deuxième cours: le 14 à 18 septembre 2026

1 / 38
next
Slide 1: Slide
FransMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 1

This lesson contains 38 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min
Report this lesson

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

Klassenregels
We werken rustig samen in de klas.
We respecteren elkaar. We lachen elkaar niet uit en respecteren elkaars mening en antwoorden.
Tijdens het maken van de opdrachten zijn we rustig bezig en gaan we niet kletsen met klasgenoten.
We doen actief mee met de les.
We overleggen zachtjes binnen de MC als we een vraag hebben.
We steken onze vinger op als we iets willen zeggen en/of vragen.
We geven het aan onze docente aan wanneer ons iets dwars zit.
We laten elkaar uitpraten.
We eten en drinken niet in het klaslokaal.
We letten op in de les.
Tijdens het zelfstandig werken mag je oortjes in of een koptelefoon op.
We zitten niet aan andermans spullen.

Slide 2 - Slide

Bonjour et bienvenue

Slide 3 - Slide

Zorg ervoor dat het volgende op tafel ligt:
Werkboek A
Aantekeningschrift
Etui
Agenda

Start-upslide
Vertaal de volgende zinnen/woordjes naar het Nederlands/Frans:
1. bonjour
2. oui et non
3. comment tu t'appelles?
4. je m'appelle.....
5. au revoir
6. maandag, donderdag, vrijdag
7. vandaag
8. leer
9. het huiswerk
10. de bladzijde

timer
5:00

Slide 4 - Slide

Blauw = 10 en 9
Groen = 8 en 7
Oranje = 6 en 5
Rood = 4 en minder

Start-upslide
Antwoorden:
1. goededag, hallo
2. ja en nee
3. hoe heet jij?
4. ik heet.....
5. tot ziens
6. lundi, jeudi, vendredi
7. aujourd'hui
8. apprends
9. les devoirs
10. la page

timer
2:30

Slide 5 - Slide

e
- Introductie spreek- en luistertoets 
- Aan de slag met interview aan de hand van actieve spelletjes
- Project au zoo 

Lesdoelen:
1. Ik weet hoe de spreek- en luistertoets eruit komt te zien en wanneer hij plaatsvindt
2. Ik kan verschillende vragen over mezelf in het Frans beantwoorden
3. Ik kan het werkwoord ''avoir'' toepassen in het Frans
4. Ik kan de verschillende lidwoorden op de juiste manier toepassen in het Frans
5. Ik kan een dierentuinplattegrond in het Frans en Duits samenstellen

Slide 6 - Slide

Slide 7 - Slide

Wanneer? Maandag 2, dinsdag 3, woensdag 4, donderdag 5 of vrijdag 6 november 2026

Slide 8 - Slide

Slide 9 - Slide

Slide 10 - Slide

Gimkit!
We gaan is kijken of het lukt om een aantal vragen in het Frans te begrijpen en/of te beantwoorden

Slide 11 - Slide

Wat betekent: '' J'ai un chat.'', denk je?

Slide 12 - Open question

Wat betekent: '' Tu as un animal?'', denk je?

Slide 13 - Open question

Je ziet hier een werkwoord terugkomen, namelijk ''avoir'' (= hebben)
J'ai un chat = Ik heb een kat
Tu as un animal? = Heb je (jij hebt) een huisdier?
Il a un chien = Hij heeft een hond
Elle a deux lapins = Zij heeft twee konijnen
On a vingt poissons = We hebben 20 vissen
Nous avons trois chevaux = Wij hebben drie paarden
Vous avez un hamster = Jullie hebben/ u heeft een hamster
Ils ont un cochon d'Inde = Zij hebben (mannelijk) een cavia
Elles ont quatre poules = Zij hebben (vrouwelijk) 4 kippen

Schrijf op in je schrift

Slide 14 - Slide

Let op!!!
Met leeftijden, gebruiken we in het Frans ook het werkwoord ''avoir'' (hebben)

J'ai 12 ans = Ik heb 12 jaar (oud) letterlijk vertaald, maar wij vertalen het in het Nederlands dus als ik ben 12 jaar oud.


Slide 15 - Slide

Hoe zeg je dan: '' Hij is 15 jaar oud.'' in het Frans?

