Examentraining 6V 2526

Examentraining 6 vwo - 2526

1 / 68
next
Slide 1: Slide
New lesson editorMaatschappijwetenschappenVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 6

This lesson contains 68 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Examentraining 6 vwo - 2526

Hoeveel seconden mag je doen over jouw CE MAW (zonder verlenging)?

Doelen examentraining

  1. Niet voor de school maar voor het leven leren wij

  2. Je kent je bronnen en kan ermee werken

  3. Je kunt de ICE-regel dromend toepassen

  4. Je herkent signalen (sleutels) in teksten

  5. Je kunt definities hoofd- en kernconcepten goed toepassen (zie signalen).

  6. Paradigma's zijn nog duidelijker

  7. Je krijgt antwoord op vragen die je nog hebt

Leer denken als een toetsmaker

Centraal Examen 1e tijdvak

woensdag 20 mei 2026

09:00-12:00      maatschappij­wetenschappen vwo

13:30-16:00       Engels vwo

Bronnen

1. SENECA maw vwo lesboek 2e druk (werkboek)

2. Syllabus MAW Centraal Examen 2025 (via examenblad)

3. Examenprogramma MAW (examenblad, + eerdere examens)

4. Boekje Kernconcepten (magister)


Bron 1: Lesboek

Zoekmachines: inhoudsopgave en 3 bijlages

- paragraaf -> eindterm + vice versa

- definities hoofd- en kernconcepten (examenhulp en kernconceptenboekje)

* Samenvatten / mindmap maken / voorbeelden zoeken bij lastige begrippen / rijtjes met bijv. kenmerken

-> verschillen tussen kenmerken/theorieën vast uitwerken

Noem de 4 machtsbronnen op alfabetische volgorde.

Text

Bron 1: Opdrachtenboek

Stappenplan vragen beantwoorden: ICE !! blz. 5 en 6


H10 - H12 complexere vragen, samentrekking met eerdere hoofdstukken.


Bron 2+3: Syllabus+kerndoelen

Gekregen eind 5V (kopie inclusief aanpassingen)

Via examenblad.nl ook te downloaden.

Syllabus is leidend voor examenstof! Niet het boek.


Examenprogramma: Alleen kerndoelen, vaak uitgebreid. Handig om (na leren) af te vinken. 

Bron 4: Boekje kernconcepten

  • Alle kernconcepten

  • Met uitleg, toepassing en voorbeelden

  • LET OP: ook de delen van de kernconcepten die je bij toepassing moet 'aantonen'.

  • Met oefenopgaven

ICE

  • Introduce (I)

  • Context (C)

  • Explain (E)


Aandachtspunten

  • Allen, start met een deel van de vraag herhalen (niet hele vraag, alleen deel wat belangrijk is voor start antwoord.

  • Voorbeeld: Leg uit hoe je gezag terugziet in alinea 3 .

  • Antwoord: Gezag is macht die als legitiem wordt beschouwd. (I) Je ziet in alinea 3 gezag terug omdat de macht van de politieagent zonder probleem wordt opgevolgd  ("liet direct ... aanwijzing agent"), en dus als legitiem wordt beschouwd door het kind. Zo zie je gezag terug in alinea 3.

Aandachtspunten

  • Let op de Introductie van een begrip (wat betekent het), dus niet alleen het begrip zelf.

  • Bij hoofd- of kernconcept: gebruik noodzakelijke deel definitie. Ook bij ander begrip:  definitie.

  • Gebruik de bron: Context (citaat/concrete verwijzing)

  • Explain: Puntje inkoppen: koppel (deel) introductie-> context en concludeer.


Aandachtspunt: schrijf concreet

- Vaktaal gebruiken

--> i.p.v. dingen -> actoren/bindingen/machtsbronnen, ...

- Specifieke woorden:

--> i.p.v mensen/zij ->  politici/de Oekraïners/mensen met minder macht .

