Bijvoeglijke naamwoorden

Bijvoeglijke naamwoorden
1 / 17
next
Slide 1: Slide
NT2MBOStudiejaar 2

This lesson contains 17 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 10 min

Items in this lesson

Bijvoeglijke naamwoorden

Slide 1 - Slide

Doel:
  • In deze les ga je eerst luisteren naar 5 zinnen.
  • Daarna ga je nog een keer luisteren naar de zinnen en moet je het bijvoeglijk naamwoord invullen in de tekst.

Slide 2 - Slide

Eerste keer luisteren.
Hierna ga je voor de eerste keer luisteren naar de 5 zinnen.
Je hoeft verder nog niet te doen.

Slide 3 - Slide

Slide 4 - Video

Tweede keer.

Je gaat nu nog een keer luisteren naar de 5 zinnen.
Je kunt de zin ook meelezen.
Vul de bijvoeglijke naamwoorden die je hoort in.

Slide 5 - Slide

Hallo, Ik ben Joeri. Ik ben ........
Ik stel mijn familie voor .
Dit is mijn oma zij fietst ................
En dat is mijn broer. Hij fietst ...........
Voorstellen

Slide 6 - Open question

Mijn oma drinkt altijd uit een ...................... beker.
Zij drinkt ..............
Mijn broer zijn beker is ...........
Hij drinkt ........... cola.
Beker drinken

Slide 7 - Open question

Dit ............... meisje is mijn zus.
Mijn zus is ......
Mijn papa is ......
Hij is niet sterk. Mijn papa is .............
Zus

Slide 8 - Open question

Mijn nichtje is .......
Zij lacht .......
Zij draagt graag een .......... rok.
Haar rok is ........... Zij is ...........

mijn nichtje

Slide 9 - Open question

Johan vecht ............
Hij is erg .........
Hij heeft ............ haar.
Hij is ......


Johan

Slide 10 - Open question

Zinnen maken:
Op de volgende slides ga je zinnen schrijven.
Er staat een stukje tekst: 

Maak correcte Nederlandse zinnen.
Gebruik de trappen van vergelijking
Bijvoorbeeld:

Slide 11 - Slide


Slide 12 - Open question


Slide 13 - Open question


Slide 14 - Open question

Einde

Slide 15 - Slide

Hoe heb je deze lessonup gedaan?
Ik maak veel fouten, want ik begrijp het niet.
Het gaat al steeds beter!
Het gaat goed, ik begrijp het
Ik vind het makkelijk. Ik heb bijna alles goed.

Slide 16 - Poll

Hoe vond je de les van vandaag?
😒🙁😐🙂😃

Slide 17 - Poll