Slide 16 - Open question

Vertaal het woordje: ''het meisje''

Slide 17 - Open question

Vertaal het woordje: ''de jongen''

Slide 18 - Open question

Vertaal het woordje: ''de opdracht''

Slide 19 - Open question

Vertaal het woordje: ''het huiswerk''

Slide 20 - Open question

lidwoord
Vormen van het lidwoord De & Het


ev
mv
mnl
Le
Les
vrl
La
Les
klinker/stomme h
L'
Les

Slide 21 - Slide

Lidwoord - deel 2
Vormen van het lidwoord 'Een'


ev
mv
mnl
un
des
vrl
une
des
klinker/stomme h
un/une
des

Slide 22 - Slide

Vertaal het woordje: ''een meisje''

Slide 23 - Open question

Vertaal het woordje: ''een jongen''

Slide 24 - Open question

Vertaal het woordje: ''een opdracht''

Slide 25 - Open question

Vertaal het woordje: ''jongens''

Slide 26 - Open question

Les bleus
vind je het nog lastig? dan kies je deze categorie





Les oranges
vind je het wel oké, dan kies je deze categorie

Les blancs
Hou je van een uitdaging en vind je het makkelijk? Dan kies je deze categorie



Slide 27 - Slide

Les bleus
Fais les exercices 16 et 17 (p.32,33 et 34)

Fais les exercices 
30ab, 31def (p.48 et 50)




Les oranges
Fais exercices 18 et 19 (p.34 et 35)

Fais exercices 32 et 33a (p.51)
Les blancs
Réponds aux (=antwoord op de) questions dans ton cahier (=schrift):
  1. Ça va?
  2. Comment tu t'appelles?
  3. Tu as quel âge?
  4. Tu habites où?
  5. Tu as un animal?
  6. Tu as des frères ou des soeurs?
  7. Quel est ton numéro de téléphone?
  8. Quel est ton hobby?
  9. Tu es en quelle classe? 
  10. Quel est ton film préféré?
Gebruik je werkboek voor de vertalingen vanaf blz.173 t/m 181 of een woordenboek)


timer
20:00

Slide 28 - Slide

Ça va?
Comment tu t'appelles?
Tu as quel âge?
Tu habites où?
Tu as un animal?
Tu as des frères ou des soeurs?
Quel est ton numéro de téléphone?
Quel est ton hobby?
Tu es en quelle classe? 
Quel est ton film préféré?
(hoe) gaat het?
Hoe heet je? 
Hoe oud ben je?
Waar woon je?
Heb jij een huisdier?
Heb je broers of zussen?
Wat is je telefoonnummer?
Wat is je hobby?
In welke klas zit je?
Wat is je favoriete (lievelings)film?

Slide 29 - Slide

Ça va?
Comment tu t'appelles?
Tu as quel âge?
Tu habites où?
Tu as un animal?
Tu as des frères ou des soeurs?
Quel est ton numéro de téléphone?
Quel est ton hobby?
Tu es en quelle classe? 
Quel est ton film préféré?
Ça va bien
Je m'appelle..
J'ai ... ans
J'habite à ....
Oui, j'ai un ... , non je n'ai pas d'animal
Oui j'ai ...., non je suis fille/fils unique
Mon numéro de téléphone est ...
Mon hobby est ......
Je suis en cinquième
Mon film préféré est ....

Slide 30 - Slide

timer
20:00

Slide 31 - Slide

Slide 32 - Slide

Slide 33 - Slide

Slide 34 - Slide

Slide 35 - Slide

Slide 36 - Slide

Slide 37 - Slide

Exit-ticket
Vertaal de volgende zinnen in je schrift:

1. De hond is 4 jaar oud (letterlijke vertaling heeft 4 jaar oud)
2. De meisjes hebben een kat.

Beantwoord de volgende vragen in het Frans je schrift:
3. Tu as quel âge?
4. Tu es en quelle classe?
5. Tu habites où?

Beantwoord deze vraag in het Nederlands in je schrift:
6. Uit welke drie onderdelen bestaat de spreek- en luistertoets en wanneer vind hij plaats?
Lesdoelen:
1. Ik weet hoe de spreek- en luistertoets eruit komt te zien en wanneer hij plaatsvindt
2. Ik kan verschillende vragen over mezelf in het Frans beantwoorden
3. Ik kan het werkwoord ''avoir'' toepassen in het Frans
4. Ik kan de verschillende lidwoorden op de juiste manier toepassen in het Frans
5. Ik kan een dierentuinplattegrond in het Frans en Duits samenstellen
Huiswerk:
Leer de verschillende vragen & antwoorden die je vandaag in je aantekeningenschrift hebt opgeschreven
Klaar met de exit-ticket? Laat het controleren, is het goed? Dan mag je het lokaal verlaten

Slide 38 - Slide