--> i.p.v. dat/die -> de materiële aspecten/de voorstellingen/het verband



Aandachtspunt: citaat

- Gebruik een citaat als bewijsstuk in de rechtszaal. Dat bewijsstuk zegt alleen wat als de officier/advocaat een goede uitleg daarbij geeft. bijv:

Een kenmerk van een falende staat is wanneer een overheid de interne rechtsorde niet meer kan handhaven. In bron 2 staat "De overheid heeft ... totaal uitgevallen is." (r. 4-7). In dit citaat zie je dat de Indiase overheid geen grip meer heeft op het geweld tegen de Dalits. Ze heeft het geweldsmonopolie niet meer, en kan dus de interne rechtsorde niet meer handhaven. Daaruit  kan je afleiden dat India een falende staat is

Aandachtspunt: vraagstelling

- Wanneer je moet vergelijken (ook bijv. met een tabel), zorg ervoor dat je benoemt wat beide eenheden zijn, om daarna te concluderen dat de een groter/minder/etc. is dan de ander. 



2. Leg uit hoe je het kernconcept samenwerking in de bron herkent. Gebruik in jouw uitleg:

- een toepassing van het kernconcept samenwerking;

- informatie uit bron 1.

3. Leg uit op welke manier je het kernconcept identiteit herkent in bron 2. Gebruik in jouw antwoord:

- een toepassing van het kernconcept identiteit;

- informatie uit bron 2.

Welke onderwerpen / vaardigheden zou je nog willen oefenen bij examentraining?

Gebruik van kernconcepten

Zoek de sleutel in de definitie


Een cultuur is “het geheel van voorstellingen, uitdrukkingsvormen, opvattingen, waarden en normen die

mensen als lid van een groep of samenleving hebben verworven”.

Sleutel-Bedenk 2 concrete voorbeelden

  • voorstelling: beeld/idee/verhaal over een gebeurtenis/land

  • uitdrukkingsvorm: symbolen

  • opvatting:  idee/mening, wat je vindt over iets (goed/slecht)

  • waarde:  ideaal/uitgangspunt (bv. vrijheid)

  • norm: gedragsregel (hoort bij waarden)

  • lid van een groep of samenleving: subcultuur

  • verworven: aangeleerd

Cultuur Sleutelbegrip, voorbeeld en toelichting

Een nieuw kernconcept

Zoek de sleutel in de definitie
Sociale ongelijkheid is “een situatie waarin verschillen tussen mensen, in al dan niet aangeboren kenmerken, consequenties hebben voor hun maatschappelijke positie en leiden tot een ongelijke verdeling van schaarse en hooggewaardeerde zaken, van waardering en behandeling."

Sleutel: Slim voorbeeld (of 2)

  • Verschillen tussen mensen

  • al dan niet aangeboren kenmerk

  • consequenties voor maatschappelijke positie

  • ongelijke verdeling schaarse/hooggewaardeerde goederen

  • waardering

  • behandeling (Denk aan MAW-typische voorbeelden)

Gebruik concepten bij lezen

Check bij het lezen of je al hoofd- of kernconcepten tegenkomt.

Als je ze goed kent, kan je ook al de sleutel vinden (het juiste deel van een kernconcept om een vraag te beantwoorden).

Zo lees je gericht (je kunt voorbeelden van concepten of gevonden sleutels alvast markeren)

 Boa’s niet bevoegd geweld te gebruiken

Vorige week woensdag stuurde de inspectie voor de tweede keer een kritische brief naar de staatssecretaris van justitie en veiligheid Eric van der Burg. Eerder concludeerde ze dat veilige leefomstandigheden op de COA-locatie voor asielzoekers onder druk staan. Een klacht indienen is lastig voor de bewoners, omdat een onafhankelijke klachtencommissie ontbreekt. De buitengewoon opsporingsambtenaren (boa’s) die op de locatie werken zijn ook niet bevoegd geweld te gebruiken bij het handhaven van de huisregels.


Zoek bij 1 gekleurd begrip een passend (kern)concept. Leg kort uit waarom dit bij elkaar past.

Boa’s niet bevoegd geweld te gebruiken

Vorige week woensdag stuurde de inspectie voor de tweede keer een kritische brief naar de staatssecretaris van justitie en veiligheid Eric van der Burg. Eerder concludeerde ze dat veilige leefomstandigheden op de COA-locatie voor asielzoekers onder druk staan. Een klacht indienen is lastig voor de bewoners, omdat een onafhankelijke klachtencommissie ontbreekt. De buitengewoon opsporingsambtenaren (boa’s) die op de locatie werken zijn ook niet bevoegd geweld te gebruiken bij het handhaven van de huisregels.

