Tijdens Pinksteren begon de verspreiding van de boodschap van Jezus op een bijzondere manier:
Petrus' Preek: Petrus, een van de leerlingen, gaf een belangrijke toespraak aan een grote groep mensen. Hij vertelde hen over Jezus en hoe Hij was gestorven en weer levend was geworden.
Veel Bekeringen: Na zijn toespraak wilden veel mensen bij Jezus horen. Op die dag lieten ongeveer drieduizend mensen zich dopen.
Nieuwe Gemeenschappen: De nieuwe gelovigen kwamen samen om te bidden, te leren, en eten te delen. Ze hielpen elkaar en vormden hechte gemeenschappen.
Reizen en Prediken: De leerlingen van Jezus gingen naar verschillende plaatsen om de boodschap van Jezus te vertellen. Hierdoor hoorden steeds meer mensen over Jezus.
Wonderen: De leerlingen deden ook wonderen, zoals het genezen van zieken. Dit zorgde ervoor dat nog meer mensen geloofden in de boodschap van Jezus.
Door deze gebeurtenissen verspreidde de boodschap van Jezus zich snel over de hele wereld.