Kapitel 2: Wir

WIR KAPITEL 2
1 / 28
next
Slide 1: Slide
DuitsMiddelbare schoolvmbo, mavo, havo, vwoLeerjaar 1,2

This lesson contains 28 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

Items in this lesson

WIR KAPITEL 2

Slide 1 - Slide

KAPITEL 2: WIR


Leerdoelen :
- Je leert woorden om over jezelf en familie te vertellen.
- Je kan in het Duits over je familie vertellen.

Slide 2 - Slide

Stappenplan
1. Doe je boek open op blz 64 (Lernliste)

2. Neem de woordjes B Wortschatz (de broer t/m de ouders) door!

3.  Na 3 minuten: verder met LessonUp 

4. Geef antwoord op de vragen.


timer
3:00

Slide 3 - Slide

Schrijf Duitse woorden die
met het thema Wir (Familie)
te maken hebben!

Slide 4 - Mind map

7

Slide 5 - Video

Der Stammbaum
Blz. 35 t/m37
  • Aufgabe 2,4,5,6, 7
  • opdracht 7 blz.38
  • *opdracht 8, 12
  • zelfstandig maken 
    gebruik de woordenlijst op blz.64

Slide 6 - Slide

die Familie und meine beste Freunde 

Slide 7 - Slide

Wat gaan we vandaag doen?
Nakijken opdrachten 8 en 12 (vorige les)
Hören: opdracht 10 en 11
Lesen: opdracht tekst 13 samen lezen
zelfstandig maken opdracht 13 t/m 16
oefenen met de woorden via slim stampen

Slide 8 - Slide

Leerdoelen § Hören
Je kent de betekenis van de woorden van de 
Lernliste 
D-N: C Hören.
Je kunt een eenvoudig interview over familie begrijpen.

Slide 9 - Slide

opdracht 8
nakijken via digitale methode 
Rolle A/ Rolle B

Slide 10 - Slide

Hören
Samen
opdracht 10 en opdracht 11
blz. 40 en 41

Slide 11 - Slide

Leerdoelen § Lesen

Je kent de betekenis van de woorden van de Lernliste D-N: D Lesen.
Je kunt eenvoudige teksten over jezelf en anderen begrijpen.

Slide 12 - Slide

00:48
Wat betekent 'mijn broer en mijn zus in het Duits?
A
mein Bruder und meine Schwester
B
mein Bruder und meine schwester
C
meine Bruder und meine Schwester
D
mein Bruder und mein Schwester

Slide 13 - Quiz

01:21
Wanneer gebruik je der Vater und die Mutter
A
altijd
B
wordt nooit gebruikt
C
is de nette manier van zeggen
D
nooit

Slide 14 - Quiz

01:24
Übersetze 'de ouders'

Slide 15 - Open question

01:54
Woraus bestehen deine Großeltern?
A
mein Papa und meine Oma
B
mein Großvater und meine Mama
C
mein Opa und meine Oma
D
mein Vati und meine Mutti

Slide 16 - Quiz

02:53
Wie heißt ihr Bruder und was ist sein Hobby?
A
Mart und spielt Volleyball
B
Mario und spielt Hockey
C
Mart und spielt Handball
D
Mario und spielt Fußball

Slide 17 - Quiz

03:29
Was erzählt Anja über ihre Eltern?
A
Mutti kocht gerne und Vater reist gerne
B
Mutti wohnt in Dresden und Vati in Asien
C
Mutti liebt essen und Vati liest gerne

Slide 18 - Quiz

04:03
Wie alt ist ihr Opa und was sagt Anja über ihre Großmutter?
A
77, sie ist lustig
B
78, sie ist streng
C
78, sie ist lustig
D
77, sie ist nett

Slide 19 - Quiz

LESEN
We lezen de tekst op blz.43 eerst klassikaal
MAKEN OPDRACHT 13 T/M 16
BLZ.42 T/M 45