Wat is jouw antwoord (toepassing kernconcept)?

Op de werkvloer is de verhouding tussen vrouw en man nog traditioneel (5 kernconcepten vinden)

Tussen willen en en doen gaapt een behoorlijke kloof op de Nederlandse arbeidsmarkt. En dus is het nog altijd zo dat vrouwen na hun afstuderen vaker een deeltijdbaan nemen dan mannen. Heeft een vrouw het mbo-, hbo-, of wo-diploma op zak, kiest ze massaal voor een baan van minder dan 35 uur per week. Dat meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) woensdag.

Wat is jouw beste antwoord (toepassing kernconcept)?

Vragen vanuit jullie

  • Politieke besluitvormingsmodellen (andere lesson up)

  • Dimensies van Hofstede (verderop)

  • Korter antwoorden (antwoordmodel examens)

  • Paragraaf 8.1 & rationalisering

  • Functies EU/internationale betrekkingen (PPT)

  • Paradigma's kort (verderop)

  • Politieke dimensies

  • Binnenlandse politiek (PPT) --> (zelf functies/veranderingen partijen)

  • Laatste drie hoofdstukken --> vraag->antwoord oefenen

Vragen vanuit jullie

  • Rationalisering

  • Samen checken in 'het boekje'

Rationele actor paradigma

  • Actoren stellen eigenbelang voorop (mogelijk ten koste van collectieve belangen/goederen)

  • Doelen bereiken/nutsmaximalisatie -> handelingsmogelijkheden afwegen, rationele kosten/baten afweging,

  • Rationeel handelen van actoren ordent de samenleving -> (politieke/sociale) bindingen worden gebaseerd op deze rationaliteit

Rationeel (homo economicus)

Sociaal constructivisme paradigma (MEDIA)

  • Gedrag mensen bepaald door hoe ze de werkelijkheid zien (Thomas-theorema)

  • Socialisatie (interactie) zorgt voor deze blik op de werkelijkheid

  • Mensen kijken allen anders naar concepten -> constructen in eigen sociale werkelijkheid. Ze construeren de werkelijkheid (Nederlanders zijn spaarzaam/gierig, dit is geen feit) en passen gedrag hierop aan.

  • Rol (sociale) media belangrijk bij verwerving referentiekader --> CE?


Sociaal constructivisme paradigma

Socialisatie (interactie, steeds vaker via sociale media) zorgt voor blik op de werkelijkheid

  • Mensen kijken allen anders naar concepten -> constructen in eigen sociale werkelijkheid.

Functionalisme paradigma (orde)

  • Samenleving is een geheel. Alle actoren (subsystemen) hebben hun eigen functie. Deze functies zijn verschillend en noodzakelijk.

  • Dus sociale verschillen zijn nuttig.

  • Samenleving gericht op consensus Verandering (democratisering?) zorgt voor verstoring -> instabiliteit.

  • Stabiliteit (vgl. lichaam 37gr C) is doelstelling, sociale stabilisatoren (instituties) proberen interne sociale evenwicht te bewaken --> sociale cohesie.

Conflict paradigma

  1. Ongelijkheid (in macht en bezit) is de motor van de samenleving (noodzaak)

  2. Want: conflicten leiden tot noodzakelijke veranderingen (democratisering)

  3. Dominante cultuur = elitecultuur -> moet worden veranderd.

vb Luyendijk: '7 vinkjes' hoeven zichzelf nooit te verklaren



Doelen examentraining

  1. Niet voor de school maar voor het leven leren wij

  2. Je kent je bronnen en kan ermee werken

  3. Je kunt de ICE-regel dromend toepassen

  4. Je herkent signalen (sleutels) in teksten

  5. Je weet hoe je de definities van de hoofd- en kernconcepten moet inzetten (zie signalen).

  6. Paradigma's zijn wat duidelijker

Leer denken als een toetsmaker

Rijtjes die lijken

Hetzelfde maar verschillend

Leg uit: wat is het verschil tussen

  1. representatie

2, representativiteit van een regering en

3. representativiteit van een onderzoek

Hetzelfde maar verschillend

Wat is het verschil tussen een natie en een staat?

Bindingen zijn afhankelijkheden