Pedagogisch klimaat les 2
Pedagogisch klimaat les 2
Open met de herkenbare praktijk van kinderopvang en onderwijsassistenten: sfeer, structuur, omgang en ontwikkeling. Leg de link naar hun eigen werkplek of stage.
Gebruik de woordwolk als start: laat studenten kort toelichten waarom ze een woord kiezen. Haal daarna de kernwoorden sfeer, structuur, omgang en veiligheid op.
Agogiek = is de sociale wetenschap die de leer en praktijk van veranderingsprocessen bij mensen bestudeert, met als doel hen meer grip op hun leven te geven
- Pedagogiek: gericht op de opvoeding en begeleiding van kinderen
- Andragogiek: gericht op veranderings- en leerprocessen bij volwassenen
- Gerontagogiek: gericht op ouderen
Marianne Riksen-Walraven (2004)
De 4 pedagogische basisdoelen:
Emotionele veiligheid
Persoonlijke competentie
Sociale competentie
Overdracht van normen en waarden
Deze vier doelen helpen om naar de kwaliteit van een pedagogisch klimaat te kijken.
Noem haar naam expliciet, omdat studenten die vaak in theorie of examens terugzien. Houd de uitleg compact; de volgende slides werken elk doel uit.
Emotionele veiligheid
"Durft een kind hier zichzelf te zijn?"
Gezien, gehoord en geaccepteerd
Fouten mogen maken
Hulp durven vragen
Durven ontdekken en proberen
Signalen van emotionele veiligheid
Laat merken dat dit niet alleen over 'lief zijn' gaat, maar over een basisgevoel van vertrouwen in de omgeving en in de volwassenen.
Persoonlijke competentie
"Kan en mag een kind hier groeien?"
Zelfvertrouwen stimuleren
Autonomie stimuleren (zelfsturing/eigenaarschap)
Zelfregulatie oefenen (emoties)
Succeservaringen mogelijk maken
"Een kind leert stap voor stap: ik kan iets zelf, ik mag proberen en ik mag daarin groeien."
Benadruk dat groei niet betekent dat alles meteen lukt. Juist proberen, oefenen en opnieuw doen horen erbij.
Licht zelfregulatie kort toe als gedrag, aandacht of emoties leren sturen, passend bij leeftijd en situatie.
Sociale competentie
"Leer je hier samenleven?"
Omgaan met anderen
Contact maken
Hulp vragen/hulp geven
Luisteren
Samenwerken/conflicten oplossen
Rekening houden met elkaar (empathie)
Houd het praktisch en herkenbaar: beurt nemen, wachten, samen bouwen, sorry zeggen, hulp aanbieden, afspraken nakomen.
Overdracht van normen en waarden
"Wat vinden wij hier belangrijk?"
Waarde (het idee): eerlijkheid
Normen (de regel): je mag niet liegen
Bij dit basisdoel gaat het om het overbrengen van normen, waarden en cultuurkenmerken van de samenleving.
Kinderen leren wat gewenst gedrag is in deze groep. > Hoe denk jij hier over?
Maak onderscheid tussen norm en waarde als dat past:
- Waarde is wat je belangrijk vindt
- Norm is hoe dat zichtbaar wordt in gedrag.
Cultuurkenmerken:
- Taal en communicatie
- Gewoontes en tradities
- Godsdienst en opvatting
- Kunst en ontspanning
Voorbeelden van sociale competentie in de praktijk
Goede antwoorden noemen samenwerken, luisteren, hulp vragen of geven, rekening houden met elkaar en conflicten oplossen. Vraag steeds naar zichtbaar gedrag.
Wat valt je op?
Noem dat de ruimte nooit alles bepaalt, maar wel veel zegt over kansen voor veiligheid, autonomie en samenspel.
Wat valt je hier op?
This item has no instructions
This item has no instructions
Laatste!
This item has no instructions
Hoe herken jij een veilig pedagogisch klimaat?
Ga in tweetallen in gesprek over hoe jij een veilig pedagogisch klimaat herkent op jouw werkplek.
Sluit aan bij het verschil tussen observeren en oordelen: eerst beschrijven wat je ziet, daarna pas betekenis geven.
