Lezen klas 7a

We gaan nu 10 minuten lezen
timer
10:00
1 / 38
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 1

This lesson contains 38 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

We gaan nu 10 minuten lezen
timer
10:00

Slide 1 - Slide

VANDAAG
-  Onderwerp (blz.16)
          - Hoofdgedachte (blz. 21)
LESDOELEN
 - Je bepaalt het onderwerp & herkent hoofdgedachte van een tekst.

Slide 2 - Slide

Onderwerp & hoofdgedachte

Slide 3 - Slide

Onderwerp 

- Wat is het onderwerp van een tekst?
           - Hoe vind je een onderwerp van een tekst?
      

Slide 4 - Slide

Wat is het onderwerp?
             - Datgene waar de tekst over gaat.
                                  - Je kunt in één of een paar woorden zeggen.

Slide 5 - Slide

Hoe vind je een onderwerp?
- Lees de tekst oriënterend (= titel, afbeelding, tussenkopjes, woorden anders gedrukt  etc.).
- Lees eerste stukje van de tekst (inleiding, soms vetgedrukt).
             - Geef antwoord op de vraag: waarover gaat deze tekst?

Slide 6 - Slide

Hoofdgedachte?

      - Wat is de hoofdgedachte van een tekst?
                 - Hoe vind je de hoofdgedachte van een tekst?

Slide 7 - Slide

Wat is de hoofdgedachte van een tekst?
- In belangrijkste in één zin samengevat waar de tekst over gaat.

Slide 8 - Slide

Hoe vind je de hoofdgedachte?
- Lees de tekst precies.
- Kijk aan het begin en eind van de tekst of de hoofdgedachte letterlijk staat. Zo niet:
- Geef antwoord op de vraag: wat is het belangrijkste wat over het onderwerp gezegd wordt?

Slide 9 - Slide

Huiswerk
Lees de theorie op blz. 16 (het groene blok) van je lesboek              Nederlands cursus meer dan lezen en maak opdracht 2 op blz. 17, opdracht 4 op blz. 19.

Slide 10 - Slide

We gaan nu 10 minuten lezen
timer
10:00

Slide 11 - Slide

VANDAAG
- Huiswerk
        - Hoofdgedachte, maken opdrachten 1, 3 en 8
      - Tekstdoelen & tekstsoorten (blz. 26)


LESDOELEN
- Je bepaalt het onderwerp & hoofdgedachte van een tekst.
- Je bepaalt het doel van een tekst (amuseren, informeren, instrueren, overtuigen of activeren.

Slide 12 - Slide

Huiswerk
Nakijken
timer
5:00

Slide 13 - Slide

Aan de slag
Maak opdracht 1, 3 en 8 (blz. 21 t/m 25)

timer
15:00

Slide 14 - Slide

Huiswerk 27 februari
- Neem je leesboek mee!!!!
- Neem je lesboek Nederlands en je schrift waarin je de opdrachten maakt uit het lesboek mee.
- Lees de theorie op blz. 21 (het groene blok) van je lesboek Nederlands cursus meer dan lezen en maak blz. 21 opdracht 1, blz. 22 opdracht 3 en blz. 25 opdracht 8.    

Slide 15 - Slide

Lesuitval 27 februari> huiswerk gaat naar 5 maart (hoofdgedachte)

Slide 16 - Slide

We gaan nu 10 minuten lezen
timer
10:00

Slide 17 - Slide

VANDAAG
1. Lezen in je boek
2. HW
      3. Tekstdoelen & tekstsoorten (blz. 26)


LESDOELEN
Aan het einde van de les
...weet je welk tekstdoel een tekst kan hebben:
amuseren-activeren-overtuigen-informeren-instructies geven
...ken je het verschil tussen tekstdoel en tekstsoort
...ben je in staat zelf het tekstdoel en de tekstsoort van enkele teksten te bepalen

Slide 18 - Slide

Huiswerk?

Slide 19 - Slide

Tekstdoelen & tekstsoorten
timer
10:00

Slide 20 - Slide

Slide 21 - Slide

Wat is het doel van dit bord?
A
Overhalen/activeren
B
amuseren
C
informeren
D
instrueren

Slide 22 - Quiz

Slide 23 - Video

Wat is het doel van dit filmpje?
A
overhalen/activeren
B
amuseren
C
informeren
D
instrueren

Slide 24 - Quiz

Tekstdoelen?

- Wat wil de schrijver bereiken?

Tekstsoorten?
- Met wat voor soort tekst wil hij dit bereiken?


Slide 25 - Slide

Amuseren
- De schrijver wil de lezer vermaken met zijn tekst.
Hij doet dit met amuserende teksten



Slide 26 - Slide

Informeren
- De schrijver wil dat je iets te weten komt.
Er zijn verschillende informatieve tekstsoorten om de lezer te informeren

Slide 27 - Slide

Instrueren/instructies geven
De schrijver zegt hoe je iets moet doen
Gebruikt hiervoor instructieve tekstsoorten

Slide 28 - Slide

Activeren (overhalen)
- De schrijver wil dat je iets wel of niet gaat doen
- Hij gebruikt hiervoor activerende teksten

Slide 29 - Slide

Overtuigen
- De schrijver wil de lezer overtuigen van zijn mening.
- Hij gebruikt hiervoor overtuigende teksten

Slide 30 - Slide

Aan de slag
Maak blz. 26 opdracht 1, blz. 28 opdracht 3 en 5.
timer
20:00

Slide 31 - Slide

Huiswerk nakijken
timer
10:00

Slide 32 - Slide

Huiswerk 12 maart
- Neem deze les je leesboek mee!!!!
- Neem je lesboek Nederlands en je schrift waarin je de opdrachten uit het lesboek
  maakt mee.
- Lees de theorie op blz. 26 (het groene blok) van je lesboek Nederlands cursus meer dan lezen en maak blz. 26 opdracht 1, blz. 28 opdracht 3 en 5.

Slide 33 - Slide

Slide 34 - Slide

Vervangende slides

Slide 35 - Slide

We gaan nu 10 minuten lezen
timer
10:00

Slide 36 - Slide

Slide 37 - Slide

Slide 38 - Slide