil in functie, betekenis of getal?

Slide 38 - Open question

Max keek naar een leuk meisje en daardoor niet goed uit bij het oversteken.
1) Welk woord/welke woorden zijn weggelaten? 2) Is er sprake van verschil in functie, betekenis of getal?

Slide 39 - Open question

De maand augustus is vaak heet en brengen Italianen graag door aan de kust.
1) Welk woord/welke woorden zijn weggelaten? 2) Is er sprake van verschil in functie, betekenis of getal?

Slide 40 - Open question

De Eerste Kamer heeft de wet aangenomen en geldt vanaf 1 januari.
A
Goede samentrekking
B
Foutieve samentrekking

Slide 41 - Quiz

De cadeautjes stonden onder de trap en werden later uitgepakt.
A
Goede samentrekking
B
Foutieve samentrekking

Slide 42 - Quiz

Zijn broek kostte tachtig euro, maar vind ik niet mooi.
A
Goede samentrekking
B
Foutieve samentrekking

Slide 43 - Quiz

We maken samen de eerste opgave van opdracht 2, 3 en 4.
Geen oefening nodig? Ga dan meteen zelf aan de slag.
  • Huiswerk volgende les: opdracht 2, 3 en 4 op blz. 35  maken. Dat is huiswerk voor de volgende les.
  • Extra uitleg bij vorige les? Steek je hand op, dan kom ik langs.
  • Wil je nog een keer uitleg bij de theorie over foutieve samentrekkingen? Bekijk dan (eerst) het filmpje van H1 Formuleren in het online materiaal van Nieuw Nederlands (via leermiddelen).
  • Extra uitleg over werkwoorden (zww, kww, hww)? Maak de opdrachten Woordsoorten - zie Classroom.

Slide 44 - Slide

Is de theorie over (foutieve) samentrekkingen voor jou duidelijk?
😒🙁😐🙂😃

Slide 45 - Poll