Slide 20 - Slide

Ben je klaar?
Ga naar slim stampen
oefen met de woorden van lesen en hören

Slide 21 - Slide

Wat gaan we vandaag doen?
Nakijken opdrachten 8 en 12 (vorige les)
Hören: opdracht 10 en 11
Lesen: opdracht tekst 13 samen lezen
zelfstandig maken opdracht 13 t/m 16
oefenen met de woorden via slim stampen

Slide 22 - Slide

13B

durch dick und dünn – door dik en dun

Streit – ruzie

zusammen – samen

hören Musik – naar muziek luisteren

am liebsten – het liefst

beinah – bijna

Freundschaft – vriendschap


2 Eigen antwoord, bijv.: De woorden lijken op het Nederlands.

Anne - 4

Leon - 2

Lara - 3

John - 1


4

Anne – bioscoop, kletsen, winkelen

Leon – chillen, muziek luisteren, sport (voetballen), YouTube-video’s maken.

Lara – bioscoop, sport (fitness), lachen, winkelen

John – computer (chatten en online gamen)


c

Eigen antwoord, bijvoorbeeld:

Mein bester Freund / meine beste Freundin heißt Chris / Ada.

Ich kenne meinen Freund / meine Freundin schon sehr lange.

Das machen wir gerne zusammen: gamen / shoppen.

Wir haben uns in der Schule kennengelernt.b

1

durch dick und dünn – door dik en dun

Streit – ruzie

zusammen – samen

hören Musik – naar muziek luisteren

am liebsten – het liefst

beinah – bijna

Freundschaft – vriendschap


2 Eigen antwoord, bijv.: De woorden lijken op het Nederlands.


3

Anne - 4

Leon - 2

Lara - 3

John - 1


4

Anne – bioscoop, kletsen, winkelen

Leon – chillen, muziek luisteren, sport (voetballen), YouTube-video’s maken.

Lara – bioscoop, sport (fitness), lachen, winkelen

John – computer (chatten en online gamen)


c

Eigen antwoord, bijvoorbeeld:

Mein bester Freund / meine beste Freundin heißt Chris / Ada.

Ich kenne meinen Freund / meine Freundin schon sehr lange.

Das machen wir gerne zusammen: gamen / shoppen.

Wir haben uns in der Schule kennengelernt.

Slide 23 - Slide

Aufgabe 14


Ihr habt viel Spaß zusammen, ihr lacht über alles. plezier

Wie lange kennt ihr euch schon? al

Sie hat mir zum Geburtstag einen Ring geschenkt. verjaardag

Wir sind beide neu hier. nieuw

Meine beste Freundin ist immer für mich da.  altijd


 Aufgabe 15 Antwoord D

Ik heb John aangekruist omdat hij zijn vriend uit Duitsland mist.
Aufgabe 16

1 verjaardag vieren
2
In Duitsland:
Je mag zoveel taart als je wilt/ op kunt

Je krijgt een knuffel als je gefeliciteerd wordt

Alleen jij wordt gefeliciteerd

De jarige is huiswerkvrij

3
Herzlichen Glückwunsch zum Geburtstag

Alles Gute

Men zingt: Zum Geburtstag viel Glück

Slide 24 - Slide

werkwoorden haben en sein
Leerdoelen voor deze paragraaf
Je kent de persoonlijke voornaamwoorden.
Je kunt de werkwoorden haben en sein in de tegenwoordige tijd gebruiken.

Slide 25 - Slide

haben en sein 
Maken opdracht 17 t/m 19
20,22,23,24,26
blz. 46 t/m 50
Daarna oefenen met slim stampen

Slide 26 - Slide

SO woordenlijst

leren blz. 64 de broer t/m miljoen ne-du/du-ne
digitaal oefenen met de slim stampen

Slide 27 - Slide

Maken opdracht 33 en 34 en 35
je moet zelf de zin aanvullen
(kijk op blz.54) Sprachtmittel

Slide 28 - Slide