Week 3 Mobiliseren + hulpmiddelen

ondersteuning bij mobiliteit
1 / 37
next
Slide 1: Slide
vaardighedenMBOStudiejaar 1

This lesson contains 37 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 240 min

Items in this lesson

ondersteuning bij mobiliteit

Slide 1 - Slide

planning 
  • gezamenlijke afspraken maken
  • voorkennis peilen
  • lesdoelen benoemen
  • theoretisch gedeelte
  • keuze opdracht maken
  • afronding

Slide 2 - Slide

Slide 3 - Slide

welke afspraken maken wij voor deze periode?

Slide 4 - Mind map

lesdoelen
  • Benoemen van het belang van mobiliseren voor de cliënt.
  • Uitleggen hoe cliënten ondersteund kunnen worden bij mobiliseren.
  • Definiëren van bewegingsgerichte zorg.
  •  je kent verschillende hulpmiddelen die gebruikt kunnen worden bij mobilisatie 

Slide 5 - Slide

Ergonomisch werken

Ergonomisch werken wil zeggen dat je zorgt dat je geen lichamelijke en geestelijke klachten oploopt door je werk.
  • Lichaamshouding
  • Hulpmiddelen --> tillift, glijzijl, draaischijf 
  • Materialen in hoogte verstelbaar --> bureaustoel

Slide 6 - Slide

Ergonomisch werken

Slide 7 - Slide

Wat zijn voorbeelden van ergonomisch werken?
A
B
C
D

Slide 8 - Quiz

Belasting en belastbaarheid
Belasting: mate waarin je belast wordt tijden inspanning. Hierbij kun je denken aan: duwen, trekken, tillen, dragen

Belastbaarheid: dit is wat je lichaam aan kan. Dit hangt af van je conditie

Slide 9 - Slide

Mobiliteit

Slide 10 - Slide

Wat is volgens jou mobiliteit?

Slide 11 - Mind map

Mobiliteit
Mobiliteit zegt iets over de bewegelijkheid van iemand. Dus hoe kan iemand lopen, zitten of bewegen.

De beperkingen van je cliënt hebben 
invloed op de lichamelijke belasting 
van jou als zorgverlener.

Slide 12 - Slide

Mobiliteitsklasse
In totaal zijn er 5 mobiliteitsklassen (A, B, C, D en E). Van cliënten die alles zelf kan uitvoeren zonder risico op fysieke overbelasting (A) tot cliënten die zeer veel hulp nodig hebben (E).

Slide 13 - Slide

Mobiliteitsklasse A,B en C
A = vrijwel zelfstandig in mobiliteit
B= Vrij zelfstandig maar hulp bij transfers en ADL; geven van aanwijzingen of richting bij opstaan. Kleine hulpmiddelen als papegaai of draaischijf

C= Kunnen niet zelfstandig opstaan, meestal rolstoel gebonden, enige rompbalans, steunen op 1 been

Slide 14 - Slide

Mobiliteitsklasse D en E
D= vrij passief in mobiliteit, onvoldoende rompbalans, geen steun op 1 of beide benen. 


E= vrijwel volledig passief, bijna volledig bedlegerig, neiging tot stijfheid en contracturen

Slide 15 - Slide

Bewegingsgerichte zorg

  • De beweegmogelijkheden van de zorgvrager worden tijdens de zorg en dagbesteding optimaal benut. Bewegen geeft plezier en voldoening, nodigt uit tot contact, vertraagt de achteruitgang van het lichamelijk functioneren en het geheugen.


  • Bewegingsgerichte zorg omvat benaderingen en interventies die het belang van beweging en fysieke activiteit in de gezondheidszorg benadrukken. 

Slide 16 - Slide

bewegingsgerichte zorg
  • als ondersteuner sluit je aan bij de mogelijkheden van de zorgvrager; zelfstandig wassen van het gezicht kan voor een bedlegerige zorgvrager een doel zijn.
  •  je zoekt wat de zorgvrager in beweging brengt, waar hij gemotiveerd van raakt.

Slide 17 - Slide

  • Een cliënt die niet of maar beperkt kan bewegen, heeft een mobiliteitsprobleem.
  • Als verzorger help je cliënten bijvoorbeeld in of uit het bed of een rolstoel.
  • Als je een cliënt verplaatst, heet dat transfer.

Slide 18 - Slide

Tillen
Om klachten te voorkomen zijn er richtlijnen en normen opgesteld;

  • Als je met twee handen kan werken, mag je per hand maximaal 15 kilo duwen of trekken.
  • Niet meer dan 15 kilo in een gunstige houding en niet meer dan 5 kilo in ene ongunstige houding.
  • Om je rug niet te veel te belasten mag je maximaal 23 kilo tillen.

Slide 19 - Slide

Glijzeil




  • Gebruik je bij verplaatsing op het bed
  • Glijzeil is makkelijk onder een cliënt weg te halen, zonder dat de cliënt van houding hoeft te veranderen.

Slide 20 - Slide

Draaischijf



  • Je gebruikt de draaischijf buiten het bed
    .
  • Bij het gebruik van de draaischijf hoeft de cliënt geen draaiende beweging te maken.
  • Je hoeft niet te tillen trekken en duwen.

Slide 21 - Slide

Slide 22 - Video

Tilliften

Slide 23 - Slide

welke tilliften ken jij al?

Slide 24 - Slide

Actieve lift
Passieve lift

Slide 25 - Drag question

Passieve tillift
Actieve tillift

Slide 26 - Slide

Passieve tillift
  • De cliënt neemt bij een passieve tillift niet actief deel aan de transfer.
  • De cliënt wordt geheel ondersteund door een 'hangmat'.

Slide 27 - Slide

Actieve tillift
Een actieve tillift gebruik je alleen als  de cliënt met hulp kan staan.

De cliënt kan met deze lift van zit tot staan gebracht worden en omgekeerd.

Slide 28 - Slide

Actieve tillift
Om een cliënt met een actieve tillift te kunnen tillen moet de cliënt;
  • op minimaal één been kunnen staan;
  • een redelijke goede rompbalans hebben;
  • zich goed kunnen vasthouden;
  • de situatie begrijpen.

Slide 29 - Slide

Bij een transfer verplaats je een cliënt.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 30 - Quiz

Een passieve tillift moet de cliënt nog zelf kunnen staan.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 31 - Quiz

In welke mobiliteitsklasse is iemand vrijwel volledig passief en bedlegerig?
A
A
B
C
C
E
D
D

Slide 32 - Quiz

In welke mobiliteitsklasse kan iemand vrijwel alles zelfstandig uitvoeren?
A
B
B
D
C
A
D
E

Slide 33 - Quiz

Hoeveel mobiliteitsklassen zijn er?
A
3
B
7
C
10
D
5

Slide 34 - Quiz

Wat betekent mobiliteit?
A
Bewegelijkheid van iemand
B
Gezondheidsstatus
C
Dagelijkse activiteiten
D
Mentale flexibiliteit

Slide 35 - Quiz

keuze opdrachten
keuze 1: zelfstandig in stilte aan de licentieopdrachten werken
(links van het lokaal)

keuze 2: online onderzoeksopdracht bewegingsgerichte zorg
(rechts van het lokaal)
timer
20:00

Slide 36 - Slide

afronding
hoeveel mobiliteitsklassen zijn er?
wanneer gebruik ik een actieve tillift?
wat is bewegingsgerichte zorg?

Slide 37 - Slide