§2.1 Handel en nijverheid in de Republiek - Deel 2

§2.1 Handel en nijverheid in de Republiek
VOC en WIC
1 / 25
next
Slide 1: Slide
GeschiedenisMiddelbare schoolhavoLeerjaar 2

This lesson contains 25 slides, with interactive quizzes, text slides and 3 videos.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

§2.1 Handel en nijverheid in de Republiek
VOC en WIC

Slide 1 - Slide

Huiswerk
Schrijf op in je agenda
Maken opdracht 10 t/m 18 van §2.1

Slide 2 - Slide


Leg uit wat handelskapitalisme is

Slide 3 - Open question

In welk werelddeel verdient de Republiek het meeste geld?

Slide 4 - Drag question

Wereldeconomie
Het meeste geld verdient de Republiek in Europese handel
Maar in de 16de eeuw worden nieuwe vaarroutes ontdekt
Plotseling is het mogelijk over de hele wereld te handelen
Zo wordt de Republiek onderdeel van een wereldeconomie

Slide 5 - Slide

Compagnie 
Zijlmans

Slide 6 - Slide


Wat is een compagnie?
A
Specerijen
B
Handelsbedrijf
C
Een soort schip
D
Pakhuis voor goederen

Slide 7 - Quiz


Leg uit hoe de losse compagnieën ervoor zorgen dat iedereen minder verdient

Slide 8 - Open question

Oprichting VOC
In 1602 worden alle losse compagnieën samengevoegd 
Zij zijn samen de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC)
De VOC krijgt een handelsmonopolie
Om dit af te dwingen mag de VOC ook oorlog voeren
Monopolie betekent dat je de enige bent die in iets handelt

Slide 9 - Slide

Waar staan de letters VOC voor?
A
Verenigde Oosterse Compagnie
B
Verzamelde Oost-Indische Compagnieën
C
Verenigde Oost-Indische Compagnie
D
Verzamelde Oosterse Compagnie

Slide 10 - Quiz

Filmpje
De VOC in Indië

Slide 11 - Slide

Slide 12 - Video

Maar ook in het westen
Ook in het westen gaat Nederland handelen
Dit gebeurt door de West-Indische Compagnie (WIC)
De WIC handelt in cacao, koffie, tabak etc., maar ook slaven
De driehoekshandel speelt hierin een grote rol

Slide 13 - Slide

Slide 14 - Slide

Filmpje
Wat was de WIC?

Slide 15 - Slide

6

Slide 16 - Video

00:17
Waar staan de letters WIC voor?
A
West-Indische Compagnie
B
Westers Ingestelde Compagnie
C
West-Iconische Compagnie
D
Welvaart-Indische Compagnie

Slide 17 - Quiz

00:41
Waarmee kopen de Nederlanders slaven? (meerdere antwoorden mogelijk)
A
Textiel
B
Kruiden
C
Drank
D
Wapens

Slide 18 - Quiz

01:02
Waarom zouden slaven een brandmerk krijgen van de WIC?

Slide 19 - Open question

01:19
Waarom zou een slavenhandelaar het erg vinden dat één van de slaven sterft?
A
Dat vindt hij helemaal niet erg
B
Dan kan hij deze niet meer verkopen
C
Hij leeft erg mee met de slaven
D
Dan moet het weer opgeruimd worden

Slide 20 - Quiz

02:11
Voor hoeveel procent van de totale slavenhandel is Nederland verantwoordelijk?
A
5%
B
25%
C
55%
D
80%

Slide 21 - Quiz

02:17
Moeten we boos zijn op de Nederlandse slavenhandelaren?
A
Ja
B
Nee

Slide 22 - Quiz

Filmpje
Canon

Slide 23 - Slide

Slide 24 - Video

Resumé
Pak je schrift
Schrijf voor jezelf op wat we deze les besproken hebben
Wie, Wat, Waarom, Wanneer
timer
2:00

Slide 25 - Slide