12.5 Reageren met behulp van hormonen

12.5 Reageren met behulp van hormonen
1 / 17
next
Slide 1: Slide
BiologieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 5

This lesson contains 17 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

12.5 Reageren met behulp van hormonen

Slide 1 - Slide

Vandaag:
Korte herhaling
TSH-regelkring
ADH-regelkring
12.5 opdrachten 1 t/m 5b + 7

Slide 2 - Slide

Orgaan 1
Orgaan 2
Orgaan 3
Hypothalamus
Hypofyse
Doelwitorgaan

Slide 3 - Drag question

De hypothalamus produceert...
(blauwe pijl)
A
Releasing hormonen (RH)
B
Inhibiting hormonen (IH)
C
Zowel RH als IH
D
Geen van beide

Slide 4 - Quiz

Hoe noemen we het fenomeen dat een hormoon zijn eigen aanmaak remt?

Slide 5 - Open question

Waardoor reageren alleen doelwitcellen op hormonen, en niet alle andere cellen ook?

Slide 6 - Open question

TSH-regelkring

Slide 7 - Slide

Regelkring TSH
Door kou/psychische belasting/fysieke belasting wordt hypothalamus gestimuleerd en TRH afgegeven. 
Hypofyse gaat TSH afgeven waardoor schildklier T4 en T3 aanmaakt.
T4 moet omgezet worden in T3 door lever. 
T3 bindt aan receptor waardoor glucose- en vetverbranding gestimuleerd wordt. Hierdoor stijgt de kerntemperatuur. 

Slide 8 - Slide

Negatieve terugkoppeling
Door een toename van de concentratie T3 geeft de hypothalamus minder TRH af. Hierdoor wordt er minder TSH en dus minder T3 en T4 afgegeven. T3 remt dus zijn eigen productie.
De hypothalamus geeft ook minder TRH af door de verhoging van de kerntemperatuur. 

Slide 9 - Slide

TSH-regelkring

Slide 10 - Slide

ADH

Slide 11 - Slide

ADH-regelkring
Stijging van osmotische waarde van het bloed en lagere bloeddruk wordt door osmoreceptoren in hypothalamus geregistreerd. Hierdoor wordt er ADH afgegeven door hypofyse en krijg je dorst. ADH zorgt ervoor dat er meer water uit de voorurine wordt gehaald en dat de spieren in bloedvatwanden samentrekken.
Bij een lage bloeddruk maken nieren renine. 

Slide 12 - Slide

Renine zet angiotensinogeen uit de lever om in angiotensine I, welke door de longen omgevormd wordt tot angiotensine II.
Angiotensine II stimuleert de afgifte van ADH en de bijnier aan om aldosteron te maken. 
Renine stimuleert ook de kamersystole en laat de spieren van de bloedvatwanden samentrekken. Hierdoor stijgt de bloeddruk.

Slide 13 - Slide

ADH

Slide 14 - Slide

Opdracht 1
  • Wat zijn de doelwitweefsels van TRH, TSH en T3?
  • Doelwitcellen TRH: TSH producerende cellen in hypofyse. Doelwitcellen TSH: thyroxine producerende cellen in schildklier. Doelwitcellen T3: lichaamscellen
  • Op welke twee manieren is er een terugkoppeling op de afgegeven hoeveelheid T3?
  • via de temperatuurzintuigjes en hypothalamus en via de concentraties van de verschillende hormonen (T3 en T4) en hypothalamus en hypofyse


Slide 15 - Slide

Opdracht 2
Bij een watertekort registreren de … in de hypothalamus een daling in de bloeddruk. Signalen gaan naar de … die via de …. ADH afgeeft. In het bloed komt ook een tweede hormoon, …. Beide hormonen laten de bloedvaten samentrekken.
  • Bij een watertekort registreren de osmoreceptoren in de hypothalamus een daling in de bloeddruk. Signalen gaan naar de hypothalamus die via de hypofyse ADH afgeeft. In het bloed komt ook een tweede hormoon, angiotensine. Beide hormonen laten de bloedvaten samentrekken.

Slide 16 - Slide

Zelf verder werken
H12 afmaken
Donderdag examenopdrachten bespreken

Slide 17 - Slide