H6.2

Hoofdstuk 6
1 / 22
next
Slide 1: Slide
GeschiedenisMiddelbare schoolmavoLeerjaar 1

This lesson contains 22 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Hoofdstuk 6

Slide 1 - Slide

6.2 Machthebbers in Europa
Aan het einde van deze les weet je:
  • wie in Nederland de macht in handen hadden.
  • met welke landen Nederland in oorlog was.
  • hoe de Franse koning erg machtig werd.
  • op welke manier de Engelse koning minder machtig werd.

Slide 2 - Slide

De steden en gewesten werden bestuurd door de regenten; mannen uit rijke families. Elk gewest had zijn eigen bestuur:  Staten
De Regenten werkten samen in de staten Generaal; daar maakten zij beslissingen over: handel en de verdediging.

Slide 3 - Slide

Bestuur van de republiek
  • De gewesten nemen de beslissingen

  • De Stadhouder bevelhebber van het leger en de vloot

Slide 4 - Slide

Hoe noemen we de bestuurders van de gewesten?

Slide 5 - Open question

Hoe heet de hoogste regent?
A
Regent
B
Stadhouder
C
Vorst
D
Staten

Slide 6 - Quiz

Staten-Generaal
stadhouder
regent
Staten
gewesten
de hoogste regent
het bestuur van een gewest
Rijke burgers die steden en gewesten bestuurden.
een gebied dat zichzelf bestuurt
hier kwamen bestuurders samen om beslissing te maken op landsniveau

Slide 7 - Drag question

Oorlogen
Door de welvaart kon de Republiek een groot en goed bewapend leger betalen. 

Dit leidde wel tot onvrede bij andere landen die ook zo machtig wilden zijn. 

Slide 8 - Slide

Oorlogen
Dit leidde tot oorlogen met: 

  1. Spanje (80-jarige oorlogen)
  2. Engeland (3 oorlogen)
  3. Rampjaar (Oorlog met Frankrijk, Engeland en twee Duitse Staten)

Slide 9 - Slide

Lodewijk XIV
Absolutisme = de vorst heeft alle macht
Hij had de macht van god gekregen en het was gods wil dat alle Fransen hem gehoorzaamden.

Slide 10 - Slide

Slide 11 - Slide

3

Slide 12 - Video

01:30
Waarom was het voor vorsten van belang om grote paleizen te bouwen?

Slide 13 - Open question

02:22
Leg uit hoe Lodewijk aan zijn bijnaam (le roi de soleil), de zonnekoning kwam.

Slide 14 - Open question

08:07
Voor de edelen was het paleis een gouden kooi. Beargumenteer deze stelling.

Slide 15 - Open question

welke uitspraak hoort niet bij Lodewijk XIV?
A
Zonnekoning
B
Paleis van Versailles
C
Absolutisme
D
Alleen edelen beslissen met mij mee.

Slide 16 - Quiz

Wat is absolutisme?
A
Waarbij de macht van de vorst door niets wordt beperkt
B
Waarbij de vorst moet luisteren naar de adel
C
Waarbij de macht van de adel groter is dan die van de vorst
D
Waarbij de macht van de vorst wordt beperkt

Slide 17 - Quiz

Wie was de "Zonnekoning"?
A
Charles de Gaulle
B
Lodewijk / Louis XIV
C
Napoléon Bonaparte
D
Le Cardinal Richelieu

Slide 18 - Quiz

Engeland
Strijd tussen koningen en parlement
Koningen willen absolute macht, maar parlement wil dat niet toestaan.

Het parlement won. Nederlandse stadhouder Willem III en zijn Engelse vrouw Maria werden de nieuwe vorsten.

Slide 19 - Slide

Slide 20 - Slide

Wie maakte de wetten in het Engeland van de 17e eeuw?
A
De koning
B
Het parlement
C
Koning en parlement samen
D
De gouverneur

Slide 21 - Quiz

Kijk de opdr. 6.1 na.

Slide 22 - Slide