Wat valt op?
Welke combinatie klopt?
Situatie 1: De wand van een slagader wordt stijver en minder elastisch.
Situatie 2: Vetachtige stoffen, waaronder cholesterol, hopen zich op in de vaatwand en vormen een plaque.
1 = atherosclerose | 2 = arteriosclerose
arteriosclerose | 2 = atherosclerose
Beide zijn atherosclerose
Beide zijn arteriosclerose
Wat kan er gebeuren als een atherosclerotische plaque scheurt?
Het bloedvat wordt wijder
Er kan een bloedstolsel ontstaan dat het bloedvat afsluit
De vaatwand wordt elastischer
Het LDL verdwijnt uit de vaatwand
Welke patiënt heeft waarschijnlijk een arterieel probleem en welke een veneus probleem?
Patiënt A: Het onderbeen is bleek en koud. De pulsaties zijn nauwelijks voelbaar. Bij lopen ontstaat krampende pijn in de kuit.
Patiënt B: Eén onderbeen is rood, warm en gezwollen. De huid staat strak door oedeem. Het been doet pijn.
Beide arterieel
Beide veneus
A = veneus, B = arterieel
A = arterieel, B = veneus
Sleep naar de juiste foto!
Ulcus cruris
Claudicatio intermittens
Arterieel
Veneus
Ischemie of infarct?
Sleep iedere situatie naar het juiste begrip.
Ischemie
Infarct
Onvoldoende doorbloeding
Bloedtoevoer volledig afgesloten
Afsterven van weefsel
Zuurstoftekort in het weefsel
Cliënt 1: krijgt tijdens het traplopen een drukkende pijn op de borst. De pijn kan uitstralen. Hij stopt met lopen en na enkele minuten rust neemt de pijn af.
Cliënt 2: krijgt plotseling hevige, drukkende pijn op de borst. De pijn houdt aan. Hij is bleek, transpireert en voelt zich misselijk en angstig.
Cliënt 1 past bij angina pectoris; cliënt 2 kan passen bij een myocardinfarct.
Beide situaties passen het beste bij angina pectoris.
Cliënt 1 past bij een myocardinfarct; cliënt 2 bij angina pectoris.
Beide situaties passen het beste bij een myocardinfarct.
Het hart pompt even krachtig en de hoeveelheid bloed blijft gelijk. Toch stijgt de bloeddruk. Welke verandering kan dit verklaren?
De hartslag daalt, waardoor het hart per minuut minder vaak bloed uitpompt.
De slagaderwand wordt elastischer, waardoor deze gemakkelijker kan uitzetten.
De kleine bloedvaten worden nauwer, waardoor het bloed meer weerstand ondervindt.
De nieren scheiden meer water uit, waardoor het bloedvolume afneemt.
Zet de stappen van het RAAS-systeem in de juiste volgorde.
Een cliënt staat 's ochtends snel op uit bed. Hij wordt duizelig, ziet even zwart voor zijn ogen en moet zich aan het bed vasthouden. Na enkele seconden trekt het weg
A. Zijn bloedvolume neemt bij het opstaan plotseling sterk af.
Zijn perifere weerstand neemt bij het opstaan plotseling af.
Zijn hartminuutvolume neemt toe, waardoor de bloeddruk tijdelijk daalt.
Er stroomt tijdelijk minder bloed terug naar het hart, waardoor de bloeddruk daalt.
Meneer De Jong voelt zich gezond en heeft geen klachten. Bij meerdere metingen blijkt zijn bloeddruk 158/96 mmHg. Wat past het beste bij deze situatie?
Zonder klachten is hypertensie onwaarschijnlijk.
Deze bloeddruk past vooral bij tijdelijke hypotensie door inspanning.
Hypertensie kan aanwezig zijn zonder dat iemand duidelijke klachten heeft.
Hypertensie geeft meestal al vroeg duidelijke klachten zoals hoofdpijn en duizeligheid.
Een cliënt met hartfalen heeft ernstige benauwdheid en longoedeem.
Welke volgorde verklaart de klachten het best?
Linkerkamer pompt onvoldoende → stuwing in longvenen → druk in longcapillairen stijgt → vocht in longblaasjes
Rechterkamer pompt onvoldoende → stuwing in lichaamsvenen → vocht in longblaasjes
Linkerkamer pompt onvoldoende → stuwing in lichaamsvenen → perifeer oedeem
Rechterkamer pompt onvoldoende → stuwing in longvenen → druk in longcapillairen stijgt
Hoe goed kun jij na deze les uitleggen wat er mis kan gaan met hart en bloedvaten én de verbanden daartussen leggen?