Kijk eerst naar wat je waarneemt in een ruimte of groep.
Let bijvoorbeeld op:
Bereikbare materialen
zichtbare structuur
actieve betrokkenheid van kinderen
drukte of juist overzicht
Vanuit die observatie kun je de vier basisdoelen herkennen.
Breder kijken naar opvoeden, ondersteunen in de ontwikkeling én onderwijs
Gert Biesta: "Goed onderwijs draait om brede vorming in plaats van alleen het aanleren van kennis en meetbare prestaties" - socialiseren en persoonsvorming
Luc Stevens (CAR-model): Legt de nadruk op competentie, autonomie en relatie. Die ideeën passen goed bij een sterk pedagogisch klimaat.
Reggio Emillia (Loris Malaguzzi): de drie pedagogen, het kind/de kinderen, de volwassene en de ruimte/materialen
Houd dit kort en functioneel: geen theorieles op zich, maar een verbreding die laat zien dat pedagogisch klimaat ook in onderwijs een centrale rol heeft.
BPV B1.01 Zorgt voor een veilig pedagogisch klimaat
Deel 1
Maak een overzicht met regels en afspraken die bij jou in de groep/klas gelden.
Op welke manier spreek je de kinderen/leerlingen hierop aan? Beschrijf een praktijkvoorbeeld.
Reflecteer hier daarna op, bijvoorbeeld aan de hand van de STARR-methode.
This item has no instructions
Deel 2
Welke protocollen zijn er op jouw werkplek als het gaat om pesten, kindermishandeling en seksueel misbruik?
Beschrijf van elk protocol de inhoud en manier waarop het ingezet wordt.
Op welke manier handel je wanneer je signalen van zorgwekkend gedrag opmerkt bij kinderen? Het gaat hier om gedrag dat het welbevinden of de veiligheid van het kind negatief beinvloedt.
Hoe kun je kinderen in zo'n situatie emotionele steun bieden?
This item has no instructions
Deel 3
In overleg met je collega/begeleider bedenk je een activiteit waarmee je waarden en normen met de kinderen bespreekt en de positieve sfeer in de groep/klas bevordert. Motiveer je keuze.
Je maakt een planning (waar, wanneer en met wie je de activiteit gaat uitvoeren). Je bespreekt de door jou ingevulde planning met je collega/begeleider en als hij/zij akkoord is, kun je aan de slag. Tijdens de uitvoering van je activiteit zorg je voor een optimaal groepsklimaat door rekening te houden met de volgende aspecten:
- tonen van een positieve en enthousiaste houding;
- aandacht schenken aan elke individu en aan de groep;
- zicht houden op de kinderen in de groep;
- zorgen voor een aangename aankleding van de verblijfsruimte
This item has no instructions
Beoordeling werk/school
Productbeoordeling = school
Gedragsobservatie = werkplek
This item has no instructions
Aan de slag! Je pedagogisch kompas (LOB/werkplek)
Kijk naar je eigen handelen vanuit vier invalshoeken:
Hier ben ik sterk in; welk(e) basisdoel(en) - onderbouw dit met praktijkvoorbeelden
Hier krijg ik (zicht-, hoorbaar) complimenten over
Hier loop ik tegenaan
Hier wil ik in groeien en ga ik mee oefenen op mijn werkplek (basisdoel)
Kies één leerdoel waar jij de komende weken bewust mee wilt oefenen. Bespreek dit leerdoel met een collega op jouw werkplek en vraag of hij/zij jou enkele keren (2 á 3 keer) wil observeren. Laat de collega specifiek kijken naar hoe jij bijdraagt aan een veilig pedagogisch klimaat. Bespreek na elke observatie wat jouw sterke punten zijn, welke ontwikkeling zichtbaar is en welke volgende stap je kunt zetten. Verwerk de opbrengsten in je reflectie.
Een pedagogisch kompas is een
- richtinggevend document of kader dat professionals in de kinderopvang, het onderwijs en de jeugdzorg helpt bij het maken van bewuste keuzes in de opvoeding en begeleiding van kinderen.
Het:
- Biedt houvast
- Gedeelde visie
- Flexibiliteit